Het voorgevoel van Janacek

Leos Janacek componeerde zijn Sonate 1.10.1905 voor piano na een incident in de straten van Brno. Onlusten tussen Duitstalige en Tsjechische burgers waren onderdrukt door het leger....

Roland de Beer

De geschokte Janacek gaf zijn sonate de titel Straatscène. Het eerste deel noemde hij Voorgevoel. Deel twee: De dood. Wie geen weet heeft van de voorgeschiedenis (de verwijzing naar de Straatscène verdween weer, de andere bleven), zal dat 'voorgevoel' en 'de dood' accepteren, als hij Andras Schiff dit hoogst melancholische stuk hoort spelen op zijn nieuwe cd met solowerken van Janacek. Dat de luisteraar zich een straattumult met fatale afloop voor de geest zal halen, is bij deze intieme klanken minder waarschijnlijk. Eerder dringt zich het beeld op van een eenzame stervende, bekropen door ontreddering (deel 1); getroost door de Man met de Zeis (2).

Zo heeft al het pianowerk van Janacek een hoogst suggestieve, poëtische kwaliteit, maar gek genoeg kost het juist bij Janacek soms moeite je te verplaatsen in de oorspronkelijke ingevingen. Het bitterzoete wiegelied dat de cyclus Po zarostlem chodnicku ('Op een overwoekerd pad') opent onder het motto 'Onze avonden', zou misschien beter 'Gescheurd behang in een kinderkamer' kunnen heten.

Hoe dat zij, het blijft onverklaarbaar dat er maar zo weinig pianisten zijn die iets in het betoverende piano-oeuvre van Janacek zien. In de meesterseries zul je de naam Janacek niet tegenkomen. Ook op de plaat heeft het voorbeeld van Rudolf Firkusny, de pianist die rond 1970 een kleine opleving ontketende, maar weinig navolging gekregen (al droegen de pianisten Mikhail Rudy en Leif Ove Andsness later een bescheiden steentje bij).

Nu is 'piano-oeuvre' ook een groot woord voor een handvol miniaturencycli en een onvolledige sonate - het piano-oeuvre van Janacek bestaat vooral uit weggegooide onderdelen. Janaceks biograaf Jaroslav Vogel maakte ooit de absurde opmerking dat Janaceks piano-idioom 'tamelijk onpianistisch' is, en goedbeschouwd begon de ellende al bij Janacek zelf, die vlak voor de première van zijn sonate in Brno het manuscript uit handen van de pianiste rukte, en tot haar verbijstering het derde deel in brand stak.

Aan de pianiste (Ludmila Tuckova) is het te danken dat de delen 1 en 2 nog bestaan. Ze had ze wijselijk al gekopieerd, toen Janacek ze na een tweede uitvoering in de rivier gooide ('Het papier bolde op als een stel zwanen').

Andras Schiff brengt het indrukwekkende restant met de kwijnende aanslag die, als hij Mozart of Schubert speelt, sommigen in verrukking brengt en anderen irriteert. Maar onbetwistbaar is zijn affiniteit met Janaceks zeer particuliere, quasi-naïeve melodiek, zijn zoetschrijnende harmonieën, frenetiek roffelende tegenmotieven en grillige stemmingswisselingen. Van V mlach ('In de mist') maken we zelf 'Het vervallen sanatorium Zonnestraal'.

Meer over