Het stilzwijgen rond een gevallen held

Jarenlang gold het Zimbabwe van president Mugabe als een voorbeeld voor Afrika. Nu is het land geruïneerd door dezelfde Mugabe....

Frits Bolkestein

BEGIN dit jaar organiseerde Zimbabwe's staatsbank 'Zimbank' een loterij onder de burgers. Vele verarmde inwoners van het ooit welvarende land waagden een gok. Maar de hoofdprijs ging, als bij toeval, naar niemand minder dan president Robert Mugabe. Achter dit merkwaardige voorval gaat een tragedie schuil. Zimbabwe gold twintig jaar geleden als de juweel op de Afrikaanse kroon maar het is volledig geruïneerd door één man en zijn clientèle.

Progressief Nederland schilderde Mugabe jarenlang af als de staatsman die van Zimbabwe een modelstaat zou maken. Ontwikkelingshulp vloeide ruimschoots naar dat land en Mugabe kon steevast rekenen op complimentjes. De kentering kwam in 1995 toen Mugabe tijdens een conferentie van de Global Coalition for Africa in Maastricht meende dat homoseksuelen slechter waren dan honden en varkens (de Volkskrant, 1 december 1995).

De tevens aanwezige minister Jan Pronk werd in verlegenheid gebracht. Hij riep Mugabe niet tot de orde 'om escalatie te voorkomen'. 'Ik wist dat Mugabe nog kwalijker uitlatingen tot zijn beschikking heeft', aldus Pronk later. Na kritiek uit de Tweede Kamer op zijn passieve houding beloofde Pronk financiële steun aan homo-organisaties in Afrika. Daarmee leek de kous af. De conclusie was ineens voor iedereen duidelijk: Mugabe was niet meer politiek correct.

Een vraag bleef onbeantwoord: waarom was het velen ontgaan dat er al lang geen basis meer was voor het gezag van Mugabe? Hij heeft de Zimbabwaanse economie laten plunderen door zijn clan van getrouwen. De volgende vraag dringt zich dan vanzelf op: duurt dit stilzwijgen voort als zich ook in Zuid-Afrika dergelijke ontwikkelingen voordoen?

Zimbabwe had bij zijn onafhankelijkheid in 1980 een uitstekende uitgangspositie. De Zim-dollar was meer waard dan de Amerikaanse. Het inkomen per hoofd van de bevolking behoorde tot de hoogste in Afrika, hoger dan dat in Kenia of Nigeria. De infrastructuur was uitstekend, de landbouwsector modern en de export groeide snel. Het was niet verwonderlijk dat toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking, Jan de Koning, zei dat 'het land over drie of vier jaar geen hulp meer nodig heeft' (NRC Handelsblad, 22 april 1980).

Toch ging het totaal mis. De doorsnee Zimbabwaan verdient nu 30 procent minder dan in 1980. De Zim-dollar is praktisch niets meer waard terwijl de inflatie in dubbele cijfers galoppeert en de werkloosheid massaal is. De Wereldbank en het IMF hebben gebroken met Mugabe en de gelddonoren trokken massaal weg.

In een dergelijke dramatische situatie opende Mugabe de aanval op blanke boeren die voor 75 procent van de oogst zorgden en 30 procent van de buitenlandse deviezen. Zogenaamde 'oorlogsveteranen', van wie de meeste na de bedoelde oorlog zijn geboren, bezetten honderden blanke boerderijen. De bezetters zijn ongeregelde bendes onder leiding van een figuur die zichzelf de strijdnaam 'Hitler' heeft gegeven. Nu alles is mislukt, trekt Mugabe zijn laatste kaart: het racisme. Hij geeft de schuld aan de blanke boeren en noemt hen de 'vijand van de staat'. Met dit kamikaze-beleid klampen Mugabe en zijn clientèle zich vast aan de macht. Het gevolg is dat Zimbabwe over enkele jaren rijp is voor de hongersnood. Maar rond de ontspoorde modelstaat heerst veelal een oorverdovend stilzwijgen.

Men kan zich ten minste de vraag stellen: waar ging het mis en waarom? Was dat al bij het Lancaster House Agreement van 1979 toen werd onderhandeld over een oplossing voor het toenmalige Rhodesië? Is het volledig de schuld van Mugabe? Of is het een combinatie van factoren?

In Zimbabwe is een patroon te zien dat ook elders in Afrika opduikt. Een bepaalde elite komt aan het bewind en eist alle macht voor zich op. Daarop wordt een vorm van éénpartijstaat gevestigd, waarbij oppositie en vrije pers worden onderdrukt. De elite gebruikt de staat als melkkoe en roomt die onbeschaamd af, ten koste van de gewone Afrikanen. Corruptie verspreidt zich als een epidemie. Dit gaat van kwaad tot erger. Er ontstaat wat in het Frans heet een état predatoire. De staat pleegt roofbouw en ondergraaft ook zichzelf. Uiteindelijk heerst de elite op basis van fysiek geweld en verpaupert de Afrikaan.

Het Lancaster House Agreement was niet volmaakt, maar kan toch niet worden gezien als de oorzaak van het kwaad. Het voorzag in vrije verkiezingen, de bescherming van minderheidsrechten, een vrije pers en vakbonden, een onafhankelijke rechtspraak en het maakte een begin met de landhervorming.

De eerste test voor Zimbabwe kwam in het begin van de jaren tachtig met de machtsstrijd tussen Mugabe en de rivaliserende nationalistische leider Joshua Nkomo, die deel uitmaakte van de regering. Mugabe beschuldigde Nkomo ervan de macht te willen grijpen en geheime wapenopslagplaatsen te hebben in Matabeleland, waar Nkomo zijn politieke basis had. Mugabe zette Nkomo uit de regering en lanceerde een militaire operatie tegen zogenaamde dissidenten. Bij die actie kwamen duizenden in Matabeleland om het leven. De 'pacificatie' van Matabeleland lokte hier weinig protest uit.

Na de verkiezingen van 1985 wilde Mugabe een éénpartijstaat stichten. Maar hij kampte met het probleem dat de grondwet, op basis van het Lancaster House Agreement, tien jaar onveranderd moest blijven. Toch vestigde Mugabe de facto een éénpartijstaat waarin de politieke formatie van de onderworpen Nkomo werd opgenomen. Die staat was het begin van de plundering, maar bij de westerse aanhangers van Mugabe was geen kritisch woord te horen.

In december 1987 schreef Amandla, het blad van het Komité Zuidelijk Afrika, dat het goed ging in Zimbabwe. Als bewijs kwamen Nederlandse ontwikkelingswerkers aan het woord. Zij zeiden: 'In het Zimbabwe van nu ben je vrijer dan in het Limburg van 25 jaar geleden' (Amandla, jrg. 11, december 1987).

Met de éénpartijstaat kreeg de corruptie ziekelijke proporties. De elite bediende zich ruimschoots. In 1988 verschenen zelfs in de Zimbabwaanse pers kritische artikelen over de corruptie. De regering deed alsof er niets aan de hand was. Ze probeerde de pers te muilkorven en critici het zwijgen op te leggen. Deze ontwikkeling had een slecht voorteken moeten zijn maar dat bleek niet het geval. Westerse donoren staken nog volop geld in modelstaat Zimbabwe.

In de zomer van 1990 schreef Volkskrant-redacteur Wim Bossema in het blad Onze Wereld over Zimbabwe als het troetelkind van de westerse ngo's. 'Die paar zeldzame Zimbabwaanse ngo's die wel van onderop zijn ontstaan, dreigen nu te worden doodgeknuffeld door de overweldigende belangstelling van donoren uit het Noorden.'

Intussen was de economie in een vrije val terechtgekomen. De staatskas was leeg, de staatsbedrijven waren uitgemolken, de export zakte in en het tekort aan brandstof legde de economie lam. Mugabe werd, na lang verzet, gedwongen bij het IMF aan te kloppen. Zimbabwe kreeg een kuur voor economisch herstel voorgeschreven maar Mugabe smeet het geld weer over de balk zodra de leningen binnen waren.

De liberalisering van de economie en de deregulering van de overheidsbedrijven werden zo halfslachtig doorgevoerd dat ze tot mislukken waren gedoemd. In september 1994 zei Mugabe op het congres van zijn éénheidspartij ZANU-PF: Socialism remains our sworn ideology. (zie: The Wall Street Journal van 10 april 2000).

Mugabe had van Zimbabwe een état predatoire gemaakt. De Zimbabwaanse leider viel door de mand in Maastricht en sindsdien noemt hij westerse critici, zoals de Britse premier Tony Blair, gay-gangsters. De ontsporing begon in de loop van de jaren tachtig met de politieke gelijkschakeling. Maar pas in 1995 braken westerse bewonderaars met hun modelstaat Zimbabwe.

Mugabe ging door en ontpopte zich tot de Moboetoe van links. Hij wilde een drastische landhervorming doorvoeren op basis van een referendum. Maar hij verloor dat referendum. Daarop stuurde hij ongeregelde bendes het platteland op. Voor landhervorming valt veel te zeggen, maar dan wel op een geordende manier en met overgangsperiodes en opleidingen. Mugabe heeft de afgelopen jaren 400 blanke boerderijen onteigend en deze verdeeld onder zijn getrouwen, onder hoge ambtenaren en officieren die van landbouw geen enkel verstand hebben. Legerleider Rex Nhongo kreeg zeventien boerderijen.

Zimbabwe heeft elfduizend militairen naar de Democratische Republiek Congo gestuurd om president Kabila bij te staan. De kosten bedragen 500 miljoen dollar, éénderde van Zimbabwe's begroting voor 1999. Kabila beloont de hoge Zimbabwaanse officieren en politici in de vorm van concessies om Congolese diamantmijnen leeg te halen. De Zimbabwaanse hoogleraar John Makumbe zegt in de Volkskrant (21 augustus 2000): 'Kabila en Mugabe willen zo hun economische belangen beschermen. Let wel: hun persoonlijke belang, niet het nationaal belang.'

Zimbabwe is geen geïsoleerd geval in Afrika en er is geen enkele garantie dat een dergelijk patroon zich niet op de één of andere manier herhaalt, bijvoorbeeld in Zuid-Afrika. Dat land heeft ook een goede startpositie en de eerste jaren van meerderheidsbestuur waren, vooral door toedoen van Nelson Mandela, gematigd. Blijft dat zo?

Het ANC heeft praktisch absolute macht. Zal een nieuwe zwarte elite daar ook vinden dat de tijd van afromen is begonnen? Ze heeft er lang op moeten wachten. Mandela had nog tachtig mensen in dienst in zijn presidentieel kantoor; zijn opvolger Thabo Mbeki 380. De bureaucratie dijt uit. Vaak worden mensen in topfuncties aangesteld zonder de benodigde kwalificaties. Het versnelde proces van afrikanisering zal het overheidsapparaat verzwakken en uithollen.

De corruptie grijpt om zich heen en van kritiek is de regering niet gediend. Oppositieleider, de liberaal Tony Leon, wordt door het ANC steevast uitgescholden voor that white politician. Een blanke journalist die kritiek uit is al snel een 'racist' en een zwarte een 'uncle Tom'. Bekende journalisten die naam hebben gemaakt in de strijd tegen de apartheid, zoals Max du Preez en Allistair Sparks, moesten bij de staatsomroep SABC het veld ruimen na druk van ANC-leden. Zuid-Afrika's officiële Mensrechtencommissie SAHRC noemt de media 'een racistische instelling' (De Standaard, 26 augustus 2000). Haar voorzitter, Barney Pityana, vindt dat de wetgevende macht de pers zonodig moet kortwieken.

Ook de rechterlijke macht ligt onder vuur. Een (blanke) rechter veroordeelde Allan Boesak tot gevangenisstraf wegens het besteden van hulpgelden voor privé-doeleinden. De rechters zouden 'vooringenomen' zijn. Het ANC speelt met vuur want een vrije pers en een onafhankelijke rechtspraak zijn de pijlers van een liberale rechtstaat.

Thabo Mbeki zelf maakte onlangs een uitglijder die te denken geeft. Hij omhelsde de stelling van zogenoemde aids-dissidenten die menen dat aids geen seksueel overdraagbare ziekte is, maar het gevolg van armoede. Mbeki vond daarom dat bepaalde aids-remmende middelen uit Zuid-Afrika, waar aids de omvang van een epidemie begint te krijgen, moesten worden geweerd. Het slachtoffer van Mbeki's misvatting is de aids-preventie in Zuid-Afrika.

Mbeki stuitte op harde kritiek van medische experts maar in Nederland's progressieve kring is kritiek op Zuid-Afrika nu net zo min geliefd als op Zimbabwe tien jaar geleden. Connie Braam, jarenlang voorvechtster van de anti-apartheidsbeweging in Nederland, verdedigde de stelling van Mbeki. In Elsevier (8 juli 2000) zegt zij: 'Hij heeft waarschijnlijk een gerechtvaardigd wantrouwen ten opzichte van de Westerse medische wereld.' En de ngo's die Zimbabwe hebben verlaten, hebben intussen in Zuid-Afrika hun nieuwe troetelkind gevonden. Na Tanzania, Zambia en Zimbabwe is nu Zuid-Afrika afzetgebied nummer één van hulpprojecten.

Misschien hebben die landen meer belang bij tijdige en eerlijke kritiek dan té lang te leven in een illusie.

Meer over