Reportage

Het Veluwse bos heeft nageslacht nodig, maar dat is zo simpel nog niet

Europese bossen lijden onder de klimaatverandering, ook die op de Veluwe. Daar wordt een proef gedaan om het bos toekomstbestendig te maken, onder meer door aanplant van zuidelijke soorten. ‘We zijn aan het voorsorteren.’

Jonge kastanjeboompjes op de Veluwe worden beschermd door kokers om te voorkomen dat ze worden ‘gesnoeid’ door hongerig wild. De bomen moeten het bos diverser en klimaatbestendig maken.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Jonge kastanjeboompjes op de Veluwe worden beschermd door kokers om te voorkomen dat ze worden ‘gesnoeid’ door hongerig wild. De bomen moeten het bos diverser en klimaatbestendig maken.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Ja hoor, daar is er een onderdoor gegaan’, concludeert bosbeheerder Dennis Lindenbergh (29) gelaten, wijzend naar een hek van zo’n twee meter hoog. De inbreker heeft duidelijke sporen achtergelaten: aan de onderkant van het raster hangt een dikke pluk donker zwijnenhaar. ‘Eén zwijn is nog niet zo erg, maar als-ie dat gat lomp groter maakt, kunnen de herten er straks ook doorheen’, vreest de bosbeheerder.

Wie komt aanrijden bij Buitenplaats Beekhuizen op de Veluwezoom heeft even nodig de ogen te laten wennen aan de schaduw die het groen werpt op de weg. Doe je het raampje open, dan waaien de geur van vochtig bos en het gezang van merels je tegemoet. Maar de natuurpracht is bedrieglijk: de Veluwe staat onder grote druk.

Wilddruk

Slechts 14 procent van de Europese bossen is in goede staat, concludeerde de Europese Rekenkamer vorige week. De oorzaken: illegale houtkap in Oost-Europa, droogte en monocultuur. Op de Veluwe komen daar nog bij: het zwijn, het hert en de ree – oftewel, in vakjargon, ‘de wilddruk’.

‘Dit is een hol bos’, zegt Bas Lerink (27), onderzoeker aan Wageningen University & Research (WUR), wijzend naar een verzameling grove dennenbomen, met 33 procent de meest voorkomende boomsoort in Nederland. ‘Er is veel ruimte, maar weinig verjonging.’

Hier staat een generatie dennen die nageslacht nodig heeft, maar dat komt er niet van, want de jonge bomen worden opgegeten. ‘Dat willen die dieren zelf ook niet, zo’n armoedig boompje, maar honger maak rauwe bonen zoet’, verklaart Lindenbergh meelevend. ‘De zwijnenpopulatie explodeert. Zwijnen werpen zo meermaals per jaar zes biggen’, vertelt Lerink.

Dus worden gedeelten van de Veluwe omheind. De jonge tamme kastanjes die het eenzijdige dennenbos hier nieuw leven moeten inblazen, worden afgeschermd door plastic kokers. De boompjes doen het prima, totdat ze boven de rand uitkomen. ‘Dan worden ze meteen gesnoeid’, verzucht Lindenbergh. Door de herten, welteverstaan. ‘Dat is een pijnpunt, dat mag best genoemd’, zegt Lerink.

Zuidelijke soorten als risicospreiding
De kastanjes zijn onderdeel van een proef van WUR-onderzoekers die de blauwdruk voor het bos van de toekomst proberen te vinden. De keuze voor de de tamme kastanje is geen toeval, legt Lerink uit. ‘Die komt oorspronkelijk voor in het zuiden van Frankrijk. Daar is het klimaat zoals we dat hier over een jaar of vijftig verwachten. Dus we zijn aan het voorsorteren.’ ‘Pure risicospreiding’, voegt Lindenbergh toe.

Experimentele aanplant van zuidelijke soorten past in het beleid van het ministerie van Landbouw, Natuur, en Voedselkwaliteit (LNV), dat vorig jaar voor het eerst in decennia een bossenstrategie presenteerde. Het hoofddoel: 10 procent (37 duizend hectare) meer bos in 2030, want ‘de roep om meer bos klinkt steeds duidelijker in de samenleving’.

Het proefbos in de Veluwe wordt bekostigd met geld uit het Klimaatakkoord en heeft ook een rol in de bestrijding van de klimaatverandering. Binnen tien jaar moeten de geplante bomen op deze zes voetbalvelden bos jaarlijks negen à tien ton extra CO2 opslaan. Een druppel op een gloeiende plaat. Lerink: ‘De gemiddelde Nederlander is jaarlijks goed voor zo’n vijftien ton CO2.’

Kappen met kappen

Het Nederlandse bos, grotendeels aan het begin van de vorige eeuw aangelegd voor de houtproductie, is vandaag de dag als een buffetrestaurant: het moet aan ieders wensen voldoen. ‘Sommigen zeggen: kappen met kappen’, vertelt Lindenbergh. ‘Maar dan moet je al je hout uit het buitenland halen, waar bos niet altijd duurzaam wordt beheerd.’

Dus moet de Veluwe niet alleen prettig zijn voor dagjesmensen en hondeneigenaren, helpen klimaatverandering tegengaan, onderdak bieden aan het wild, maar ook kwalitatief hoogstaand hout leveren. En, nu we toch bezig zijn: het zou fijn zijn als het bos over honderd jaar nog fier overeind staat.

Dat dit laatste lang niet altijd lukt, is zichtbaar achter het hoge hek. ‘Het is een drama’, concludeert Lindenbergh, uitkijkend over een kale vlakte van zo’n 2,8 hectare. ‘In juli 2019 werden de eerste sparren bruin, in december was alles kapot.’

Extreem droge zomers veroorzaakten in de fijnsparrenpopulatie een invasie van de letterzetterkever, een vaste gast op de Veluwe. De kevers nestelden zich in groten getale in de schors van de spar, daar waar de boom zijn voedingsstoffen transporteert. De bomen werden gekapt, maar het verkochte hout leverde niet eens voldoende op om de omheining te bekostigen, en dan moesten de nieuwe bomen nog worden aangeschaft.

Plofberken uit Urk

Maar er ook kansen. ‘Zo, gaaf hier’, zegt Lerink, uitkijkend over een strook groen naast de kaalgeslagen vlakte. Het zijn flinke jongens geworden, de Urker ‘plofberken’ die Lindenbergh hier vier jaar geleden op een braakliggend stuk plantte. ‘De moederboom komt uit Urk en heeft mooi genetisch materiaal. Ze groeien mokerhard’, verklaart Lindenbergh de bijnaam, twinkeling in de ogen.

10 procent meer bos in 2030 is een ambitieus streven, zegt Lerink. Het ministerie draagt niet alle kosten en zoekt naar financiering door private partijen. ‘Die investeren gelukkig graag in het bos, uit klimaatoverwegingen', vertelt Lerink, die de doelstelling haalbaar vindt.

Toch rijst de vraag wat die 10 procent voorstelt. ‘Sommigen zeggen: het Nederlandse bos is zo’n klein stukje van de internationale puzzel, laat toch zitten’, vertelt Lerink. Zo brandde in Rusland, waar Lerink ook werkt, afgelopen jaar een oppervlakte af anderhalf keer zo groot als Nederland. ‘Maar elk stukje van de puzzel is klein, en je hebt gewoon de verantwoordelijkheid om te zorgen voor je bos’, vindt Lerink.

De vruchten van hun zorg zullen beide mannen nooit plukken, want ‘bosbeheer is vooruitkijken’, weet Lindenbergh, eeuwen vooruit. Lerink: ‘Iedere bosbeheerder is een romanticus, anders haal je hier geen genoegdoening uit.’

Meer over