Het sterkste leger maar toch steeds doodsbang

Het ging over Israël en de vaak als existentieel benoemde dreigingen waar de Joodse staat aan blootstaat. Niet iets om een paar gevatte opmerkingen over te maken....

Alex Burghoorn

Het bon mot is een treffende samenvatting van de Israëlische paradox. Immers, de Israëlische angsten neigen vaak naar hysterie, maar dat neemt nog niet weg dat het land vijanden heeft.

Ja, zo zit het, knikten twintig Israëlische politicologen, historici en sociale wetenschappers deze week in Jeruzalem op de conferentie ‘Existentiële bedreigingen & de verhoudingen tussen regering en leger: Israël in theoretische en vergelijkende perspectieven’.

Het ging er gemoedelijk aan toe. De alarmistische toon die de Israëlische regering al twee jaar aanslaat over de Iraanse nucleaire ambities, ontbrak volkomen. Geen gesteggel over de vraag of Mahmoud Ahmadinejad over 1, 2, 5 of 10 jaar de rode knop kan indrukken.

Voor het berekenen van gevaar bestaat een formule: intentie x mogelijkheden = dreiging. Anders gezegd: de Iraanse president zegt bij herhaling dat Israël moet worden weggevaagd – op een schaal van 0 tot 100 kan zijn intentie dan op 100 worden gezet; de inlichtingendiensten zijn het er daarentegen over eens dat Iran nog niet beschikt over het handvol atoombommen dat nodig is om Israël te veranderen in verschroeide aarde – de mogelijkheden om de intentie uit te voeren is dan 0. Uitkomst van de som: Iran vormt (nog) geen groot gevaar.

‘Sinds de Jom Kipoer-oorlog van 1973 heeft Israël niet meer blootgestaan aan een existentieel bedreigende aanval’, zei Shlomo Gazit, militair historicus en in de jaren zestig hoofd van de inlichtingendienst. ‘Sinds 1973 zijn de Arabische (militaire, red.) inspanningen erop gericht Israël tot vrede te dwingen op basis van de grenzen van 1967.’

Niemand sprak hem tegen en dat opende de mogelijkheid om te verkennen waarom Israël dan toch zo bang is – een gevoelig onderwerp.

‘Vooral buitenlanders stellen de vraag: hoe kan het dat Israëli’s zo bang zijn, terwijl ze een van de sterkste legers ter wereld hebben?’, zei psycholoog Daniel Bar-Tal van de Tel Aviv Universiteit. ‘Gevoelens over veiligheid zijn aangeleerd. Het collectieve geheugen van de Israëli’s wordt bepaald door de vervolging in de diaspora, de holocaust en het Israëlisch-Arabisch conflict. Genoeg voor een chronisch gevoel van onveiligheid. De aanslagen en de gewoonte van onze politici en journalisten om te overdrijven houden dat gevoel in stand. We worden gebombardeerd met angst.’

Het collectieve geheugen heeft alles te maken met het zelfbeeld van een natie – je bent wat je je herinnert. Socioloog Boas Shamir, van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, stelde een hypothese. ‘Het is bijna Pesach (het joodse paasfeest, red.) en dan spreken we deze zin altijd uit: ‘In elke generatie staan ze tegen ons op om ons te vernietigen.’ Dat suggereert dat het Joodse volk niet hetzelfde zal zijn zonder existentiële bedreiging.’

De betekenis van die gedachte – wat is Israël zonder angst? – was verstrekkend. Te verstrekkend wellicht: niemand kwam er meer op terug.

Alex Burghoorn

Meer over