Het vrije zwijn

De natuurgebieden op de Veluwe zijn tijdens de mond- en klauwzeercrisis gesloten geweest voor het publiek. De dieren hadden er het rijk alleen en meteen gedroegen ze zich een stuk vrijer, tot vreugde van de beheerder....

tekst CASPAR JANSSEN ; fotografie marcel van den bergh

Morgen komen de mensen weer. Machiel Bosch, beheerder Zuidwest-Veluwe van Na tuur monumenten is daar blij om. Na tuurlijk is hij daar blij om. Want zonder mensen geen natuur in Nederland. En het wordt hoog tijd dat er weer gewerkt wordt in het bos. Zo moet de prunus, oftewel de Ameri kaanse vogelkers, ook wel de bospest genoemd, nu toch echt worden weggehaald. Want als je die plant laat woekeren, dan heb je op een gegeven moment 99 procent prunus in je bos. En dat is niet de bedoeling. Want dan komt de 'diversiteit' van de natuur in het gedrang.

Maar de natuurliefhebber Bosch zal ook met weemoed terugdenken aan de unieke 'natuurbelevings'-momenten die hij zélf onderging in de afgelopen periode. Momenten die hij alleen beleefde. Hij en het beperkte aantal medewerkers dat, onder strikte voor waar den, wel toegang had tot het gebied bij Planken Wambuis. Zo zag hij op een ochtend, op een stukje hei vlakbij zijn huis, zomaar een koppeltje reeën opstaan. Midden op de ochtend, heel dichtbij. Zo ontspannen, zo relaxed. Ze keken even op, maar bleven gewoon staan. Dat was kicken. Zo simpel is dat. Bosch: 'Dan voel je je even helemaal gelukkig, als beheerder. Je hebt van die lekkere momenten in je werk en dit was zo'n moment.'

Morgen komen de mensen weer. Met de auto, op de fiets, lopend. Maar nu nog zijn er slechts vier. Vier mensen in een Volkskrant-Opel. Een beheerder, een voorlichter, een fotograaf en een journalist. Op een excursie die de mist in dreigt te gaan. Die dreigt te verregenen. In ieder geval trekken donkere wolken zich samen boven de Veluwe. En juist als we het gebied inrijden vallen de eerste druppels. Ook het gezicht van Bosch betrekt. Want als het regent, dan schuilen de edelherten, de reeën en ook de wilde zwijnen in de bosranden. En hij had zo graag willen laten zien wat hij allemaal had meegemaakt in de afgelopen twee maanden. Want het gedrag van de dieren is wel degelijk veranderd in deze mensvrije periode. Al binnen een week merkte Bosch dat de dieren zich aanpasten aan de extreem rustige situatie. Neem nu de edelherten. Dat zijn eigenlijk dieren die thuishoren in een open landschap, of een halfopen landschap. Maar ja, vanwege de aanwezigheid van de mensen brachten ze de dag meestal door in dichte stukken dekking, in het bos dus. Daar stonden ze dan de hele dag maar wat te lummelen totdat de schemering viel.

Dan kwamen ze voorzichtig tevoorschijn. Maar de herten hadden al heel snel in de gaten dat er geen mensen meer waren in het gebied en ze pakten prompt dat natuurlijke gedrag weer op. Bosch: 'Heel vroeg in de avond zag je de edelherten al staan. Op een heitje, tegen de bosrand aan of op voormalige landbouwgrond. Dan stonden ze lekker in de zon een beetje te herkauwen, op terreindelen waar je ze normaal niet ziet. Ze voelden zich vrijer, ongedwongener. Ik heb daarvan genoten.'

Wilde zwijnen, edelherten en in minder mate reeën zijn 'vluchtdieren', legt Bosch uit. 'Het zijn geen dieren die de aanval kiezen. Bij onraad maken ze zich uit de voeten. Daarom ziet de mens ze zo weinig.'

In de afgelopen periode was dat dus anders. Neem nu de wilde zwijnen. Bosch: 'Die waren een stuk vrijer. Ik zag ze aan het eind van de middag al gewoon de Planken Wam buisweg oversteken. Normaal gesproken zie je ze overdag nooit. Of je moet door het bos heen, dan jaag je ze bij wijze van spreken voor je uit.' Het zijn overigens rare beesten, die wilde zwijnen. Zo hebben ze bijvoorbeeld slechte ogen. Het is Bosch wel overkomen dat ze recht op hem af kwamen rennen, op de vlucht voor iets. 'Wilde zwijnen ruiken en horen heel goed. Ze ruiken de mens van verre, alleen hebben ze vaak niet in de gaten waar die geur precies vandaan komt. Dus dan gaan ze onverstandige dingen doen. Ze hebben het idee: ik smeer hem, maar ondertussen komen ze recht op je af.' Het helpt dan om wat lawaai te maken. Dan staan ze opeens stokstijf stil, denken hard na over de positie waarin ze verkeren en draaien dan meestal om.

Voordat de mensen weer komen, wil de beheerder ons graag laten zien hoe vrij de wilde zwijnen, de reeën en de edelherten zich nu nog voelen, maar het lijkt er niet van te komen op deze laatste rustige dag op de Veluwe. We rijden voor het onweer uit, op weg naar de Valenberg. Daar zouden we nu grote kans hebben op het waarnemen van reeën en herten, ware het niet dat het regent. Er schieten konijnen voor de auto langs, maar dat is niet bijzonder. Dan, toch, steekt er een ree over. Aan de overkant, in de struiken, kijkt hij nog even om en loopt dan door. Op de Valenberg is het uitzicht over het open Mosselenveld adembenemend. De lucht kleurt zwart achter de bomen, dan groen, dan geel, dan weer zwart. 'Mooier kun je het hier niet meemaken,' mijmert Bosch. Alleen: er is geen beest te zien, hoe de beheerder ook tuurt door zijn verrekijker. 'Niets,' zegt hij. 'Niets.' Net als we willen omdraaien naar de auto zien we een jonge ree, die rustig van struik tot struik huppelt. Dan breekt het onweer los, en een regenbui van het type wolkbreuk. Het reetje verdwijnt.

'Het is een experiment dat niemand ooit had kunnen verzinnen', zegt de voorlichter even later, terwijl de regen klettert op het dak van de auto waarin we schuilen. Hij doelt op de sluiting van de natuurgebieden die, zo benadrukt hij, toch vooral een treurige aanleiding heeft en voornamelijk nadelige gevolgen. Voor natuurorganisaties, voor het welzijn van de potentiële bezoekers en voor het toerisme. In zijn opsomming heeft hij het overigens voornamelijk over kostenposten voor Natuurmonumenten. Maar ook inventarisaties komen in het gedrang, het oogst- en zaaiwerk en het 'selectieve beheer'. Zo moesten de grazers op stal. Dat betekent niet alleen dat ze niet in hun natuurlijke element zijn, maar ook dat ze niet grazen waar gegraasd moet worden. Want grazers grazen selectief en zo ontstaat variëteit. Dat is de functie van grazers. Beheerder Bosch heeft nog wel een voorbeeld. 'Wij huren ieder voorjaar een schaapskudde voor een paar weken. Het voordeel van schapen is dat je ze op één plaats kunt houden. Daar laten we ze in een week al het gras opeten, terwijl ze de hei laten staan. Want die struikhei is op dat moment nog niet smakelijk. Op die manier doe je iets aan het behoud van de hei. Maar dat heeft dit jaar niet kunnen plaatsvinden.'

Desalniettemin is het ook leerzaam, natuur die zich noodgedwongen zomaar twee maanden natuurlijk ontwikkelt.

Machiel Bosch: 'Je ziet nog eens goed dat de gelijktijdige aanwezigheid van mens en dier een wankel evenwicht oplevert.'

'Nou ja, wankel. Het is een evenwicht,' verbetert de voorlichter.

Bosch: 'Deze periode leert ons dat mensen, ook al komen ze hier met de beste bedoelingen, toch nogal wat invloed hebben op het gedrag van de dieren. Maar als natuurorganisatie wil je eigenlijk twee heren dienen. Je wilt dat die dieren zich thuisvoelen, dat ze zich natuurlijk kunnen gedragen, maar uiteraard kun je het niet maken om te zeggen: 'Sorry mensen, jullie mogen hier niet binnenkomen. Al is het maar omdat je dan het draagvlak voor natuurbescherming kwijtraakt.'

Maar voelt het edelhert, nu die niet meer noodgedwongen hoeft te lummelen in het bos, zich nu beter?

Bosch: 'Jawel. Maar ook als er wel mensen zijn kan hij naar open plekken waar recreanten niet kunnen komen. De herten lijden niet aan stress. Er is me ook al gevraagd of er nu, vanwege de rust, een geboortegolf gaat plaatsvinden op de Veluwe. Een beestenboom. Maar dat is onzin. De voortplanting geschiedt gewoon volgens de vastgestelde natuurlijke cyclus. En herten zijn bovendien pas bronstig in het najaar.'

Het blijft stromend regenen. Dus keren we enigzins mismoedig terug, al slingerend over zandpaden die langzaam modderig worden. Bosch vertelt dat hij en zijn medewerkers goed in de gaten hebben gehouden waar de beesten zich in de afgelopen tijd bij voorkeur vertoonden. Dat kan gevolgen hebben voor de aanleg van toekomstige wandel- en fietspaden. 'Kennelijk voelen de beesten zich op sommige plekken lekker. Door je terrein inrichting kun je er voor zorgen dat ze die favoriete plekken ook als er wel mensen zijn kunnen blijven benutten.' Een voorbeeld van een favoriete plek? 'De edelherten hebben een voorkeur voor voormalige landbouwgronden. Door de jarenlange bemesting is dat rijkere grond. Daar staat simpelweg een smakelijker hap danellipsewacht, stop, kijk nou!'

Zowaar een zwijn. Midden in het open veld. 'Dit is echt een verrassing,' juicht Bosch ingehouden. Langzaam rijden we dichterbij om de fotograaf zijn werk te laten doen. 'Kijk, hij blijft gewoon staan.' Het zwijn kijkt op, bespeurt onraad en rent op een drafje weg.

Het wordt iets lichter en we draaien een laatste, moeilijk toegankelijk bospad in. Je weet maar nooit. En jawel, binnen honderd meter ontwaren we twee reeën. We staan op dertig meter afstand, maar ze lopen niet weg. Het moet niet gekker worden. Maar even verder stuiten we op drie weldoorvoede zwijnen. We kunnen ze nog net niet aanraken. Van mismoedigheid is nu geen sprake meer. Bosch: 'Zie je hoe makkelijk ze zich laten zien? En nu is het nog slecht weer ook.'

Het ontbreekt er nog maar aan dat we ook het Veluwse pronkstuk, het edelhert zien. Daarvoor is de laatste kans een akker achter een beheerschuur, vlakbij het beginpunt van de excursie. 'De kans is bijna nihil', expliceert de beheerder. Maar ook hij kan zich vergissen. In het weiland, aan de overkant, tegen de bosrand aan, zien we niet één, maar zes edelherten. Pas als we echt dichterbij gaan komen schrikken ze op, sprin gen over het hek en verdwijnen het bos in.

En nu, nu de tocht ten einde is, is pes simisme omgeslagen in euforie. En een lichte onrust. Want morgen komen de mensen weer.

Meer over