Het stokbrood maakt moeilijke tijden door

De bakkersvrouw heeft me weer door het pinksterweekeinde geholpen. Parijs was dicht, leeg, stil, of stond ergens anders in de file....

Deze week is officieel de week van het brood, al heeft zij geen tijd om zich daarin te verdiepen. Half zeven gaan de lampen aan, acht uur 's avonds weer uit. Tussen de middag doet ze de deur tussen half een en half drie dicht. Haar humeur lijdt niet onder dit ijzeren regime. B'sou m'seu!

'De aanschaf van een baguette', schrijft een kennelijke huissocioloog van de krant Le Figaro, 'blijft een baken in het dagelijks leven.' Voor mij gaat dat zeker op. Dankzij de bakkersvrouw weet ik wanneer er weer een vrije dag of een staking aan zit te komen. Maar dat is niet wat de krantenman bedoelt in zijn stukje.

Zoals het een goede Franse krant betaamt, is Le Figaro ook hier meer actieblad dan waarnemer. In werkelijkheid neemt het belang van de baguette in het dagelijks leven zienderogen af, zoals de bakkersvrouw mij bevestigde.

De belangrijkste reden is dat de jeugd het ontbijt verruilt voor de Mars en de Bounty op school. Eén op de twee kinderen eet helemaal geen brood meer, en de volwassenen komen ook niet verder meer dan een half baguetje per dag. Begin deze eeuw was dat driemaal zoveel. Daar komt nog bij dat de ambachtelijke bakkerij het moet afleggen tegen de hypermarkt, waar diepgevroren brood de hele dag door wordt afgebakken. Voor een lagere prijs. Typisch Franse paradox: men draagt missen op voor de buurtwinkel en de prachtige 'traditions du terroir', maar koopt bij de Maxis.

Om het tij te keren heeft het midden- en kleinbedrijf de week van het brood uitgedokterd. Voor de deur van het Parijse stadhuis is een tent geplaatst, waar de Fransman zich kan laten overtuigen van de verrukkingen van de baguette. Toen ik mijn hoofd om de hoek stak, vergrepen zich op het eerste gezicht meer toeristen dan Fransen aan de uitgestalde waren.

Vermoedelijk om twee redenen: de eerste is dat de Fransen nog altijd negen miljard baguettes per jaar wegwerken, zodat de meesten nog wel zullen weten hoe stokbrood smaakt. De tweede is dat de Parijse burgemeester Tiberi zich heeft opgeworpen als beschermheer van de broodweek. En Tiberi mag zich niet in een grote populariteit verheugen, wegens een sliert van affaires die hij met zich meesleept.

President Chirac was begin dit jaar al ten strijde getrokken voor het ambachtelijke stokbrood. Hij uitte krachtige taal. 'Het is onmogelijk het brood dat uit een boulangerie komt te vergelijken met het ding dat een of andere bakterminal verlaat en dat kan lijken op alles behalve brood, alles behalve een christelijk voedsel.'

De regering besloot dat een winkel alleen nog boulangerie mag heten wanneer de baguettes ter plaatse zijn gekneed en gebakken.

Al langer proberen de bakkers de aansluiting met de traditie te hervinden. Ik dacht altijd dat uithangborden met 'backerij' en personeel dat zich plotseling op klompen voortbeweegt, een typisch Nederlands verschijnsel waren. Maar nee hoor. In Frankrijk kun je tegenwoordig een 'banette' krijgen, een stokbrood waar puntjes aan gedraaid zijn, alsmede een 'echt ouderwets brood', een 'miche' of een 'batard'. Ze hebben gemeen dat ze duurder zijn dan een gewoon brood.

En ook hier zie je plotseling vrouwen in met kanten kapjes boerenbont achter de kassa. Mijn bakkersvrouw nog niet, godlof. Voor haar is de baguette ook niet het bewijs van de ware Franse 'esprit Cartésien', maar gewoon handel. Zoals je bij mijn bakkersvrouw op het prikbord achter de deur een vakantiehuisje kunt huren en een oppas kunt regelen. Vanmorgen had ze zelfs een BMW in de aanbieding. Volgens mij had het niet de week van het brood, maar van de bakkersvrouwen moeten zijn.

Martin Sommer

Meer over