Het veredelde orgel voorbij

Over Jean Michel Jarre is vaak nogal meesmuilend gedaan. Maar zijn klanktapijten inspireren de dj's van nu. Door Gijsbert Kamer..

In 1979 trok hij een miljoen mensen naar de Place de la Concorde in Parijs, 1,3 miljoen mensen zagen hem in 1986 optreden in Houston en het Rode Plein in Moskou liep in 1997 vol met maar liefst 3,5 miljoen Russen. Drie keer haalde Jean Michel Jarre (59) het Guinness Book of Records met de bezoekersaantallen van zijn concerten, maar volgende week biedt Carré plaats aan nog geen tweeduizend bezoekers.

Jarre staat daar niet alleen op het podium. Afgezien van tientallen oude analoge synthesizers en andere prehistorisch ogende elektronische klankopwekkers, staan er naast hem nog drie andere toetsenwonders op het podium. Want voor de Live In Your Living Room-uitvoering van Oxygene, dinsdag in Amsterdam, heeft Jarre vier paar handen nodig.

Een voorproefje van de naar Jarres maatstaven zeer kleinschalige show in Amsterdam biedt een vorig jaar verschenen dvd. Daarop is al te zien hoe het viertal Oxygene onder handen neemt. Deze opname en de huidige Europese tour markeren het dertigjarig jubileum van de plaat die in Frankrijk in 1976 verscheen en waarvan Oxygene IV in de zomer van 1977 een wereldhit werd. Het is nog altijd een van de wonderlijkste successen uit de popgeschiedenis, en ook een wat vergeten hoofdstuk.

Want los van het Guinness Book of Records komt Jarre nauwelijks in de naslagwerken voor. En dat terwijl hij zijn tijd in veel opzichten ver vooruit was. Hij was niet de eerste die albums vol speelde met louter instrumentale elektronische muziek; daarin waren vooral de Duitse band Tangerine Dream en de muzikant Klaus Schulze hem voorgegaan. Ook was hij niet de eerste die een elektronische wereldhit op zijn naam zette, in 1972 prijkten talloze versies van Popcorn al in veel landen bovenaan de hitlijsten en ook Kraftwerk ging hem in 1975 voor met Autobahn. Maar hij was wel de eerste muzikant die voor zijn plaatopname niet de studio in hoefde. Oxygene werd gewoon thuis opgenomen, en een enorm succes. Twaalf miljoen stuks gingen er van het album over de toonbank. Het maakte van Jarre het succesvolste Franse exportproduct in de popmuziek. Een knappe prestatie voor iemand die zijn muziek aanvankelijk nergens kon slijten.

Jarre had een achtergrond als componist van moderne muziek, en studeerde onder de vermaarde Pierre Schaeffer. Hij wilde met die kennis een brug slaan tussen experimentele muziek en pop, maar vond daarmee nauwelijks gehoor. De platenmaatschappijen konden aanvankelijk niks met zijn Oxygene. Geen zang, geen liedjes, geen echte titels (de nummers heetten Oxygene I tot en met Oxygene VI), en dan was Jarre ook nog eens een Fransman, wat zoveel impliceerde als onverkoopbaar in het buitenland. Zelfs zijn moeder, zo bekende Jarre onlangs in een Britse krant, wilde hem van de plaat weerhouden. Ze vond het maar niks, een plaat vernoemen naar een gas.

Jarre liet zich niet uit het veld slaan en de plaat (met de beroemde hoesillustratie van de aardbol waarvan de korst loslaat om een schedel te ontbloten) verscheen uiteindelijk toch. Oxygene was volledig instrumentaal, maar minder abstract en moeilijk te doorgronden dan het werk van zijn Duitse collega’s. Het achterliggende thema, zo liet Jarre indertijd weten, was zijn zorg over de luchtvervuiling en het milieu, en ook daarmee liep hij vooruit op de trend onder popmusici soortgelijke betrokkenheid met nadruk te etaleren.

Oxygene was dan wel een groot succes, critici hadden er geen enkele interesse in. Disco en punk waren in 1977, toen de plaat ook buiten Frankrijk verscheen, de overheersende modes, en daar paste de breed uitgesponnen klanktapijten van Jarre in het geheel niet tussen. Bovendien had Jarre een grote hit, en dat maakte hem ook al verdacht in een tijd waarin nog een strikt onderscheid gold tussen ‘artistieke’ lp-muziek en ‘commerciële’ hitparadepop.

Met terugwerkende kracht kun je stellen dat Jarre met deze receptie groot onrecht is aangedaan. Als beginpunt van de elektronische popmuziek worden altijd Kraftwerk en het door Giorgio Moroder geproduceerde I Feel Love van Donna Summer genoemd, terwijl Jarre steevast genegeerd wordt. Net als Kraftwerk zocht ook Jarre naar een nieuwe manier om elektronica in popmuziek te integreren. Het gebruik van synthesizers en mellotrons was tot Kraftwerk en Tangerine Dream maar ook tot Jean Michel Jarre voorbehouden aan symfonische rockbands. Keith Emerson van Emerson, Lake And Palmer en Rick Wakeman van Yes gebruikten die instrumenten als een veredeld orgel, niet om een compleet ander soort compositie mee te ontwikkelen.

Jarre deed dat wel, de opbouw van Oxygene waarin lange tijd geen beat of melodie te bespeuren is, werkt langzaam toe naar een climax in het vierde stuk. Precies zoals later techno-dj’s hun set zouden opbouwen. Dance, en dan vooral de ambient-techno, en de trancevariant, is enorm schatplichtig aan Jarre, iets wat de nieuwe generatie top-dj’s als Ferry Corsten en Armin van Buuren overigens ook ruiterlijk toegeven.

Hun muziek wordt gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van bombastische elektronische strijkers. Deze strings bepaalden ook het geluid bij Jarre, die het haalde uit de Eminent 310, een orgel van Nederlands fabricaat, in de jaren zeventig vooral gemaakt voor gezinsgebruik in de huiskamer.

Vier van die inmiddels zeldzame instrumenten zullen in Carré worden bespeeld door vier paar handen. Anders dan bij de megaconcerten waar Jarre beroemd om werd, is nu wel goed te zien hoe de muziek gemaakt wordt.

Alleen de spectaculaire lichtshows zullen achterwege blijven. Ook dat was iets waarmee Jarre zijn tijd vooruit was. Hij realiseerde zich als eerste de beperkte visuele aantrekkingskracht van een man achter een toetsenbord. Om live toch te overtuigen, schonk hij steeds meer aandacht aan het licht. De muzikant op het podium deed er steeds minder toe, de synthese van geluid en licht moest het zintuiglijk genot bieden. Precies zoals later op de grote house- en rave-party’s. De één miljoen mensen die in 1979 in Parijs al naar Jean Michel Jarre kwamen kijken, zagen welbeschouwd de voorloper van dj Tiësto. Een pionier die meer krediet verdient dan een notering in het Guinness Book Of Records.

Meer over