ReportageDaklozenzorg

Het schrijnende leven van Fleur en Rinie: een dakloos stel in Oud-Beijerland

 Fleur en Rinie bij de tent waarin ze leven in Oud-Beijerland. Beeld Arie Kievit
Fleur en Rinie bij de tent waarin ze leven in Oud-Beijerland.Beeld Arie Kievit

De daklozenzorg in Nederland staat enorm onder druk. Woningnood, werkloosheid en bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg hebben geleid tot een verdubbeling van het aantal daklozen. Dat leidt tot schrijnende situaties. Neem Fleur en Rinie, die leven in twee tentjes in Oud-Beijerland.

Aan het einde van de ­Papeweg in Oud-Beijerland, waar de vrijstaande huizen worden opgesierd door uitgelichte platanen, een Porsche op de oprit of een camper voor de deur, staan twee kampeertenten in de berm. De grote blauwe dient als opslag voor kinderspeelgoed, kerstverlichting en zakken vol afval waar de maden uit kruipen. De kleine groene is het onderkomen van Fleur en Rinie, een stelletje van begin dertig met een verstandelijke beperking. Ze wonen hier al bijna een jaar.

Op een natte maandagochtend stapt Fleur rillend op haar slippers naar buiten. ‘Ik heb het zo koud’, zegt ze. Vannacht liep het regenwater zo de tent in, de dekens zijn helemaal doorweekt. Rinie, die liever op een afstandje sigaartjes rookt dan dat hij met journalisten praat, heeft het ­petroleumkacheltje al aangestoken. ‘O sorry’, zegt Fleur, en schiet achter een bosje om haar broek te laten zakken. Dit keer was ze net op tijd. Sinds de bitterkoude winter kan ze haar plas vaak niet ophouden. ‘Soms loopt het zo langs mijn benen naar beneden.’

Het Zuid-Hollandse eiland Hoeksche Waard, waartoe Oud-Beijerland behoort, mag zichzelf graag presenteren als een omgeving waar de bewoners nog ouderwets naar elkaar omkijken. ‘Zorg voor elkaar’ heet een ‘kernwaarde’ in de gemeente, waar SGP, ChristenUnie en CDA sinds jaar en dag de dienst uitmaken. Hoe kunnen kwetsbare personen als Fleur en Rinie hier dan in zulke erbarmelijke omstandigheden zijn beland? Is hun situatie een schrijnend incident of symptoom van een breder probleem?

Voor een eenduidig antwoord hoef je niet bij Fleur en Rinie te zijn. Zij weten alleen dat de Papeweg al de vierde plek in de Hoeksche Waard is waar ze met hun tenten verzeild zijn geraakt, nadat ze twee keer per ongeluk hun woning hadden laten afbranden. Telkens werden ze weer weggestuurd door de politie, Rijkswaterstaat of Staatsbosbeheer. Soms werden de tenten vernield door plaatselijke hangjongeren. Op hun huidige stek, waar ze leven van de Wajong-uitkering van Rinie, worden ze vooralsnog gedoogd. Zorgorganisatie Phlinq, die toeziet op het stel, heeft er zelfs een mobiel toilet laten neerzetten. Als je Fleur en Rinie mag geloven is het daarbij gebleven. ‘Ze zouden ons met van alles helpen,’ zegt Fleur. ‘Maar ze doen helemaal niks.’

De blauwe kampeertent van Fleur en Rinie, die als opslag dient. Beeld Arie Kievit
De blauwe kampeertent van Fleur en Rinie, die als opslag dient.Beeld Arie Kievit

Vaststaat dat de daklozenzorg in heel Nederland onder enorme druk staat. En dat is niet verwonderlijk. Woningnood, werkloosheid en bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg hebben ertoe geleid dat het aantal daklozen in tien jaar tijd is verdubbeld tot 36 duizend – de gevolgen van de coronacrisis nog niet meegerekend. Vorig jaar zomer kondigde het kabinet aan tienduizend woningen voor deze doelgroep te willen bouwen, maar zover is het nog niet.

De Hoeksche Waard telt volgens cijfers van afgelopen maart zo’n zestig personen zonder vaste woon- of verblijfplaats, wat relatief weinig is op 88 duizend inwoners. Een van de verklaringen voor dakloosheid in de gemeente is het buitensporige gebruik van drank en drugs, waardoor sommige eilandbewoners razendsnel afglijden en niet meer te handhaven zijn in woonwijken. Het is een verschijnsel waar meer plattelandsregio’s mee worstelen en dat volgens deskundigen samenhangt met verveling, uitzichtloosheid en arbeiderscultuur. In de Hoeksche Waard is het nog niet zo ernstig gesteld als in Urk, Oudewater of bij de buren van Goeree-Overflakkee, waar vier keer zoveel speed wordt gebruikt als in Amsterdam, maar het probleem is onmiskenbaar.

Volle slaapzalen

Ook Fleur en Rinie, die respectievelijk opgroeiden in de Haagse Schilderswijk en op een woonwagenkamp in Numansdorp, gebruiken soms drugs. Of dat bij Fleur de oorzaak is voor haar waanbeelden of eerder een remedie ertegen, valt voor een buitenstaander lastig te beoordelen. ‘Ze zitten achter me aan’, zegt ze geregeld. ‘Ze willen me vermoorden.’

Hoewel het aantal daklozen in de Hoeksche Waard te behappen lijkt, is een warme slaapplaats er geen vanzelfsprekendheid. Dat is deels een organisatorische kwestie. In Nederland is de opvang van daklozen formeel belegd bij de zogeheten centrum­gemeenten. Voor Hoekse hulpbehoevenden is dat Nisserwaard, op het ­eiland Voorne-Putten. Veel daklozen vinden dat te ver, bovendien zijn de slaapzalen daar bijna altijd overvol.

In de Hoeksche Waard zelf zijn twee stichtingen actief die onderdak verschaffen aan mensen in nood, maar ook die bieden geen uitkomst voor Fleur en Rinie. Bij Op Weg Naar Huis kom je alleen in aanmerking voor een bed als je in staat bent om te werken, maar dat is bijna net zo hoog gegrepen voor het stel als de zorg voor hun twee kinderen, die vijf jaar geleden uit huis werden geplaatst. Bij stichting De Overbrugging, die zich laat inspireren ‘door de liefde van Jezus Cristus’, worden zulke strenge leefregels gehanteerd dat ook minder complexe gevallen dan Fleur en Rinie er soms lastig kunnen aarden. Diverse daklozen werden daar de afgelopen jaren zonder pardon of perspectief weer op straat gezet, blijkt uit e-mails die in handen zijn van de Volkskrant. Een man die betrapt was met een fles wijn op zijn ­kamer, zag zich gedwongen een tentje op te slaan in een Oud-Beijerlandse achtertuin. Een andere man, die het gewaagd had met Kerst zijn kinderen te ontvangen, verblijft inmiddels al een jaar op een camping in een tochtige caravan. Weer een ander moest van De Overbrugging vertrekken nadat hij had geklaagd over de hoogte van zijn kamerhuur. Voorzitter Arie van Pelt bezweert dat het allemaal een stuk genuanceerder ligt. ‘Maar vanwege de privacy mag ik hier niets over zeggen.’

De wethouder

Sinds tweeënhalf jaar heeft de Hoeksche Waard een wethouder zorg en inclusieve samenleving die veel ervaring heeft met daklozen. Elf jaar was Joanne Blaak algemeen directeur bij het Leger des Heils Zuid West ­Nederland. Kort na haar aantreden als wethouder zei ze in een interview in Algemeen Dagblad: ‘Ik heb gezien wat het met mensen doet als ze afhankelijk worden van systemen, hoe ingewikkeld de bureaucratie is. En nu kan ik aan die knoppen gaan draaien. Natuurlijk zijn er regels nodig, maar laten we alsjeblieft de leefwereld van mensen niet vergeten.’

Toch vinden sommige zorgverleners op het eiland dat juist de vertegenwoordigers en partners van de gemeente te vaak tekortschieten bij de ondersteuning van onderdak­zoekenden. Zoals bij de zwangere vrouw die vijf maanden in haar auto sliep omdat ze nergens terecht kon. Of bij die andere zwangere vrouw, die ernstig ziek was, maar pas een urgentieverklaring voor een woning kreeg nadat haar baby vijftien weken te vroeg ter wereld was gekomen en na tien dagen overleed.

Wethouder Blaak wil niet op individuele kwesties ingaan, zo laat ze begin deze week per e-mail via haar woordvoerder weten, ook niet op die van Fleur en Rinie. Wel benadrukt ze dat daklozenproblematiek haar ‘nadrukkelijke aandacht’ heeft, en dat er hard gewerkt wordt aan ‘duurzame oplossingen’, zoals het bouwen van flexwoningen. ‘Gemeente Hoeksche Waard is in dit opzicht aardig op weg, maar het kan ­uiteraard altijd beter.’

Fleur tussen hun twee tenten.  Beeld Arie Kievit
Fleur tussen hun twee tenten.Beeld Arie Kievit

Geduld is op bij de buren

De buren van Fleur en Rinie aan de Papeweg hebben daar weinig geduld meer voor. Ze hebben al meerdere klachten ingediend over het stel. ‘Die mensen horen hier gewoon niet’, zegt de bewoonster van het huis met de camper. ‘Doordat zij daar zitten, kunnen onze kinderen er niet meer kamperen en durf ik mijn hond er niet meer uit te laten. Een christelijk gezin van even verderop gaat er soms eten brengen. Dat lijkt heel nobel, maar zo houd je deze situatie natuurlijk wel in stand.’

Helemaal onbegrijpelijk is de onvrede van de buren niet. Nog afgezien van de vervuiling, het drugsgebruik en de ongelukkige combinatie van sigaartjes en petroleum, komen er geregeld onfrisse types bij Fleur en Rinie op bezoek, en gaan ze elkaar soms met geweld te lijf.

‘Tja’, zegt Gerdien Dubbeld, ‘daar kun je die mensen natuurlijk op afrekenen, maar wat ze vooral nodig hebben, is intensieve zorg.’ Dubbeld, zelf werkzaam bij een zorgorganisatie voor personen met een verstandelijke beperking, ging maandenlang op vrijwillige basis bij het stel langs met eten en schone dekens. Daar is ze mee gestopt toen het te zwaar voor haar werd. ‘Fleur en Rinie zijn geen makkelijke types’, zegt ze. ‘Juist daarom moet je hun vertrouwen zien te wekken en er bovenop blijven zitten. Maar in al die maanden heb ik nooit iemand van Phlinq gezien.’

Een volstrekt onterecht verwijt, zegt Phlinq-directeur Patrick Leenen. ‘We hebben dagelijks contact met mevrouw en meneer.’ Zijn organisatie, die drijft op ‘een passie voor complexe vraagstukken’, zou al van alles hebben geprobeerd om Fleur en ­Rinie te helpen. ‘We wilden ze gedwongen laten opnemen, maar dat mocht niet van de rechter, omdat ze er te goed aan toe zouden zijn. We wilden ze uit elkaar halen, omdat we ze dan veel effectievere zorg zouden kunnen bieden, maar dat wilde Fleur niet. En tijdens die koude winter hebben we aangeboden om ze met een taxi naar een opvangplek in Rotterdam te brengen, maar toen waren ze bang dat hun tent er bij terugkeer niet meer zou staan. Het zijn strikt genomen geen zorgmijders, maar ze zijn wel heel selectief in wat ze aannemen.’ In dat opzicht, zegt Leenen, zijn die tenten helemaal zo slecht nog niet. ‘Hun situatie is nu in elk geval stabiel en we kunnen ze goed in gaten houden.’

Fleur en Rinie fietsen donderdag de ­Papeweg uit, waar aan het eind hun twee tenten staan. Beeld Arie Kievit
Fleur en Rinie fietsen donderdag de ­Papeweg uit, waar aan het eind hun twee tenten staan.Beeld Arie Kievit

Oplossing?

Maar waar ligt nu de oplossing voor Fleur en Rinie? Phlinq-directeur ­Leenen, die op zijn ­Facebook-pagina’s ageert tegen links politiek beleid en een filmpje deelt van de omstreden zelfhulpgoeroe Jordan Peterson, gelooft zelf sterk in de kracht van het individu. ‘In onze ­samenleving willen zorgverleners zo nodig iedereen pamperen. Maar daarmee is lang niet iedereen geholpen. Uiteindelijk dragen we allemaal de verantwoordelijkheid voor ons ­eigen leven.’

Vier dagen na haar aanvankelijke reactie wil wethouder Blaak alsnog iets zeggen over Fleur en Rinie, wederom via haar woordvoerder. ‘We werken als gemeente aan een duurzame oplossing voor de bewoners van deze tent,’ luidt de verklaring die op donderdagmiddag per WhatsApp binnenkomt. ‘Voor de winter’, zo is haar streven, zal het stel ‘op een andere locatie in een andere vorm van huisvesting’ worden ondergebracht.

Bij een laatste bezoek aan de Papeweg stapt Fleur weer op haar slippers uit de groene tent. Zwaar hoestend dit keer. ‘Ik geloof dat ik een beetje ziek ben geworden.’ Het afval uit de blauwe tent ligt inmiddels ook verspreid over het gras. Hoe denkt Fleur zelf dat het verder moet met haar en Rinie? Ze haalt haar schouders op. ‘Ik weet het niet’, zegt ze. ‘Ik vind het allemaal maar chaos.’

Meer over