Het UCK stopt maar leeft voort

Uit het open dak van een BMW steekt een meisje fier omhoog, uit open ramen, portieren en de kofferbak hangen jongens....

De BMW kruipt al uren toeterend door de hoofdstraten van Pristina, in een eindeloze optocht van overvolle auto's met mensen die scanderen en het V-teken maken. Een optocht die vroeg in de ochtend begon en die nu, om middernacht nog steeds niet is afgelopen.

De sfeer van bevrijding hangt zaterdag opnieuw over Pristina. Aan alle huizen wappert de rode vlag met de zwarte adelaar: de vlag van de Albanezen. Uit alle luidsprekers klinkt alleen nog Kosovaarse muziek - volksmuziek, strijdmuziek. Liederen die Kosovo bezingen en vooral het UCK, het kleine bevrijdingsleger dat met zijn acties de aanzet gaf tot de verwoestende oorlog die het land grotendeels in as zou leggen, maar die het tevens zou bevrijden van Servische onderdrukking.

De hoofdstad van Kosovo eert zaterdag haar helden. Nog één keer mogen de soldaten van het UCK, het Kosovo Bevrijdings Leger, in uniform over straat. De laatste keer, voordat zondag het UCK officieel ophoudt te bestaan.

Meer dan 15 duizend mensen wachten zaterdagmiddag in het voetbalstadion op de intocht van de soldaten, die buiten in de stad proberen tussen een opdringende menigte van nog eens vele tienduizenden juichende Albanezen in paradepas te blijven lopen. De parade is de eerste, en meteen ook laatste keer dat het UCK zich daadwerkelijk in de hoofdstad laat zien. Het duurt uren voordat de soldaten, aangevoerd door opperbevelhebber Agim Ceku het ererondje door Pristina hebben volbracht en het voetbalstadion binnentrekken.

Daar wordt geen seconde de indruk gewekt dat hier afscheid van het UCK wordt genomen. Dit is een welkom, een eerbetoon aan een leger dat nooit meer zal ophouden te bestaan. 'Het UCK is het enige leger voor de bevrijding van Kosovo. Commandant Ceku en zijn mannen blijven de beschermers van Kosovo en zijn bewoners.' De ontmanteling van het UCK heet hier 'transformatie', het UCK gaat verder onder een andere naam.

Zo wordt de vorming van het 'Kosovo-Korps' hier opgevat. De kern van het UCK stapt over naar het 'Korps'. 'Ik moet wel', zegt Ardien, een jonge UCK-officier. Hij is beroeps en heeft zijn orders. Mehmet, een wat oudere commandant, zal eveneens 'van uniform wisselen', 'dat spreekt voor zichzelf'. De meeste andere mannen antwoorden: 'maar natuurlijk', op de vraag of ook zij naar het korps zullen overstappen. Van de 10.700 geregistreerde UCK-soldaten zullen er drieduizend fulltime deel gaan uitmaken van de nieuwe organisatie, en nog eens tweeduizend als reservist.

Een voortzetting van het UCK onder andere vlag mag de nieuwe eenheid vooral niet worden genoemd.

Het 'Kosovo-Korps' opgezet door KFOR, UNMIK (de VN-missie in Kosovo) en de leiding van het UCK, wordt - benadrukt KFOR - 'een civiele, ongewapende en niet-militaire organisatie'. Het korps zal worden ingezet bij 'rampenbestrijding, reddingsoperaties, humanitaire hulp, mijnopruiming en wederopbouw', aldus de samenvatting van KFOR-woordvoerder Ole Irgens.

KFOR kan niets anders zeggen. De akkoorden over Kosovo schrijven het voor. Die akkoorden verplichtten het UCK zich binnen negentig dagen te ontmantelen, en verbieden uitdrukkelijk elke militaire aanwezigheid die niet onder KFOR- of VN-commando staat.

Maar Servië en Rusland (pleitbezorger van de Servische zaak in de Veiligheidsraad van de VN) bekijken het Kosovo-Korps met argusogen. Met of zonder wapens: zij zien er een voortzetting van het UCK in en de basis voor een toekomstig leger van een onafhankelijk Kosovo.En ook dat is in strijd met de akkoorden: die gaan er nog steeds van uit dat Kosovo een deel van Servië zal blijven.

Ook aan Albanese kant lijkt niemand in een 'civiel' korps te geloven. Mehmet: 'Maar natuurlijk wordt dat een leger!' En een journalist bij de Albaneestalige krant Koha Ditore: 'Natuurlijk wordt het een civiele organisatie. Ze hebben toch geen wapens nodig zolang hier vijftigduizend gewapende KFOR-militairen rondlopen. Belangrijk is dat deze organisatie er komt: erkend en goedgekeurd door NAVO en VN. En als ze er eenmaal is, en de tijd is rijp, kun je er altijd van de ene op de andere dag een leger van maken, zonder dat NAVO en VN daar nog iets tegen kunnen doen.'

Maar dat alles is speculatie. Formeel begint maandag de aanmelding en inschrijving van manschappen voor het Kosovo-Korps, dat vervolgens binnen zestig tot negentig dagen met training en werk zal beginnen. Tegen die tijd zullen ook de 'details' geregeld moeten zijn waarover het UCK en de NAVO het nog niet eens zijn. Een van de details zouden de 'badges' zijn die tot en met zondag UCK-commandanten, hun lijfwachten en enkele manschappen het recht gaven wapens te dragen. Van dat recht doen de UCK'ers met net zoveel tegenzin afstand als van hun wapens zelf.

Met een handtekening onder een overeenkomst hadden zondagochtend UCK-opperbevelhebber Agim Ceku en KFOR-opperbevelhebber Mike Jackson het einde van het UCK willen bekrachtigen. Zover is het niet gekomen. Reden voor het uitstel zou de onenigheid zijn over het Kosovo-Korps. KFOR zou de 'details' in de overeenkomst van zondag hebben willen regelen.

Volgens KFOR woordvoerder Roland Lavoie wachtte de ondertekening ook op een verklaring waarin Ceku bevestigde dat het UCK nu al haar wapens aan KFOR heeft overhandigd. Die verklaring kon Ceku nog niet geven omdat zondagavond nog - vooral symbolische - overhandigingen zouden plaatsvinden.

Dat er verspreid over Kosovo nog onbekende hoeveelheden wapens verborgen moeten zijn, neemt KFOR voor lief. Het is onbegonnen werk om elk dorp, elk huis te doorzoeken. Bij KFOR is men al tevreden dat met de ontmanteling van het UCK elk wapenbezit illegaal geworden is.

Zaterdagavond is dat in Pristina nog niet helemaal te merken. Twee internationale politiemannen krimpen in elkaar als vlak bij hun verkeerscontrole een mitrailleur afgaat. Mensen juichen. Later klinken nog meer salvo's. Niets om je druk om te maken, meent Lavoie: 'Het schieten in de lucht is een voor de streek normale uiting van feestvreugde.'

Meer over