Reportage

‘Het vogelgriepvirus dat rondgaat in de Gelderse Vallei, dat is het horrorscenario’

Met besmettingen in Lunteren en Barneveld heeft de vogelgriep het hart van de Nederlandse pluimveesector bereikt. Deskundigen, pluimveehouders en bestuurders zijn er alles behalve gerust op.

Pieter Hotse Smit
De bedrijven in de omgeving van het besmette bedrijf worden geruimd.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
De bedrijven in de omgeving van het besmette bedrijf worden geruimd.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De stoffige zandweg langs kippenboerderijen in Lunteren is niet gemaakt voor de zware vrachtauto’s als die van Air Liquide en Jongeneel Transport, maar het kan deze woensdag niet anders. Ze zijn gekomen om honderdduizenden kippen te vergassen.

Met veertig getroffen pluimveebedrijven en zo’n 2,5 miljoen geruimde dieren kampt Nederland dit seizoen met de grootste vogelgriepuitbraak in jaren. Tot overmaat van ramp heeft het virus in de nasleep nu ook de Nederlandse pluimveehouderij in het hart getroffen. In de Gelderse Vallei, het meest pluimveedichte gebied van Europa, was het eerst meerdere keren raak in Lunteren, toen in Barneveld en Voorthuizen, en toen nogmaals in Lunteren. Daar werden woensdag 280 duizend kippen afgemaakt op een bedrijf. Vijf bedrijven in de buurt zijn preventief geruimd.

Het roept herinneringen op aan rampjaar 2003, toen in Nederland zo’n 250 bedrijven werden getroffen door vogelgriep en praktisch de hele Gelderse Vallei werd geruimd. Pluimveehouder Pieter Bouw uit Voorthuizen denkt niet graag terug aan die tijd. De onzekerheid vond hij toen, als 32-jarige boer, gekmakend. Om zich heen ging het ene na het andere bedrijf eraan. ‘Ik ging bijna denken: laten we het maar krijgen, dan maken we de boel schoon en is het klaar.’

Geleefd door de NVWA

Niet dat het hem koud liet toen hij uiteindelijk hoorde dat hij preventief aan de beurt was voor ruiming. ‘Je hebt elke dag voor die dieren gezorgd, dat doet toch iets met je’, zegt Bouw. Het was een tijd waarin hij naar eigen zeggen ‘werd geleefd door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit’.

De NVWA neemt nog dezelfde dag de regie op het erf over nadat vogelgriep is vastgesteld. Behalve het getroffen pluimveebedrijf, worden in een straal van een kilometer alle kippen preventief geruimd. De stallen worden luchtdicht gemaakt, om stress te voorkomen gaat het licht uit, waarna er langzaam CO2 naar binnen wordt gespoten en de dieren uiteindelijk stikken.

Eieren worden vernietigd in het door vogelgriep getroffen Lunteren. Beeld Marcel van den Bergh
Eieren worden vernietigd in het door vogelgriep getroffen Lunteren.Beeld Marcel van den Bergh

Langs de zandweg in Lunteren is te zien hoe voor vertrek de grote laadbakken achter een vrachtauto worden gedesinfecteerd, voordat ze met de kadavers en eieren vertrekken richting ‘destructor’ Rendac, het bedrijf dat de resten verwerkt. De stal wordt vervolgens ontsmet en moet dan twee weken dicht blijven. Pas daarna mag de boer erin om mest, stof en voerresten eruit te halen en schoon te maken. Dan volgen nog twee ontsmettingen, afgewisseld met periodes van wachten. Al met al is een boer een half jaar verder voordat een kip er weer een ei voor de verkoop legt.

Gedupeerde boeren krijgen weliswaar vanuit Europa, Den Haag en een sectorfonds vergoedingen voor de geleden schade, maar niet voor de tijd dat er geen ei te vinden is in de stal. Dat was zwaar, maar tranen vloeiden er niet bij pluimveehouder Bouw. ‘Ik dacht al snel: hoe zorg ik dat ik straks weer door kan?’ Bijna twintig jaar later denkt hij er weer zo over, al ontvangt hij uit angst voor besmetting liever zo min mogelijk mensen op zijn erf.

Emotie

Niet iedereen is zo nuchter als Bouw, weet de Barneveldse burgemeester Jan Luteijn (SGP). Op de vergadertafel in zijn kantoor liggen twee stressballen in de vorm van eieren. Hij grijpt er dezer dagen nog niet naar, al houden de besmettingen in zijn regio hem wel elke dag bezig. De getroffen boeren belt hij altijd persoonlijk, maar niet binnen 24 uur. ‘Dan zitten ze vaak nog te hoog in de emotie.’

Barneveld is de kippenhoofdstad van Nederland; het Pluimveemuseum huist er niet voor niets. Het vervult Luteijn zichtbaar met trots als hij spreekt over de bedrijven die zijn ontstaan uit de kippenhouderij. Zoals Moba en Jansen Poultry, die met sorteermachines en stalsystemen vanuit Barneveld de wereld over gaan.

null Beeld

Caring Vets, een groep bezorgde dierenartsen, kijkt heel anders aan tegen de Gelderse Vallei. En ziet het juist als broedplaats voor een zoönose als de vogelgriep, die uiteindelijk gevaarlijk zou kunnen worden voor de mens. Dit risico is klein, maar bij ruimingen is desondanks de GGD aanwezig om de uitvoerders in beschermingspakken te voorzien van antivirale middelen.

De burgemeester van Barneveld vindt het uitbreken van de vogelgriep niet het moment om die discussie over de intensieve veehouderij aan te zwengelen. ‘Na een ruiming ga ik niet tegen iemand met tranen in de ogen zeggen: U bent wel erg groot geworden.’ De omvang van de pluimveestapel is volgens hem bovendien aan hogere overheden en wetenschappers – ook al verleent zijn gemeente de stalvergunningen.

Dodelijke variant

Van stikstof tot dierenwelzijn, er zijn volgens vogelgriepexpert Nancy Beerens van Wageningen Bioveterinary Research genoeg redenen om de veehouderij in Nederland minder intensief te maken. ‘Vogelgriep is daar een van’, zegt ze.

Niet eens zozeer vanwege de mogelijkheid dat nieuwe vogelgriepvarianten in Nederlandse stallen zullen ontstaan, zoals gebeurde in rampjaar 2003. Een paar jaar ervoor was dit voor het eerst in Azië gebeurd, toen een milde variant die heel normaal is onder wilde vogels muteerde bij staldieren tot een dodelijke variant. Sinds 2003 is dankzij een streng alarmeringssysteem geen vogelgriepvariant meer ontstaan in Nederland. Het gevaar voor de Gelderse Vallei is volgens Beerens vooral dat wilde vogels met een dodelijk virus van elders hierheen vliegen, zoals in vijf van de afgelopen acht jaar gebeurde.

De kans dat ze de Gelderse Vallei bereiken is weliswaar relatief klein, omdat er voor watervogels weinig te doen is. Maar als het dan toch gebeurt en een ongelukkige boer bijvoorbeeld met vogelpoep van een besmette wilde vogel aan zijn laars de stal binnenloopt, zijn de risico’s met honderden opeengepakte bedrijven ineens enorm.

Cruciaal zijn de komende twee weken, als de geruimde stallen hermetisch dicht zitten. Blijven nieuwe besmettingen uit, dan is Beerens er wat geruster op. ‘Want het vogelgriepvirus dat rondgaat in de Gelderse Vallei, dat is het horrorscenario.’

Meer over