Het vredesproces als levensdoel

De Noord-Ierse politici John Hume en David Trimble krijgen de Nobelprijs voor de Vrede, voor het vredesakkoord dat eerder dit jaar is gesloten....

BERT WAGENDORP

IN HET HUIS van John Hume in Derry hangen twee posters. Op de ene staat John F. Kennedy en een citaat: 'Eén man kan een verschil maken, maar elke man moet dat proberen.' De andere poster laat Martin Luther King zien, tijdens die beroemde 'I have a dream'-speech.

John Hume, geboren in een arbeidersmilieu in Derry in 1937, heeft ook een droom en tracht die nu al veertig jaar te verwezenlijken met een bijna onvoorstelbaar doorzettingsvermogen, keer op keer als een van nieuwe hoop en inspiratie vervulde Fenix oprijzend uit de as van alweer een tegenslag.

Hume, een katholiek die afstamt van Schotse calvinisten, herinnert zich nog levendig wat zijn vader in 1947 tegen hem zei tijdens een bijeenkomst van Ierse nationalisten. 'Laat je er niet mee in.' Op Hume juniors vraag waarom niet, luidde het antwoord: 'Vlaggen kun je niet opeten.'

Pragmatisme en een sterk sociaal engagement zijn altijd de hoekstenen van Humes politieke overtuiging gebleven. In een verdeeld Noord-Ierland valt niet te leven, daarom raakte hij betrokken bij de zoektocht naar vrede. Zijn politieke loopbaan begon aan het einde van de jaren vijftig, na een mislukte priesterstudie, in de katholieke Bogside van Derry. Daar zette hij zich in voor verbetering van de woonomstandigheden. Eind jaren zestig stond Hume vooraan in de beweging voor emancipatie van de katholieken.

Maar waar een plaatsgenoot als Martin McGuinness snel radicaliseerde en koos voor de weg van geweld, bleef Hume geloven in geweldloosheid: 'de oude manier van oog om oog maakt iedereen blind'. Hume vond ook dat Noord-Ierland bij Ierland hoorde, maar wenste daarvoor geen bommen te gooien. In 1970 stond hij aan de wieg van de Sociaal-democratische en Labour Partij, die een oplossing middels dialoog voorstond.

Vanaf het allereerste begin was Hume betrokken bij de pogingen tot een vreedzame oplossing te komen, hij maakte in 1973 al deel uit van de tot mislukking gedoemde 'Executive' die voortkwam uit de Sunningdale-overeenkomst. In de jaren tachtig was hij een van de krachten op de achtergrond van de Anglo-Ierse overeenkomst, die Ierland voor het eerst invloed gaf op de ontwikkelingen in het noorden.

Humes volgende belangrijke stap was de toenadering tot Gerry Adams, in 1988. Hume zag toen al als een van de weinigen dat de republikeinen bij het vredesoverleg betrokken moesten worden, wilde dat ook maar de geringste kans van slagen hebben. En ondertussen trachtte Hume Adams ervan te overtuigen dat niet de Britse aanwezigheid in Noord-Ierland het grootste probleem was, maar de verdeeldheid tussen nationalisten en unionisten.

In 1993 heropende Hume zijn dialoog met Adams, ondanks hevige kritiek van de unionisten. Maar met Hume als intermediair tussen regeringen en Adams, kwam het in de zomer van 1994 tot een staakt-het-vuren van de IRA. Hume verkeerde in de stellige overtuiging dat de burgeroorlog definitief voorbij was, wat een vergissing bleek te zijn.

Maar ook die kon hem er niet onder krijgen: Hume bleef geloven in vrede, bleef praten met Adams, bleef zijn invloed aanwenden in Londen, Brussel - hij is ook europarlementariër - en Washington. Hoezeer de inspanningen voor vrede hem sloopten bleek in de hete zomer van 1996, toen hij instortte en in een zwarte depressie belandde. Maar Hume keerde terug, en hervatte zijn werk.

'Ik heb buiten het vredesproces nu eenmaal geen interesses', zei hij. Even overwoog hij zich in 1997 in de strijd om het Ierse presidentschap te gooien - hij zou zeker hebben gewonnen - maar hij zag daarvan af: het vredesproces was nog niet voltooid.

Dat is het nog steeds niet. Maar als het zover komt, dan mag John Hume zich de belangrijkste architect van het voltooide bouwwerk noemen. Daarvoor kreeg hij vrijdag alvast de ruimverdiende beloning, waarmee hij en passant het bescheiden St. Columb's College in Derry de tweede Nobelprijslaureaat binnen twee jaar bezorgde: in 1996 won Humes plaats- en oude schoolgenoot Seamus Heaney de Nobelprijs voor de literatuur.

Meer over