‘Het vak wiskunde staat niet langer meer op een voetstuk’

Leon van den Broek organiseert al jaren de wiskundewedstrijd Kangoeroe, die, tegen de maatschappelijke antibètatrend in, maar blijft groeien en groeien....

‘Wiskunde is zo’n rijk vak. Er zit meetkunde in, logica, rekenkunde, kansberekening. Maar als je het schools brengt, is er niets aan. Je moet kinderen de lol van wiskunde laten zien.’ Leon van den Broek probeert dat in zijn wiskundelessen aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, en op scholengemeenschap Pantarijn in Wageningen. Maar vooral de internationale wiskundewedstrijd Kangoeroe, die hij in Nederland en Vlaanderen nu voor het zesde jaar organiseert, moet het plezier bij scholieren aanwakkeren. In elk geval is de deelname in tien jaar gestegen van een paar duizend tot 65 duizend in 2005. Wereldwijd deden dat jaar 3,4 miljoen kinderen van lager- en voortgezet onderwijs mee.

Waarom een wedstrijd in wiskunde?

‘Tegenwoordig is het in het onderwijs belangrijk de sleur te doorbreken. Je moet de aandacht van de leerlingen zien te pakken. Zo’n wedstrijd gaat leven op een school. Kinderen moeten het weer leuk gaan vinden ergens echt voor te gaan zitten, en uit te zoeken hoe het in elkaar zit. Ik geef toe, dat is tegen de maatschappelijke trend in. De consumptiemaatschappij is uit op makkelijk gebruik en snel genot. Ik vraag me wel eens af: zijn mensen nog wel bereid ergens over na te denken?’

De wedstrijd kent twee niveaus voor de lagere school, en twee voor het voortgezet onderwijs. Is er geen versie voor de pabo’s?

‘Toevallig is er een pabo in Leeuwarden die dit jaar meedoet. U doelt op de kwestie of wiskunde verplicht moet blijven op alle havo-profielen. Ik houd niet zo van verplichtingen. Wel vraag ik me af of je, als je het weghaalt bij de havo, nog kunt spreken van hoger algemeen vormend onderwijs.’

Universiteiten klagen dat studenten op de middelbare school te weinig wiskunde hebben gehad.

‘Het aantal uren in de bovenbouw is sterk verlaagd. Dat is een objectief gegeven. Twintig jaar geleden kreeg de bètabovenbouw vwo nog acht uur wiskunde in de week. Nu zijn dat er maximaal drie. In Vlaanderen woedt nu de discussie of het van acht uur naar zeven mag. Een heel verschil.

‘Maar ook daar is de trend dezelfde. Nederland loopt voorop in de verminderde beheersing van bètavakken. Maar ik ben ervan overtuigd dat de rest volgt.’

In PISA, de internationale vergelijking van wiskundekennis bij 15-jarigen, doet Nederland het juist goed.

‘Dat heeft veel te maken met de manier waarop de opgaven zijn gemaakt, namelijk op een manier die Nederlandse scholieren gewend zijn: met een verhaaltje eromheen, contextgebonden.

‘Het gaat er in het wiskundeonderwijs steeds meer om op eigen manieren tot de oplossing te komen.

‘Vroeger deed je als docent de som voor en liet je de leerlingen die in eindeloze variaties nadoen. Zo kunnen ze wel veel sommen maken, maar begrijpen niet waarom ze het zo doen. Zodra je formalisme invoert, dood je het begrip. Daarom proberen we aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerling.’

Het heeft niet meer scholieren verleid een exacte studie te kiezen.

‘Nog niet zo lang geleden was het belang van wiskunde voor iedereen op de middelbare school onomstreden. Moeilijk, maar het hoorde er bij. Nu is het een van de vele vakken.

‘Wiskunde staat niet meer op een voetstuk. Er zitten bijna geen exacte jongens of meiden in de Kamer, en de Nijmeegse burgemeester meldt met enige trots dat ze haar eindexamen haalde met een 3 voor wiskunde. Misschien hebben we er zelf ook aan meegedaan, als wiskundedocenten.

‘Het talent is er hier heus wel. We zijn niet dommer dan andere landen. Maar je moet er voor willen gaan zitten.

‘En er zijn in Nederland veel hoogbegaafde kinderen. Ouders maken zich terecht zorgen of hun kinderen wel voldoende worden uitgedaagd.’

Meer over