Het was een zwaar jaar voor De Grave

Minister De Grave van Defensie heeft een loodzwaar jaar achter de rug. Hij liet F 16-jachtvliegtuigen bommen gooien op voormalig Joegoslavië....

De al benoemde bevelhebber van de marechaussee werd weggepromoveerd naar de Verenigde Naties in New York. De Grave zette de top van de Militaire Inlichtingendienst op een zijspoor. De afgang van Dutchbat in Srebrenica en de daarna ontstane operatie-doofpot hadden daar alles mee te maken.

Openheid op Defensie is het streven van De Grave, maar dat kost moeite. Defensie is door alle Srebrenica-kritiek en de voortdurende bezuinigingen in zijn schulp gekropen.

De oorlog in Kosovo heeft De Grave ook iets moois opgeleverd. Want het is premier Kok opgevallen dat Nederland niet meer in staat is troepen te leveren voor vredesoperaties. Door alle bezuinigingen, die komend jaar oplopen tot 464 miljoen gulden, zijn de parate manschappen van de landmacht op. Met Kosovo erbij zijn er ruim drieduizend militairen in het buitenland.

Na Kok riep ook de PvdA dat er in de volgende kabinetsperiode niet meer mag worden bezuinigd op Defensie. Een PvdA-commissie wil de landmacht in z'n geheel paraat stellen en het logge Duits-Nederlandse Legerkorps opheffen. De Grave wil daar nog niet aan. Maar in zijn in november verschijnende

Defensienota 2000 wil hij rekening houden met de wensen van de PvdA.

Dit betekent dat er meer extra parate troepen zullen komen dan de in de Hoofdlijnennotitie van januari voorgestelde achthonderd man. Maar het zullen er minder zijn dan de door de PvdA gewenste vijfduizend extra functies.

Meer over