AnalyseKoers Shell

Het verlies van Shell was nog nooit zo hoog. Waarom krijgen de aandeelhouders dan toch meer dividend?

Shell boekt het grootste verlies uit zijn geschiedenis. En wat doet de concernleiding? Die verhoogt het dividend. Waarom?

Een medewerker van Shell vult een auto met waterstof in Vancouver, Canada.  Beeld via REUTERS
Een medewerker van Shell vult een auto met waterstof in Vancouver, Canada.Beeld via REUTERS

Topprioriteit, noemde topman Ben van Beurden verhoging van het dividend, nadat Shell donderdag een jaarverlies van bijna 22 miljard dollar over 2020 bekend had gemaakt. Omgerekend is dat ruim duizend euro per Nederlander, of zo’n twaalf volle tanks benzine.

Shell zit diep in de problemen. Door corona stortte de vraag naar olieproducten in en liepen de inkomsten terug, terwijl de kosten hoog bleven. Daarop besloot de bedrijfsleiding vorig jaar zeven- tot negenduizend banen te schrappen, ongeveer een tiende. Daarnaast heeft Shell een schuldenberg van ruim 75 miljard dollar.

Niettemin stijgt het dividend nu met 4 procent. Hetzelfde gebeurde ook al afgelopen najaar, toen de problemen vanwege covid nog veel groter waren. Waarom moet dividend in deze tijd omhoog, terwijl duizenden werknemers hun baan verliezen? Waarom stelt Shell het belang van de aandeelhouder voorop?

Daar is een goede reden voor, zegt analist Jos Versteeg van InsingerGilissen. Shell heeft vorig jaar april, midden in de coronacrisis toen olieprijzen op de termijnmarkt korte tijd negatief waren, zijn dividend drastisch verlaagd: van 47 dollarcent per kwartaal naar 16 cent. Daar kwam afgelopen najaar dus 4 procent bij en begin dit jaar weer, waardoor het nu op 17,35 cent per kwartaal staat.

In dit tempo duurt het bijna een kwarteeuw voor het oude dividendniveau weer bereikt is. Tegen die tijd moet Shell volgens zijn eigen beloften al bijna van de olie af zijn. Die verhoging stelt feitelijk dus niet zo veel voor en is vooral bedoeld beleggers gerust te stellen.

Rauw op het dak

‘Dat oude niveau gaan ze nooit meer halen’, zegt Versteeg. ‘Het dividend was ook gewoon te hoog voor wat Shell verdiende.’ Niettemin kwam de forse verlaging veel beleggers afgelopen voorjaar rauw op het dak vallen. Die waren sinds de Tweede Wereldoorlog gewend aan stabiele inkomsten uit hun stukjes Koninklijke Olie. Voor veel beleggers, zoals grote pensioenfondsen, is de hoogte van het dividend van groot belang, simpelweg omdat ze het geld nodig hebben, zegt Versteeg.

Verlaag je het dividend, dan gaan je stukken in de verkoop, daalt de koers en dat heeft allerlei nadelige effecten. Een lagere koers betekent immers een lagere marktwaarde en dat maakt het lastiger geld van de kapitaalmarkt te halen. Bijvoorbeeld door nieuwe aandelen uit te geven (die dan immers minder opleveren), maar ook om schulden te herfinancieren. En de schuld (ondanks alle problemen wist Shell die afgelopen jaar met 4 miljard te verlagen) zit al boven het maximum van wat het concern verstandig acht.

Hier komt een tweede probleem om de hoek kijken: Shell heeft nog maar voor ongeveer acht jaar bewezen oliereserves. Om deze te vergroten, zijn investeringen nodig. Die kunnen alleen gedaan worden met leningen, of als de olieprijs zich herstelt tot een hoog niveau. Dat laatste zit er niet in. Kijk naar de Verenigde Staten, zegt Versteeg. Dat land zit op een enorme plas schalie-olie en heeft daarmee de oliemarkt permanent veranderd. ‘Alleen al een veld als Texas Permian heeft een potentiële productie zo groot als Irak, ’s werelds een na grootste olieproducent.’

Amerika kan de markt dus overspoelen met olie. ‘Die schaliejongens hebben zich redelijk ingehouden de afgelopen tijd’, zegt Versteeg. Toen de olieprijs onder de 35 dollar was, was de schalie-industrie weinig rendabel. Maar nu olie weer rond de 50 dollar per vat schommelt, wordt het interessant de installaties weer op stoom te brengen.

Schalie-olieboeren

Dat gebeurt ook: het aantal actieve schalie-oliebronnen is nu alweer 70 procent hoger dan tijdens het vorige dieptepunt, al is in absolute zin het aantal nog laag. Als de prijs boven de 60 dollar stijgt, zegt Versteeg, reken maar dat de Amerikaanse schalie-olieboeren weer all out gaan. Meer olie betekent lagere prijzen. ‘Dus de honderd dollar wordt nooit meer bereikt.’

Extra vraag zal er evenmin komen om de prijs op te drijven, denkt Van Beurden ook. De vraag naar olie is over zijn hoogtepunt heen, onder meer door de opkomst van duurzaam. Dus moet Shell leren leven met een lagere olieprijs. Dus moet er personeel weg om kosten te besparen. En moet het dividend voorzichtig weer omhoog, om te voorkomen dat de koers nog verder wegzakt.

Een lagere koers brengt nog een bedreiging mee; dat het concern wordt opgekocht en gesaneerd. Ooit ondenkbaar, maar olieconcerns hebben de laatste jaren veel van hun waarde verloren. Zo verdween ExxonMobil, decennia lang Amerika’s grootste concern, afgelopen zomer uit de Dow Jones Industrial, de index van dertig belangrijkste Amerikaanse bedrijven.

Mogelijk leidt alle misère er zelfs toe dat Shell zal fuseren. Ook dit scenario is niet langer ondenkbaar: deze week werd bekend dat Exxon en Chevron fusiebesprekingen hebben gevoerd.

Lees meer over de oliemalaise

Corona duwt Shell diep in het rood: duizelingwekkende 22 miljard dollar verlies

Coronacrisis deelt ongekende dreun uit: miljardenverliezen BP en ExxonMobil

Shell gaat acht raffinaderijen afstoten: ‘Olie zal nooit meer worden wat het was

Shell offert het heiligste: de dividenduitkering gaat omlaag

De drie plagen van Shell: corona is nog het minste probleem

Meer over