INTERVIEW

'Het was dramatisch wat ik hier bij Defensie aantrof'

Wínnen, dat wil Jeanine Hennis-Plasschaert. Ook als ze daarvoor vier nachten per week in Den Haag moet slapen.

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

Uw vroegere politiek assistent vertelde dat ze met u op werkbezoek ging bij militairen in het buitenland, en dat daar zo'n geplastificeerde 'lekker-wijf-foto' hing: een acht jaar jongere Jeanine Hennis-Plasschaert, met lange blonde lokken.

De minister: 'Oh mijn God!'

Haar voorlichter: 'Dat was in Irak.'

De minister, vrolijk: 'Ja, maar ook elders. Het gebeurt steeds.'

Ja?

'Als ik zo'n foto zie, moet ik lachen. Het is natuurlijk ook wel weer hilarisch. Ik bedoel, uhm: ik weet niet of ze ook een jongere Eimert van Middelkoop of een Hans Hillen aan een kastje hadden gehangen.'

Wat zegt u dan?

'Dan zeg ik: 'Ja, toen was ik nog jong. Toen was ik jong en straalde ik nog.' Haja.'

Tien minuten eerder, in haar hoge, deftige werkkamer, waar Michiel de Ruyter zelfbewust meekijkt, vanaf de muur met goudkrullerig behang.

Heeft het voordelen om vrouw te zijn, als minister van Defensie?

'Voordelen? Jeetje. Toen ik werd benoemd is er onwijs veel gezegd en geschreven, vooral door de buitenwereld.' Ze kijkt naar haar voorlichter: 'Jeetje Sas, dat kun jij beter beoordelen dan ik: heeft het voordelen?'

De voorlichter: 'Als hier weer een man was gekomen, had Defensie niet de aandacht gekregen die het nu krijgt, met jou als aansprekend boegbeeld. Ik heb nog nooit zoveel mediaverzoeken en uitnodigingen voor de minister gekregen.'

De minister, snel: 'Maar dat is het voordeel voor Defensie.'

Voorlichter: 'Met individuele zaken ga je warmer om.'

Minister: 'Dat heeft toch veel meer met je persoonlijkheid te maken? Niet met je vrouw-zijn.' Dan: 'Weet je, er zijn in dit apparaat vast mensen geweest die dachten: Mmmmm. Blond, hakken, wat moet ik ermee?'

Want als er dan een vrouw terechtkomt op Defensie, wordt er eerder een vrouw verwacht met een praktisch kapsel, op degelijke schoenen.

'Zoals Cisca Dresselhuys ooit over mij schreef... Toen heb ik haar echt, ooooh.' Gromgeluiden. 'Ze schreef een heel venijnige column over me.'

U zag eruit als Pippi Langkous, vond ze.

'Als het lieve dochtertje van papa, weet ik veel. Ik moest me meer gaan kleden als Margaret Thatcher. Nou, in geen honderdduizend jaar ga ik dat soort kleren aantrekken. Ik vond het onwaarschijnlijk dat Cisca Dresselhuys voorbijgaat aan het feit dat of je nu minister bent, of hoofd Schiphol of directeur van welke keten dan ook, het zeer belangrijk is dat je uiteindelijk jezelf blijft. Jammer. Ik had haar anders ingeschat.' Resoluut: 'De dag dat ik een tuinbroekachtig pak aan moet trekken om serieus genomen te worden - die dag komt niet.'

Ze slaat haar benen over elkaar, benen in hoge zwarte laarzen, tot over de knie.

'Zoals ik zei: er zullen best mensen bij Defensie zijn geweest die dachten: blond, hakken, wat gaat hier gebeuren? Ik heb er alleen nooit iets van gemerkt. Hier draait het vooral om: wat is je functie. Wat is je rang. Hoe pas je in het systeem. Defensie is behoorlijk hiërarchisch georganiseerd.'

Bij de opening van het nieuwe ministerie van Defensie in 2013, met koning Willem-Alexander. Beeld WireImage
Bij de opening van het nieuwe ministerie van Defensie in 2013, met koning Willem-Alexander.Beeld WireImage

De Commandant der Strijdkrachten, Tom Middendorp, zei ook: het was vooral de buitenwereld die zich er druk over maakte. 'Het enige verschil met vroeger is dat de adjudant tegenwoordig reservepanty's bij zich moet hebben. En de minister wil altijd dat er een toilet in de buurt is', vertelde hij.

Geamuseerd: 'Ja, want die militairen, die kunnen het echt serieus zo lang... Dat is ongelooflijk. Ik snap daar helemaal niks van.'

Ting-ding, doet haar iPhone. 'Sorry', zegt ze. 'Er loopt een actualiteit, dus ik moet even kijken wat er binnenkomt.' De iPhone ting-dingt geregeld tijdens het gesprek van een uur: het is onrustig, in de wankele wereld.

De 'charismatische' (volgens de Commandant der Strijdkrachten), soms bijna zelf opgewekt tingelende Jeanine Hennis-Plasschaert werd 43 jaar geleden geboren in Heerlen, als dochter van een fiscaal jurist en een juf. Een katholieke familie. Opa tekende een kruisje op haar voorhoofd, voordat hij zijn kleindochter naar bed bracht. Jeanines ouders gingen uit elkaar toen ze nog klein was. Haar alleenstaande moeder werkte zich op tot schooldirecteur. Jeanine was het eerste overblijfkind op haar lagere school. 'Alleen maar mooie herinneringen aan. Mijn broertje en ik hadden een heel klaslokaal voor onszelf, en een schoolplein.'

Wat je ook doet, zorg dat je op eigen benen kunt staan, hield moeder haar dochter altijd voor. Dat deed Jeanine, en meer. Na een hobbelig begin - ze verruilde halverwege haar studie rechten voor een jaar Schoevers - maakte ze een flitscarrière. De Europese Commissie, KPMG, politiek assistent in Amsterdam, het Europees Parlement, de Tweede Kamer en toen: het ministerschap.

CV Jeanine Hennis-Plasschaert

7 april 1973 Geboren in Heerlen.

1995 Europese Commissie in Brussel.

1998-2000 Uitgezonden naar Letland.

2000-2002 Consultant bij accountantskantoor KPMG.

2002-2004 Politiek assistent van het College van B&W in Amsterdam.

2004-2010 Namens de VVD lid van het Europees Parlement.

2010 Lid van de Tweede Kamer voor de VVD.

2012 Minister van Defensie. Ze is hiermee de eerste vrouwelijke en jongste minister van Defensie.

Onderscheidingen

2010 Europarlementariër van het jaar volgens weekblad European Voice.

2012 Politiek talent van het jaar volgens de parlementaire pers.

2015 Eerste plaats Opzij top-100 Invloedrijkste Vrouwen.

Getrouwd met Erik-Jan Hennis, heeft een stiefzoon.

U was een rouwdouwer, blijkt uit een verhaal van uw jeugdvriendin, met wie u als meisje in het hockeyteam van Bodegraven zat.

'Klopt. Ik heb de link nooit gelegd maar wat wel waar is... Vertel eens: wat heeft ze precies gezegd?'

Tijdens een selectiewedstrijd voor de beste speelsters van Zuid-Holland stond u in het veld met uw stick op uw schouders. Als een soort...

Glimlachend: 'Boerinnetje.'

'Hakbijl', zei uw vriendin. 'Dat maakt de mensen wel bang', voegde ze eraan toe.

'Ik weet het niet precies meer, maar ik denk dat dit wel is wie ik ben. Als ik een wedstrijd hockeyde, deed ik dat met volle overgave. Die competitiedrang was toen al duidelijk. Willen winnen. Dat had ik met hockey en nu in mijn werk. Dat zit in me.'

Het zijn de genen. Dat zei uw vriendin ook.

'En zij is biologisch psycholoog, hoogleraar genetics and wellbeing. Goed dat ze even college heeft gegeven.'

Later: 'Ik geef niet zomaar op. Soms ook tegen beter weten in. Dus het kost ook weleens onevenredig veel energie. Dat weet ik van mezelf, en toch kan ik niet loslaten.'

Uw voormalige politiek assistent zei: 'Ze kan eindeloos aan een dood paard blijven trekken, dat je bijna opgeeft en denkt: dit wordt niks. En dan krijgt ze er toch weer beweging in.'

'Jajaja. Misschien vind ik daarom de krijgsmacht wel zo leuk. Ze zeggen weleens: militairen gaan door waar anderen stoppen. Daar hou ik erg van: doorgaan als het tegenzit. Soms denk je: oké, inderdaad, dit paard is allang overleden, wat moet ik ermee. Maar toch gebeurt het dan dat je 'm met duwen en trekken weer levend krijgt. Het wil niet zeggen dat je altijd wint. Ik kan tegen mijn verlies, maar ik moet wel zeker weten dat ik er alles aan heb gedaan om het te voorkomen. Strijdend ten onder gaan, is mijn motto.'

U twittert vrij veel. Een tijdje geleden kreeg u van een vrouw een onbeschofte tweet over uw benen. U reageerde met: 'Gaat het een beetje?' Zij twitterde: 'Dat jij nog tijd hebt om te antwoorden, met je vetbetaalde baan, van mijn belastingcenten.'

'O ja. Die.'

Waarom neemt u eigenlijk de moeite om te reageren op dat soort tweets?

Fel: 'Omdat die...' Stevig scheldwoord. 'Maar laten we dat woord vermijden. De sociale media bieden zo veel kansen, om je boodschap uit te dragen, om een gesprek aan te gaan. Een enorm mooi platform. Wat mij zo verbaast, zijn mensen die virtueel altijd maar leeglopen. Niet iedereen spuit die drek, maar echt wel een fors aantal. Het is niet gezond. Meestal laat ik het heerlijk aan me voorbijgaan en soms heb ik ineens zin te reageren: wat denkt u nu eigenlijk wel?'

Een andere reactie van u, op iemand die beweerde dat hij de grootste JSF-kenner van Nederland was: 'Mag ik u feliciteren met uzelf en al uw kennis?'

'In Nederland hebben we bijna 17 miljoen jachtvliegtuigexperts, een uniek fenomeen. Vind ik helemaal niet erg, ik ga graag het gesprek aan.' De strijdlust: 'Maar als iemand van dik hout planken zaagt, niet gehinderd door enige kennis van zaken, keer op keer op je reageert en claimt zelf de expertise in huis te hebben terwijl ik zeker weet dat dit niet waar is, ja, dan feliciteer ik hem van harte.'

Even impulsief reageren.

'Anders wordt het leven wel heel saai.'

Uw vroegere politiek assistent vertelde: 'The sky is the limit voor haar. Er zijn geen grenzen aan wat je kunt bereiken, als je maar doorzet.'

'Als je maar wilt, ja. Maar ik heb ook een periode gehad...' Verontschuldigend: 'Misschien is dit wel helemaal niet interessant. Toen ik een jaar of 18, 19 was, worstelde ik met de vraag: wat wil ik nu eigenlijk? Achteraf, maar dat is achteraf, zie ik die tijd altijd als een stom stukje van mijn leven.'

Hoezo een stom stukje?

'Stom is eigenlijk niet het juiste woord. Het was een zoektocht die me veel heeft opgeleverd, maar niet gemakkelijk was. Je ziet anderen zelfverzekerd keuzes maken voor de toekomst, en je denkt: waarom kan ik dat niet, waarom voel ik dat niet zo, wat wil ik nu echt? Ik ben een gevoelsmens, heel erg.'

Het is een opmerkelijke loopbaan: van een afgebroken rechtenstudie, via een uitstapje naar Schoevers, naar het Europees Parlement, en het ministerschap.

'Het moment dat ik die drive wel begon te voelen, en steeds harder mijn best ging doen, kwam op mijn 21ste, toen ik de kans kreeg voor de Europese Commissie te werken. Ik verlangde er hevig naar in Brussel aan de slag te gaan, vraag me niet precies waarom, Europa fascineerde me. Na een paar jaar Brussel ben ik verhuisd naar Letland. Ik was natuurlijk nog vrij jong, en ontdekte dat je met hard werken niet alleen enorm veel kunt bereiken, maar dat het ook veel energie geeft. Die periode heeft me gevormd.'

U schijnt slecht tegen 'vrouwengezeur' te kunnen: quota zijn voor vissen en glazen plafonds moet je zelf stukslaan.

'Ik kan er niet goed tegen als vrouwen zich nestelen in een slachtofferrol. Het is nu minder, maar er verschenen een tijdlang allerlei opinieartikelen over het glazen plafond dat kapotgeslagen moest worden - door mannen dus. Niemand die zei: zullen we dat dan maar eens even zelf gaan doen? Daar ergerde ik me aan. Kom op hé. Er zijn ontzettend veel hoogopgeleide vrouwen die ervoor kiezen parttime te werken. Hun goed recht. Maar je moet niet denken dat je met drie dagen werken de top bereikt. Zo simpel is het. En quota vind ik een lelijk woord. Dan denk ik vooral aan de agrarische sector. We zijn toch geen koeien waaraan melkquota worden gekoppeld?'

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

De Tweede Kamer telt nog maar een vrouwelijke fractievoorzitter, Marianne Thieme. Dat is toch gek?

'We hebben ook Femke Halsema gehad.'

Gehad, ja. Hoe komt het dat er nog maar een vrouwelijke fractieleider is?

'I don't know, echt niet. Er zijn genoeg capabele vrouwen, maar dan moeten ze wel willen. Het is geen eenvoudig klusje. Voor politici, bewindspersonen en Kamerleden geldt dat het werk op zich al een hoop van je vraagt, maar het brengt nog veel meer met zich mee. Ineens in de openbaarheid optreden, mensen die daar wat van vinden, het onderwerp worden van publieke discussies - dat doet wat met je.'

In het begin van het interview vertelde u hoe belangrijk het is om jezelf te blijven. Toch heeft u ook een tijd gehad dat u verkrampt overkwam.

'Klopt.'

Dat u behoedzamer begon te praten, en u zich achter nietszeggende algemeenheden begon te verschuilen - toen was u niet meer uzelf.

Voorzichtig: 'Wat er waarschijnlijk een beetje is gebeurd, die periode heeft niet zo erg lang geduurd, maar ik herken wat je aangeeft, is dat ik op een gegeven ogenblik dacht: ik kan maar beter zo min mogelijk zeggen. Want alles wat ik zeg, leidt gelijk weer tot een spoeddebat, of een andere bananenschil. Ik had daar weinig behoefte aan. Ik wilde vooral hier orde op zaken te stellen; niet non-stop vragen beantwoorden van de media. Wat er dan gebeurt, is dat je een muurtje optrekt, ogenschijnlijk verkrampt bent. Omdat ik dacht: laat me met rust. Ik heb hier genoeg te doen.'

Ze kijkt naar haar voorlichter: 'Ik ben wel heel eerlijk nu.'

Vervolgt: 'Ik begon meteen met een levensgroot probleem. Een nieuwe wet, ik zal je niet vermoeien met de details, deed zijn intrede en sloeg direct een gat van meer dan vijftig miljoen in mijn begroting. Die toch al zwaar onder druk staat. En dat is nog aardig omschreven. Het was dramatisch, wat ik hier aantrof. Dat is niet zozeer de schuld van mijn voorgangers...'

Verwijt u uw voorgangers iets?

'Je neemt de verantwoordelijkheid over. Dus ook de problemen die zich in vele jaren, soms in stilte, hebben opgebouwd. Per week werd mij duidelijker welke dat waren. Feit is dat je bij je aantreden, zeker bij zo'n groot apparaat, onvoldoende helder hebt welke problemen je precies overneemt. Er zijn momenten geweest dat ik dacht: mijn hemel. Het zou flauw zijn voorgangers daarvan de schuld te geven; ik heb daar helemaal geen behoefte aan. Soms lopen dingen zo. Defensie heeft het zichzelf ook niet gemakkelijk gemaakt. Er heerst hier wel een enorme can-do-mentaliteit: we gaan het schaffen, linksom of rechtsom. Daar hou ik van, maar je kunt jezelf er tegelijkertijd behoorlijk mee in de voet schieten. Wat voor mij nu vooral van belang is: zijn we weg aan het komen van de chaos van toen? Het antwoord is ja, maar het kost nog jaren om Defensie in rustig vaarwater te krijgen. Echt.'

Ze zegt: 'Ik trok die muurtjes op. Dat is absoluut waar. Totdat een goeie bekende tegen me zei: 'Ik mis je spontaniteit. Vergeet niet dat die juist zo leuk aan je is. Verlies die spontaniteit niet.'' Ze knipt met haar vingers: 'Dat was het moment dat ik wakker werd: hij heeft helemaal gelijk. Wat zit ik nou te doen?'

U had van die telkens terugkerende zinnetjes: 'We houden alle lijnen open.' En: 'Voor dit probleem bestaat geen silver bullet'.

Ongeduldig: 'Ja, maar als je dertigduizend keer dezelfde vraag krijgt, ga je op een gegeven moment ook telkens dezelfde antwoorden geven.'

Maakte het u onzeker, de kritiek dat u verkrampt overkwam?

'Minister word je niet om de populariteitsprijs te winnen. Maar omdat je ergens in gelooft.'

Later: 'Toen ik nog europarlementariër was, maakte ik me een keer vreselijk woest over iets tegen Jozias van Aartsen, toen nog fractievoorzitter. Hij zei: 'Hou dit vast. Als je dit niet meer kunt voelen, is het tijd de politiek uit te gaan. Je hebt die emotie nodig om met overtuiging dingen te kunnen aanpakken.' Het is het beste advies dat ik ooit heb gekregen.'

Nog later: 'Militairen geloven ergens in. Dat is wat ik weleens mis bij anderen, als ze over hun lekker voortkabbelende leven vertellen. Zet daar het verhaal van een militair tegenover, die vertelt waarom hij of zij dat werk doet en welke risico's hij of zij daarvoor neemt. Dat vind ik ongelooflijk mooi.'

Op inspectie bij de troepen van het schip Karel Doorman, vorig jaar. Beeld AFP / Getty Images
Op inspectie bij de troepen van het schip Karel Doorman, vorig jaar.Beeld AFP / Getty Images

Uw vroegere politiek assistent zei: 'Ze blaft niet mee met de mannen, maar weet haar charme op het juiste moment in te zetten.'

Quasi-verontwaardigde kreet.

Haar voorlichter: 'Dat kan ik wel bevestigen.'

De minister: 'Wat dan?'

Voorlichter: 'Het is gewoon zo. Als iets je niet zint, ben je duidelijk. Maar daarna is het met een glimlach en een 'Ik hou van je' weer gedaan.'

Minister: 'Is dat charme?' Dan: 'Ik ben niet gemakkelijk. Dus als iets me niet zint, merken ze dat hier ogenblikkelijk, maar dat is ook goed. Ik vind het prettig dat militairen heel direct communiceren. Je hoeft niet te raden wat iemand bedoelt: je krijgt antwoord op je vraag. Het buitengewoon ergerlijke, wollige taalgebruik dat bij de Rijksoverheid nog weleens wordt gehanteerd, kennen ze hier nauwelijks. Maar soms, als ik het wat scherp heb geformuleerd, kan ik daarna zeggen: 'Ik hou van je.''

De Commandant der Strijdkrachten noemde uw ongeduld zowel uw zwakste als uw sterkste kant. 'Ze kan de lat erg hoog leggen voor anderen', zei hij.

'Ja. Ook voor mezelf. Ik ben veeleisend.'

Hij zei: 'En meestal weet ze dan met haar charme voor elkaar te krijgen dat het nog lukt ook.'

Uitbundige lach: 'We moeten de CDS eens ondervragen.'

Bent u zich ervan bewust dat u uw charme op die manier inzet?

'Nee. Maar ik ben me wel bewust van mijn scherpte. Mijn moeder heeft weleens gezegd: 'Wat je denkt, staat op je voorhoofd geschreven.' Dat ik denk Man, en het er ook zo kan uitknallen. Niet iedereen kan daar even goed tegen.'

'Als er ergens in de wereld een incident is, wil ze eigenlijk wel binnen een uur een analyse hebben', zei de CDS. 'Ook op plekken waar wij eigenlijk niemand hebben zitten.'

'Dat is wel geestig, het is waar.'

Wat is het toch, dat ongeduld van u?

'Zo'n snelle analyse willen is meer nieuwsgierigheid, denk ik, de enorme honger naar kennis die ik heb. Het ongeduld is: als ik het gevoel heb dat er niet snel genoeg wordt gereageerd op iets - dat kan hier zijn, of in de Kamer of in het kabinet - dan voel ik vanbinnen een enorm verzet. Dat is niet altijd handig voor een politica, laat ik dat duidelijk zeggen, helemaal niet zelfs. Omdat je juist in de politiek ein-de-loos veel geduld moet hebben. Dus af en toe moet ik me hier even... Dan doe ik de deur dicht. Dan laat ik het even zakken.' Meteen daarop: 'Maar ik ben er wel van overtuigd dat je dat ongeduld weer nodig hebt om dingen te doorbreken.'

Met Bert Koenders en de Afghaanse minister van Buitenlandse Zaken Rabbani, vorig jaar. Beeld getty
Met Bert Koenders en de Afghaanse minister van Buitenlandse Zaken Rabbani, vorig jaar.Beeld getty

Heeft u thuis dat ongeduld ook?

'Helaas.'

Uit een onderzoek bleek pas geleden dat achter elke topvrouw een topman staat. Is dat waar?

'Ja. Erik-Jan geeft me natuurlijk ontzettend veel ruimte. Dat moet je ook maar willen, en kunnen. Gemiddeld slaap ik vier nachten per week hier, in Den Haag.'

En u heeft ook nog een stiefzoon, uit het vorige huwelijk van uw echtgenoot. Wat vindt uw man van uw baan?

'Moet je hem zelf vragen. O nee.'

Dat mocht niet.

'Nee. Ik scherm mijn privéleven liever af.' Aarzelt: 'Weet je, ze hebben er natuurlijk best last van, dat ik er niet ben. Soms zijn er ook weer de leuke dingen: Prinsjesdag, open dagen bij Defensie, dat ze net wat meer meemaken van wat ik doe. Maar je hoort mij niet zeggen dat het gemakkelijk is voor hen. Het is ook niet gemakkelijk. Ik mag mijn handjes dichtknijpen met de mannen thuis.

Zo is er dat verhaal dat u na een zeer hectische tijd per se op vakantie wilde naar een 'prikkelarme' omgeving...

Onderbreekt: 'Goh nou, naar Bretagne.'

En toen werd de MH17 uit de lucht geschoten.

'Ik ben nooit vertrokken. Ze zijn met zijn tweeën weggegaan.'

En daar zaten ze, op een rots, zonder wifi.

'In die prikkelarme omgeving. Een puber, oh man. Maar we maken het goed: deze zomer gaan we rondtrekken in Tanzania.'

Wat zeggen ze, als ze kritiek hebben op uw veeleisende baan?


'Ze zeggen het zo: 'Als je thuis bent, zorg dan ook dat je er écht bent.''

Ting-ding, doet haar iPhone. 'Een spoedje', zegt ze.

Even later poseert de minister van Defensie voor de fotograaf - op haar eigen wijze.

'U moet het zeggen', zegt ze tegen hem. 'Ik heb er geen verstand van.'

De fotograaf: 'Praat maar gewoon door, dat helpt.'

De minister zingt: 'Come fly with me...'

De fotograaf klikt en klikt nog eens: 'Dit is toch mijn favoriete kant van u.'

'Wat lief', zegt de minister. Ze slaat een arm om hem heen.

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos
Meer over