Het teruggevonden graf van Ramses' zonen

RAMSES II, de Egyptische 'Zonnekoning', leefde in de dertiende eeuw voor Christus en behoorde tot de negentiende dynastie die over het land aan de Nijl heeft geregeerd....

Van alle farao's is Ramses een van de meest bekende. Voor een niet gering deel dankt hij die bekendheid aan de veronderstelling dat tijdens zijn regering de exodus uit Egypte van Mozes en de Israëlieten heeft plaatsgevonden. Het is een hardnekkig volgehouden, maar onbewezen theorie, die onlangs nog weer eens breed werd uitgemeten in de ook in het Nederlands vertaalde, uit vijf delen bestaande roman van Christian Jacq: Ramsès - Le fils de la lumière (1995-1997). Vaststaat wél dat de lange regeringsperiode van Ramses II de laatste grote bloeitijd van het oude Egypte is geweest.

Koning Ramses II heeft talrijke veldtochten geleid. Vooral de expeditie tegen de Hettieten, resulterend in de slag bij Kadesj in wat nu Syrië heet, verdient het te worden genoemd. Of de farao daarbij zo succesvol is geweest als hij zelf achteraf in woord en beeld verkondigde, wordt tegenwoordig sterk betwijfeld. Maar de reliëfs waarop zijn overwinningen zijn verheerlijkt, zijn er niet minder schitterend om.

Ze werden onder andere aangebracht in de grootste van twee in de rotsen bij Abu-Simbel uitgehouwen tempels. Doordat in 1960 bij Aswan een stuwdam in de Nijl werd aangelegd, dreigden de enkele honderden kilometers ten zuiden daarvan gelegen tempels van Abu-Simbel voorgoed onder water te raken, maar dankzij een door de Unesco georganiseerde reddingsactie zijn de tempels verplaatst naar een hoger gelegen en daardoor voor het Nijlwater onbereikbare plek.

De slag bij Kadesj tegen de Hettieten is ook afgebeeld op reliëfs van het zogenoemde Ramesseum, de dodentempel van Ramses in de buurt van de oude hoofdstad Thebe. De bouw van deze tempel was al vroeg in Ramses' regeringsperiode begonnen. Net als veel andere Egyptische farao's hechtte ook Ramses II er grote waarde aan zijn naam bij het nageslacht te doen voortleven door middel van imposante bouwwerken. Een paar kilometer van het Ramesseum vandaan, in de Vallei der Koningen, ligt Ramses' graf (aan graf en Ramesseum is tot en met 10 mei in het Louvre in Parijs een tentoonstelling gewijd).

De Vallei der Koningen herbergt ook graven van andere farao's (dat van Toetanchamon, uit de veertiende eeuw voor Christus, werd in 1922 in vrijwel ongeschonden staat ontdekt door de Britten Howard Carter en Lord Carnarvon). Het zijn er zo veel dat de aan de universiteit van Yale gepromoveerde Egyptoloog Kent Weeks in de loop van de jaren zeventig besloot ze allemaal nauwkeurig in kaart te brengen. Tevens begon hij met het aanleggen van een archeologische databank van alles wat er in de Vallei der Koningen aan oudheden is gevonden. Geen overbodige luxe, want door vandalisme, diefstal en verwaarlozing dreigde veel waardevols verloren te gaan. Bovendien was een aantal graven zoek.

Door zijn eigen bevindingen te vergelijken met oude beschrijvingen en in vroeger eeuwen gemaakte kaarten, ontdekte Weeks dat sinds de achttiende eeuw maar liefst dertien graven in de Vallei der Koningen zoek waren geraakt. Hun toegang was vermoedelijk bedolven onder puin dat afkomstig was van naburige opgravingen, of versperd als gevolg van aardverschuivingen. Een van die graven, KV (Kings' Valley) 5, voor het laatst vluchtig bezocht in 1825 door de Brit James Burton, is door Weeks teruggevonden.

Het was een sensationele vondst. Toen de toegang eenmaal was blootgelegd - een moeizaam karwei, want door een breuk in de riolering van een nabijgelegen cafetaria was het voorportaal van het graf gevuld met een stinkende massa drek van enkele tientallen jaren - bleek uit op muren aangebrachte inscripties dat KV 5 bestemd was geweest voor zoons van Ramses II.

Met zijn meer dan honderdvijftig onderaardse kamers en gangen bleek het graf veel groter dan door Burton indertijd kon worden bevroed. Nu al (en de opgraving is nog niet eens voltooid) kan men zeggen dat KV 5 het grootste is van de tot nu toe in de Vallei der Koningen bekende graven.

In The Lost Tomb vertelt Weeks het spannende verhaal van de opgraving. Ook spreekt hij over de voorgeschiedenis, de in het graf aangetroffen muurschilderingen, reliëfs en voorwerpen (voorzover niet al in de Oudheid door tempelrovers weggehaald), en de implicaties van een en ander voor onze kennis van de tijd van Ramses II.

Weeks beperkt zich in zijn relaas niet tot de zuiver technische aspecten van zijn vak. De lezer krijgt ook een indruk van de problemen die zich verder voordeden bij de jaarlijkse campagnes van hem en zijn team van inheemse arbeidskrachten, fotografen, computerdeskundigen, ingenieurs, enzovoort.

Tact in de omgang met de Egyptische autoriteiten was bijvoorbeeld een absolute voorwaarde om ongestoord te kunnen werken. En de financiering van het langlopende project was geen sinecure. Een zorgvuldig uitgevoerde opgravingscampagne kost nu eenmaal veel tijd én geld. Behalve aan het eigenlijke graafwerk moet minstens zoveel aandacht worden besteed aan de nauwkeurige verslaglegging van wat er wordt ontdekt. Dat Weeks niet over één nacht ijs ging, mag blijken uit het feit dat de herontdekking van KV 5, in 1989 gedaan, pas in 1995 wereldkundig werd gemaakt.

The Lost Tomb is een prachtig boek geworden. Weeks is een uitstekend vakman en hij kan goed schrijven. Op heldere wijze doet hij uit de doeken wat de historische achtergronden van KV 5 zijn en hoe archeologen te werk gaan bij een opgraving als deze. Kaarten en foto's helpen de lezer zich te oriënteren. Het boek is bovendien verlucht met alleraardigste tekeningen van de hand van Weeks' echtgenote Susan Howe, zelf een bekwaam Egyptologe en actief bij de opgraving betrokken.

Meer over