Postuum

Het spel van jazzmuzikant Ack van Rooyen (1930-2021) was van wereldklasse

Jazzmuzikant Ack van Rooyen (91), donderdagavond overleden, was een bescheiden man, maar speelde met de allergrootsten.

John Schoorl
Ack van Rooyen in 2020 op de flügelhorn in het Bimhuis in Amsterdam. Beeld
Ack van Rooyen in 2020 op de flügelhorn in het Bimhuis in Amsterdam.

Ack van Rooyen zat in de serre van zijn huis in het Haagse Statenkwartier, vorig jaar, te praten over het winnen van de Buma Boy Edgar Prijs, de belangrijkste jazzprijs van het land, toen de telefoon ging. Ja, met Ack, zei hij met zachte stem, gevolgd door een reeks stoïcijns uitgesproken ja’s en okés.

Dat hij geen telefonische verkoper van verzekeringen aan de lijn had, maar een ambtelijke afgevaardigde van het koninklijk echtpaar, die hem uitnodigde om in het paleis te verschijnen, leek hem weinig te kunnen schelen. Ja, hoor eens, meende Van Rooyen, trompettist en flügelhornist, de koning is natuurlijk niet van het niveau Dizzy Gillespie.

Ook toen hij tête-à-tête werd toegesproken door minister-president Mark Rutte die hem vorig jaar de prijs overhandigde, wekte hij niet de indruk zich de koning van de jazz-apenrots te voelden. Je krijgt zo’n prijs niet alleen, zei hij dan ook, want zonder zijn vrouw Barbara (Field, in 2019 overleden) had hij hem niet gewonnen, en zeker niet zonder al die muzikanten met wie hij samen had gespeeld.

Al rolden tijdens een gesprek met hem in de serre de namen van de allergrootsten uit de jazz voorbij – Miles Davis, Clark Terry en Lee Konitz – Van Rooyen was er de man niet naar om sterke jazzverhalen tot in detail te vertellen, over hoe dat ging met die gasten, in die jaren. Je zat met elkaar en je speelde, en meer was het niet: zeven decennia jazzgeschiedenis samengevat door Ack van Rooyen.

In vogelvlucht zagen die zeventig jaar er ongeveer zo uit: van de harmonievereniging in Den Haag naar het Koninklijk Conservatorium, The Ramblers, Het Gelders Orkest, Boptet, Aimé Barelli And His Orchestra, Peter Herbolzheimer Big Band, WDR Big Band, The Dutch Jazz Orchestra, Metropole Orkest, The Skymasters, Süddeutscher Rundfunk Orchestra, Clark Terry And His Orchestra, The Gil Evans Orchestra en de Clarke-Boland Big Band. En dan waren er nog de geweldige opnames met zijn broer Jerry, de befaamde componist en arrangeur (1928-2009).

Van Rooyen was geen solist die zijn ego wilde laten krullen, of de weg op ging met een naar hem genoemd combo. Hij speelde wat er op papier stond in een orkest, daar werd hij voor ingehuurd, zei hij. Zijn sound was fenomenaal, lyrisch, fluweel, elegant, strak, en uit duizenden te herkennen.

En dat kan Jarmo Hoogendijk (58), jazztrompettist en huisvriend, alleen maar erkennen. Hij zegt dat Van Rooyen van wereldklasse was, die zich net als andere grote Europese jazzcats als Django Reinhardt, Toots Thielemans en Philip Catherine met gemak kon meten met hun Amerikaanse equivalenten.

Voordat Hoogendijk aan het conservatorium ging studeren, belde hij begin jaren tachtig bij Van Rooyen aan voor een serie trompetlessen. Hij zou altijd blijven langskomen in dat huis in het Statenkwartier, zoals deze week nog, twee dagen voor zijn dood. Van Rooyen zei dat hem dat hij een waanzinnig leven had gehad, geen centje pijn, en nog steeds vlogen de grappen in het rond. Uiteindelijk is hij afgelopen donderdag in slaap gedommeld en overleden. Ter nagedachtenis van zijn vriend heeft Hoogendijk donderdagavond Homeward opgezet, de langspeelplaat van Van Rooyen uit 1982. Die had hij van hem gekregen, na de eerste les, en altijd bewaard.