Column

'Het stinkt hier naar worst' sprak de panterjasmoeder naast me

null Beeld afp
Beeld afp

Op een caféterras aan het Gerard Douplein, bij de Albert Cuypmarkt, zat ik koffie te drinken, vergezeld van een tasje waarin zich een hele, zojuist gerookte ham bevond. Hij was nog warm en verspreidde een geur waar ik honger van kreeg. Ik was niet de enige: er waren al twee honden hijgerig komen snuiven, die moeizaam door hun baasjes weggesleept moesten worden.

Er kwam een vrouw aan het tafeltje naast me zitten, met een dochtertje van een jaar of 5. Ze hadden spitse wipneuzen, warrig blond haar en droegen allebei een nepbontjas met pantermotief. Ik heb er zelf zo een, al een jaar of vijftien. Hij trok indertijd nogal wat bekijks, ook van boze mensen die ten onrechte dachten dat er echte panters voor omgebracht waren. Ik droeg 'm al gauw niet meer. Ik houd niet van bekijks.

Afgelopen winter explodeerde opeens de populatie panterjassen in Amsterdam. Je ziet er nu elke dag tientallen. Het betreft hier doorgaans een bepaald type vrouw, dat zo'n jas ironisch draagt, 'met een knipoog'. Vaak zijn het vrouwen met 'creatieve beroepen', maar ook wel would-be-lekker-gekke munttheemoeders, die inmiddels geen muntthee meer drinken, maar water met slierten komkommer erin. Telkens als ik zo'n jas zie, denk ik aan de film Wild at Heart waarin Sailor zegt: 'This is a snakeskin jacket! For me it's a symbol of my individuality, and my belief in personal freedom!'

'Het stinkt hier. Het stinkt hier naar worst', sprak de panterjasmoeder naast me. Met opgetrokken wipneus keek ze heen en weer van mij naar mijn tasje. Een tikje overdreven wel, zo vlak bij de markt, met zijn overweldigend mêlee van geuren; vis, bloemen, kaas, sinaasappelschillen, wafels... 'Het is ham', zei ik. 'Sorry.'

'Het ruikt lekker', sprak het dochtertje. Het kleine panterjasje stond haar lief. ' Ik heb 'm dáár gekocht', zei ik wijzend. De moeder trok haar neus nog iets verder op en antwoordde: 'Nee, dank je wel, wij eten geen vlees. Dat vinden wij helemaal nergens voor nodig.'

'Afgelopen winter explodeerde opeens de populatie panterjassen in Amsterdam. Je ziet er nu elke dag tientallen.' Beeld anp
'Afgelopen winter explodeerde opeens de populatie panterjassen in Amsterdam. Je ziet er nu elke dag tientallen.'Beeld anp

Ik knikte maar eens vriendelijk. Er kwam weer een hondje aan mijn ham snuiven. 'Láát dat, Bennie', zei zijn baasje, een oude knar met zijn laatste haren dwars over zijn schedel geplakt. En tegen het kind: 'Wat heb jij een mooie jas! Net als je mama, hè?' Hij aaide haar even over de pluizige mouw.

'Wilt u alstublíéft van mijn dochter afblijven?', zei de vrouw, met een diepe zucht, alsof het haar dagelijks overkwam. Geschrokken sleurde de oude man zijn hondje mee. Ook het meisje keek beduusd.

Nee, die panterjas trek ik niet meer aan.

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl

Meer over