HET VUILE BADWATER EN DE UTOPIE

MEDE dankzij Frits Bolkestein beleeft ook Nederland een vleugje van het communisme-debat dat in Frankrijk is losgebarsten. Dat is niet slecht....

ANDRE ROELOFS

De oorzaak van deze huiver is de vrees met het badwater ook een geliefd kind weg te gooien. Hierin is het communisme het badwater en het kind de utopische gedachte dat het toch mogelijk moet zijn op aarde een samenleving te vestigen die aan alle onrecht een eind maakt.

Over het smerige badwater bestaat geen twijfel meer. In het pas verschenen Livre noir du communisme doen enkele Franse ex-communistische historici daarover nogmaals een boek open. Maar waar is het kind-in-het-badwater gebleven? Was het ooit levensvatbaar? En waarom werd dat badwater zo vreselijk vuil?

Hier raken we aan het verband tussen ideaal en praktijk; een verband dat niet dwingend is, maar wel degelijk bestaat. Willen we verder komen, dan moeten we doorgronden hoe de droom een nachtmerrie kon worden.

Communisme kan niet gereduceerd worden tot de misdaden die in zijn naam werden begaan. Nog minder kan men zeggen dat het marxisme regelrecht naar de goelag voert. Maar een feit is dat sommige denkbeelden van Marx de basis hebben gevormd van gewelddadige praktijken die in een barbaars land als Rusland leidden tot die goelag.

Eén van die denkbeelden was 'de dictatuur van het proletariaat'. In de Grote Winkler Prins wordt dit begrip als volgt omschreven: 'De politieke heerschappij van het proletariaat duidt Marx aan met de dictatuur van het proletariaat. Deze heeft ten doel: 1. de tegenstanders van de proletarische revolutie eronder te houden, zo nodig met repressieve en gewelddadige middelen; 2. de totale productie in handen van de gemeenschap te brengen en door het opvoeren van de productie de communistische maatschappij materieel mogelijk te maken; 3. de mensen in communistische zin op te voeden...'

Dit is een adequate omschrijving (de tekst is van prof. Ger Harmsen), die tevens exact aangeeft wat in de Sovjet-Unie is geprobeerd. Elk van de elementen klopt. Alleen van de wreedheid waarmee het zou gebeuren had Marx geen vermoeden.

Ontegenzeggelijk is bij dit alles in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de (ex-) communisten in het geding, vooral van degenen die zelf nog in Stalin hebben geloofd. Dat neemt niet weg dat de dieperliggende kwesties ook anderen moeten interesseren.

Bart Tromp heeft ooit opgemerkt dat 'Marx kan gelden als de geestelijke vader van zowel communisme als sociaal-democratie'. Dat is juist, en ook de sociaal-democraten kijken terug op een moeizame omgang met Marx.

Karl Kautsky, de grote marxistische theoreticus van de internationale sociaal-democratie, voorspelde al in 1918 dat Lenins poging in Rusland het socialisme in te voeren, zou uitlopen op 'staatsslavernij' en 'een oosterse despotie'.

Kautsky kreeg gelijk. Maar waarom dacht Kautsky dat Lenins experiment op een catastrofe zou uitlopen? Omdat hij in Lenins avontuur een schending zag van de opvatting van Marx dat 'geen volk ongestraft de noodzakelijke etappes van zijn historische ontwikkeling kan overslaan'.

Rusland was volgens Kautsky aan een socialistische revolutie niet toe. Maar wat als de socialistische revolutie nu eens had plaatsgevonden in een ontwikkeld land dat er wel aan toe was - langs vreedzame weg, via een verkiezingsoverwinning? Zou er dan wel een succesvol en humaan socialisme ontstaan? Kautsky was daarvan overtuigd, maar ook op dat punt weten we inmiddels beter.

Ook dat socialisme zou zijn mislukt - stukgelopen op staatsbureaucratie en menselijke vervreemding: een groot Amsterdams Gemeente Vervoer Bedrijf en een machteloze prooi voor veel productiever kapitalistische concurrenten elders in de wereld.

Marx stamde uit een rabbijnenfamilie, en zijn oplossingen voor de kwalen van de mensheid zijn de seculiere variant van de joods-christelijke verlossingstheologie. Als Verlosser (niet als historisch denker) is ook Marx nu dood, en daarmee zijn we het utopieloze tijdperk binnengetreden.

Betekent dit ook 'het einde van de politiek - in elk geval van de politiek waaraan wij gewend waren geraakt', zoals Arnold Koper (Forum, 22 november) concludeerde? Ja en nee.

Ja, omdat althans in de westelijke wereld de politiek al geruime tijd een flinke ontideologisering doormaakt en daarmee grondig verandert. Nee, omdat daarmee de politiek niet ophoudt. Ook in een utopieloos tijdperk gaat de geschiedenis voort. Progressieve en sociaal denkende mensen kunnen zich ten doel stellen aan die loop een menswaardige vorm te geven.

Ook zonder gevaarlijke utopieën blijft er genoeg werk aan de winkel.

Meer over