Het tij is gekeerd

Vanwege het verziekte leefklimaat riep de Amsterdamse politiecommissaris Ad Smit de Bijlmer uit tot 'nationaal rampgebied'. Nu gaat het beter, constateert de Volkskrant, die er meeliep met de politie en daar de komende tijd over bericht in de reeks 'Standplaats politie Bijlmer'....

Hij was net benoemd tot politiechef in de Bijlmer, toen hij een cafémet drugsdealers binnenstapte. 'Ik ben Ad Smit', zei hij. 'Ik pik nietsmeer. Het is oorlog.'

Dat maakte indruk.

De anekdote past goed bij de breedgeschouderde commissaris. Hij is eenman van lik op stuk - bereid tot overleg, maar aan lang praten heeft hijeen hekel.

Als politiebaas voerde Smit van 1994 tot 1998 strijd tegen de torenhogecriminaliteit in de Bijlmer. Hij zette speciale teams op voor de aanpak vanstraatroof en de handhaving van de openbare orde. Na een periode in deAmsterdamse binnenstad is hij sinds twee jaar, als districtschef in destadsdelen Oost en Zuidoost, opnieuw verantwoordelijk voor de Bijlmer.

De nu 53-jarige Smit woonde ook geruime tijd in de Bijlmer. Dat wasvóór de tijd dat de keurige, voor middenklassegezinnen bestemde wijk werdoverspoeld door Surinamers en Antillianen, die toen nog 'rijksgenoten'werden genoemd.

Er ontstond een multiculturele Bijlmer met meer dan 130nationaliteiten. Door hoge werkloosheid onder de bevolking en overbewoningvan de flats verloederde de buurt snel. De Bijlmer werd de wijk met deslechtste reputatie van Nederland. Ad Smit verklaarde het eigenmachtig tot'nationaal rampgebied'.

In 1995 nam de politie er meer dan twintigduizend aangiften op. Hetmagische getal van tweeduizend straatroven werd geregistreerd, wat neerkomtop gemiddeld bijna zes berovingen per dag. Het aantal auto-inbraken kwamuit op tienduizend.

Deze cijfers liggen nu aanzienlijk gunstiger. In 2005 waren er rondde achtduizend aangiften, waaronder ruim zeshonderd voor straatroof enongeveer twaalfhonderd voor autokraak. Dat dit nog veel is, hoeft niemandSmit te vertellen. En hij weet ook dat het er vermoedelijk meer zijn, omdatillegalen vaak geen aangifte durven doen.

Maar het tij is gekeerd. Smit erkent dat dit niet alleen het werk isvan de politie. Het heeft ook geholpen dat politie, justitie enhulpverlening beter samenwerken. En de grootste winst is behaald doorsloop van de voor de Bijlmer typerende hoogbouw, daar is iedereen het overeens.

De Bijlmer is opgegaan in het stadsdeel Zuidoost, waartoe ook derustige wijken Gaasperdam en Driemond behoren. Op de plaats vanflatgebouwen met honderden appartementen aan lange galerijen kwamoverzichtelijke en beter te beveiligen laagbouw. Koopwoningen trekkeninmiddels een ander type bewoner aan.

Over misdaad in de Bijlmer wordt vrijwel niet meer gesproken. Maarmoord, doodslag, drugshandel, autokraken, straatroof, ripdeals,schietpartijen, moderne slavernij, vrouwenhandel, oplichting: ook nu komenze in de Bijlmer nog geregeld voor.

Jonge agenten in de Bijlmer kijken al nergens meer raar van op. Eenpaar uur op pad met de zogeheten noodhulp veroorzaakt een reeks ervaringendie gewone burgers in een heel leven niet meemaken: het klemrijden van eenauto met een straatrover, een overvalalarm op de Diamantbeurs, de vondstvan een kluis in een sloot, de vondst van een tasje met een bivakmuts entwee plastic handboeien, het openrammen van een deur waarachter twee dievenzich zouden hebben verscholen.

Een serie aanrijdingen deed zich voor omdat er geen pekel wasgestrooid. Door de gladheid gleed een surveillancewagen van de weg. Een manlag twee weken dood in zijn flat. Er was een melding van iemand die onwelwas geworden. Een chauffeur van een lijnbus wilde niet verder rijden, omdateen passagier hem zou hebben aangekeken 'alsof ik stront ben'.

Het behoort tot de dagelijkse routine van de diender in de Bijlmer.'Pas als er meerdere ernstige incidenten tegelijkertijd plaats vinden enhet ook weer eens onrustig is rond het voetbal in de Arena, dan willen wenog wel eens zeggen: het was een onrustig avondje', typeert Ad Smit hetpolitiewerk. Aan een oudere agent vroeg een rechter eens of hij demenselijke ellende nog zag. Een gerechtvaardigde vraag.

Ook de bewoners van de Bijlmer zijn gewend aan de ellende en decriminaliteit. Een crimineel die een ruit breekt, een slapende junk in hetportiek, politie die met geweld een deur opent, een arrestatie midden opstraat, een drugsdeal- vrijwel niemand blijft er nog voor staan.

Burgers melden incidenten minder snel, merkt Smit. Dat kan te makenhebben met onverschilligheid. Maar een mogelijke oorzaak is volgens hem ook dat bewoners in het hele land niet meer rechtstreeks met hun eigenwijkteam kunnen bellen, maar eerst door een callcenter moeten zien tekomen.

Hoe dan ook, de politie hoorde pas na dagen dat iemand vanuit zijn autoschietend met een automatisch geweer langs een flatgebouw was gereden.Onlangs was er een schietpartij waarover de politie wel werd geïnformeerd.Op straat lagen bloed en kogelhulzen, maar er was geen dader en geenslachtoffer. Mogelijke getuigen zwegen.

Vier weken liep de Volkskrant mee met de politie in de Bijlmer. Veelagenten zeiden: 'Het is hier dweilen met de kraan open.' Maar ze toondenzich niet gefrustreerd of moedeloos. De een zei: 'Als we niet dweilen,overstroomt het.' Een ander stelde: 'Het is een kwestie van lange adem.'Niemand zei liever in een ander district te willen werken.

'Als we de Bijlmer met z'n vijftigduizend inwoners vergelijken met detownships van Kaapstad, komen we goed weg', zegt Smit bij aanvang van eeninspectietocht door zijn district. 'Zet je het tegenover Den Helder ofBreukelen, dan is het hier Sodom en Gomorra.'

Al is het beter dan tien jaar geleden, het slechte imago blijft deBijlmer aankleven, zegt Smit. Het scheelt ook hoe je het gebied bekijkt:'Je houdt van de Bijlmer, of niet. Ik hou van de Bijlmer.'

Hij noemt het een 'godswonder' dat de bewoners die afkomstig zijn uitzoveel verschillende landen en culturen zonder grote onderlinge spanningensamenleven. 'Het is toch geweldig dat die mensen elkaar accepteren', zegtSmit.

Tien jaar geleden begon de politiecommissaris zijn inspectie in dekelders van de flatgebouwen, waar in de bergruimten zonder water, licht ofgas driehonderd verslaafden leefden. Dit fenomeen bestaat vrijwel nietmeer. Wel zoeken verslaafden en zwervers 's nachts onderdak in detrappenhuizen van de flatgebouwen. De politie stuurt hen dagelijks weg,zegt Smit, omdat het voor de bewoners anders onleefbaar wordt.

Smit rijdt nu eerst naar Heesterveld, een buurtje waar vooralAntillianen en enkele zigeunerfamilies wonen. Het rond hoekige pleintjesgebouwde complex, dat ooit een prijs won vanwege de futuristischearchitectuur, is volgens hem al jaren een centrum van drugs encriminaliteit. 'Handhavers', zoals ambtenaren van Bouw- en Woningtoezicht,komen er niet; de vuilophaaldienst alleen nog onder begeleiding van depolitie. Hier loopt een vreemde niet geheel zonder risico.

'Het veiligheidssteunpunt is ongeveer het enige adres zonderantecedenten', zegt Smit. Geregeld zijn er confrontaties tussen bewonersen politie. De situatie in Heesterveld is al geruime tijd onderwerp vanbespreking tussen stadsdeelbestuur en politie. De commissaris dringt aanop ingrijpen: 'Zoals het nu gaat, kan het eenvoudigweg niet langer.'

Smit toont trots nieuwe buurten als 'de kleine K-buurt' en Ganzenhoef,alsof hij ze zelf heeft gebouwd. Er zijn weinig plaatsen waar verslaafdenen criminelen zich kunnen ophouden. 'De nieuwbouw is een zegen.' Ook rijdthij langs de Arena, de poppodia, de woonboulevard en de kantoren, die deBijlmer een nieuwe glans geven.

De 'grote K-buurt', met flatgebouwen als Kraaiennest, noemt hij eenverloren gebied. Hier zijn veel drugspanden. In dit deel van de Bijlmerzit ook georganiseerde criminaliteit, een zware kluif voor de wijkteams vande politie.

'Poephuizen', waar drugskoeriers hun bolletjes moeten afleveren, zijner ook. Vorig jaar werden in Zuidoost vijf doden aangetroffen. Een bolletjein de maag was geknapt. 'Als oud vuil worden ze gedumpt', zegt Smit.

Drie lijken lagen in portieken van flatgebouwen. Ook was een dodebolletjesslikker neergelegd voor de hoofdingang van het Academisch MedischCentrum. 'Om de identificatie gemakkelijk te maken, hadden ze voor ons zijnpaspoort tussen de knopen van zijn overhemd gestoken.'

Er is zoveel meer mis in de Bijlmer waaraan de politie te pas moetkomen. Zoals de gebruikersruimten, waar uitgemergelde verslaafden endealers rondhangen, en de vele bedelaars die in winkelcentrum DeAmsterdamse Poort de klanten wegjagen. Er zijn illegale cafés en eethuizenvoor Ghanezen en Nigerianen, die gedoogd worden.

Naar schatting van buurtregisseurs wonen in de Bijlmer duizendenillegale vreemdelingen, vooral afkomstig uit Ghana en Nigeria. Velen wonenmet meer dan acht mensen in een flat. In de ergste gevallen verblijven erzestien in een huis. Een illegaal betaalt minstens 250 euro voor eenmatras. Hoe komen ze aan dat geld, vragen agenten zich af. 'Met gewoon werklukt het niet hun verblijf te bekostigen. Soms krijgen illegalen voor eendag werken niet meer dan tien euro.'

Hoewel vermoed wordt dat illegale Ghanezen en Nigerianen zich bezighouden met fraude en oplichting, komen ze weinig in aanraking met depolitie. Buurtregisseurs vrezen dat de Afrikaanse jeugd wel eenprobleemgeneratie wordt. Er zijn al aanwijzingen dat deze kinderen stelenen drugs gebruiken.

En dan zijn er nog de snorders, de illegale taxichauffeurs, samen 'de motor van de Bijlmer-economie'. Vaak helpen zij de straatrovers en dedrugsdealers snel weg. Na een aantal berovingen komen officiëletaxichauffeurs liever niet meer in de Bijlmer.

Toch is het straatbeeld er veranderd, rustiger geworden. Er klinkengeen fluitjes meer als de politie nadert. De ellende concentreert zich openkele hot spots. 'In de Bijlmer hebben we het dieptepunt gehad', zegtSmit. 'Op de schaal van nul tot tien zitten we nog niet op een zeven-min,maar een drie is te laag.'

Smit voorspelt dat de Bijlmer binnen tien jaar 'een normaal, gezelligwoongebied' is, zelfs 'een van de mooiste en rustigste wijken vanAmsterdam'. Dat moet ook, zegt hij. 'Als het weer fout gaat, komt voor deBijlmer geen derde kans.'

Meer over