Het verhaal van Kieft wekt vooral medelijden

Sylvia Witteman

Wim Kieft stond vroeger in alle schoolagenda's, tussen foto's van Bowie, de Bee Gees en ZZ Top. Ik vond hem niet aantrekkelijk, want veel te blond, maar hij had een integer, vriendelijk hoofd, prettig om naar te kijken. Toen ik eenmaal van school af was, vergat ik die hele Kieft: maar als je dan 35 jaar later hoort dat die man met datzelfde integere hoofd een godsvermogen aan coke heeft opgesnoven, dan wil je zo'n boek toch wel even lezen.

Michel van Egmond, die ook van Gijp al een verbijsterende hoeveelheid exemplaren verkocht, schreef Kiefts geschiedenis op. Een volksjongen uit de Indische buurt wordt beroemd voetballer, worstelt met angsten en onzekerheden, raakt aan drank en drugs, verliest zijn vrienden, gezinnen, geld, en belandt uiteindelijk in de schuldsanering, met een paar tientjes om van te leven.

Vier flessen wijn en 8 gram coke per dag kreeg hij wel weg, als hij een beetje op stoot was. Respect. Paul Onkenhout schreef in deze krant hoe hij zich ergerde aan Kiefts 'klassieke junkengedrag, zijn slapheid, zijn leugens en zijn gewoonte om zijn verslaving een ziekte te noemen'. Allemaal wáár. Maar het verhaal van Kieft wekt toch vooral medelijden.

Van al die coke werd hij zo paranoïde dat hij meestal in hotels zat omdat hij niet in zijn eigen huis durfde te zijn. En dan nóg zette hij een stoel onder de deurkruk, om zich te beveiligen tegen de ingebeelde demonen. En dan nóg kon hij niet slapen. Arme Kieft. Ja, nu is hij er vanaf. Zegt hij. Maar op het eind ga je toch twijfelen of dat wel voorgoed is, want hij drinkt weer 'af en toe een glaasje wijn'.

Ontroerend in het boek zijn de details. Hoe Kiefts moeder een te groot, rood colbert voor hem koopt bij de Kwantumhallen omdat hij 'er toch een beetje netjes uit moet zien'. Hoe hij op zijn 19de met zijn 17-jarige vrouw naar Pisa verhuist, zwetend in datzelfde colbert, omdat hij nooit eerder in Italië is geweest en zich niet gerealiseerd heeft dat het daar vrij warm kan zijn.

Verder heeft het boek nogal wat minpunten. Zo komt die kopbal tegen Ierland wel érg vaak terug, wordt de zoveelste beschrijving van een terugval wat langdradig, blijft Kiefts relatie met ouders, vrouwen en kinderen raar onderbelicht, en er komt er zorgwekkend weinig seks in voor (nee, dan dat boek over Andy van der Meijde!); wel veel voetbal natuurlijk.

De ene lezer is meer geïnteresseerd in het zuipen en snuiven, de ander in het voetbal, dat is een kwestie van smaak. Maar zelfs als je niets overslaat, heb je het in een paar uur wel uit. Sommige mensen zullen in zo'n geval het gevoel hebben dat ze een lekker boek hebben gelezen, ik voelde me vooral genaaid. Een klein zetspiegeltje met enorme marges, forse letters, en dubbele regelafstand, ja dan kun je nog best een tamelijk dik boek maken van iets dat in feite weinig meer is dan een ragdun uitgewalst interview.

Nou ja, Kieft kan het geld goed gebruiken, zullen we maar zeggen.

Arme jongen.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over