Het Rwanda-Tribunaal is, echt waar, op stoom

Zelfs bij koningin Beatrix had het Rwanda-Tribunaal een slechte naam. Vonnissen kwamen maar niet af, het hof had ruzie met de Rwandese regering, griffiers werden ontslagen....

Van onze verslaggever Rob Vreeken

Koningin Beatrix werd voorgesteld aan Navanethem Pillay, of nee, andersom. Het was 11 maart vorig jaar in Den Haag, de inhuldiging van de negentien rechters van het Internationaal Strafhof.

Pillay, een Zuid-Afrikaanse juriste, vertelde de koningin wat haar functie op dat moment nog was: president van het Rwanda-Tribunaal.

'O, het tribunaal dat het niet zo goed doet!', reageerde Beatrix, onvorstelijk direct. Rechter Pillay: 'Ik had vier, vijf minuten nodig om een accuraat beeld te schetsen van wat hier gebeurt. Ze zei dat ze dat niet wist en bedankte me voor de informatie.'

Een half jaar later is Pillay nog steeds een beetje boos. Niet op de koningin, maar op de internationale pers, die zo'n ongunstig beeld blijft schetsen van het tribunaal waarvan zij acht jaar rechter was.

Iedereen kwekt elkaar maar na, zegt Pillay, en geen verslaggever die de moeite neemt zelf in Arusha te kijken of er misschien iets is veranderd. Of bijna geen: die van de Volkskrant kwam na een week tot de conclusie dat het Rwanda-Tribunaal ni(of niet langer) een tijd- en geldverspillend, mondjesmaat vonnissen producerend onding is.

Het hof is onmiskenbaar op stoom.

Het wordt alleen niet opgemerkt, en dat komt mede door Arusha. Een toeristenstadje in Noord-Tanzania, niet ver van de Kilimanjaro. Het Rwanda-Tribunaal is er niet beroerd gehuisvest, in een groot conferentiecentrum. Maar daar is alles mee gezegd. Voor journalisten is Arusha te ver uit de buurt. Alleen het persbureautje Hirondelle en een reporter van radio Rwanda zitten er permanent.

Naast berechting van de hoofdschuldigen moet het hof zorgen voor 'verzoening', zo bepaalde de Veiligheidsraad toen het tribunaal in november 1994 werd opgericht, een half jaar na de genocide die aan 800 duizend mensen (meest Tutsi's) het leven kostte. Maar van die taak komt weinig terecht, zolang het werk van het VN-hof onzichtbaar blijft voor de gewone Rwandees.

'Er komt in Rwanda niets over het tribunaal op tv. Een klein beetje in de kranten. Wij houden alleen het nieuws bij', zegt Martin Semukanya van radio Rwanda.

Vandaag, 3 december, is er opeens wel belangstelling. De publieke tribune zit vol als achter een wand van kogelvrij glas te zien is - en via luidspreker of koptelefoon te horen - hoe rechter Pillay vonnis leest.

Het is Pillays laatste klus voor zij naar Den Haag verhuist, tevens haar belangrijkste in acht jaar Arusha. Het 'mediaproces' tegen drie aanstichters van de genocide wordt vandaag afgerond. Vonnis: twee keer levenslang, een keer 35 jaar.

Het is een spannende en productieve week voor het Rwanda-Tribunaal. Twee dagen eerder is het proces afgerond tegen de genocidaire Juvl Kajelijeli, een ex-burgemeester; ook hij kreeg levenslang.

Zo opwindend is het niet altijd. Een kijkje in rechtszaal no. 1 (er zijn er drie) op zomaar een zittingsdag van het proces tegen vier oud-legerchefs geeft een beter beeld van de dagelijkse sfeer. Er wordt op het eerste gezicht onnavolgbaar procedureel gesteggeld: taai juridisch handwerk. Elk woord wordt vertaald in het Frans, Engels en/of Kinyarwanda.

'Dat is het probleem met journalisten', zegt Pillay. 'Ze komen hier een dag of twee, vinden het doodsaai, en schrijven dan dat hier nooit iets gebeurt.'

Maar zo makkelijk kan de kritiek op het Rwanda-Tribunaal niet worden weggewuifd. De International Crisis Group (ICG) publiceerde enkele jaren op rij uiterst kritische rapporten over het tribunaal. Volgens de ICG werkt het hof veel te traag. Verdachten zitten onnodig lang in hechtenis. Terwijl nog maar negen mensen zijn berecht, schreef de ICG anderhalf jaar geleden, 'tikt de klok door'. In 2008 moet het tribunaal klaar zijn, met twee jaar uitloop voor beroepszaken.

Rechters en aanklagers in Arusha geven zelf toe dat het tribunaal moeilijke tijden heeft gekend. Het duurde een paar jaar voor het hof een beetje op orde was. 'Ik bereidde mijn zaken voor bij kaarslicht', zegt Pillay. 'We hadden geen frisse lucht, geen daglicht. We schreven drie keer aan Boutros-Ghali, toen secretaris-generaal van de VN: ''Kunnen we alstublieft ramen krijgen?'' Geen antwoord natuurlijk.' Computers, telefoon, niets was er. 'Zelfs mijn brood nam ik zelf mee uit Zuid-Afrika.'

Maar ook nadien bleef er organisatorisch van alles mis. Beschuldigingen van geldsmijterij en wanbeheer leidden tot het ontslag van de griffier, en vervolgens van diens opvolger.

Afgelopen jaar beleefde het Rwanda-Tribunaal een tweede vervanging. Hoofdaanklager Carla Delponte moest - zeer tegen haar zin - plaatsmaken voor de Gambiaan Hassan Bubacar Jallow, toen de Veiligheidsraad besloot het tribunaal een eigen hoofdaanklager te geven. Tot dan hadden Delponte en haar voorgangers (tevens aanklager bij het Joegoslaviribunaal) Rwanda er zo'n beetje bij gedaan.

De V-raad kwam hiermee tegemoet aan een van de vele klachten van de Rwandese regering. Het is een schande, vond Kigali, dat het onderzoek naar de moord op 800 duizend mensen in handen ligt van 'een part-timer in een ander continent'.

Van meet af heeft de regering van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) grote moeite gehad met het Rwanda-Tribunaal. Bezwaren: de processen worden buiten Rwanda gevoerd, de doodstraf is uitgesloten. Ook zouden de getuigen onvoldoende worden beschermd; het VN-hof op zijn beurt heeft voortdurend geklaagd over te weinig medewerking van Kigali bij het opsporen van getuigen.

De onenigheid kwam in 2002 tot een uitbarsting. Delponte vertelde de V-raad dat Kigali niet langer met het hof wenste samen te werken. De ruzie is inmiddels gesust. 'We krijgen weer enige medewerking van Kigali', zegt Jallow. Enige? De hoofdaanklager, glimlachend: 'Laat ik zeggen: ze werken weer mee.'

Op de achtergrond speelde steeds een grote rol dat het hof niet categorisch wil uitsluiten dat ook RPF'ers worden vervolgd wegens oorlogsmisdrijven. Maar feit is dat tot nu geen enkele RPF'er is aangeklaagd, en juist dat is een van de klachten van de meeste kritische beroepsgroep in Arusha: de verdedigers.

De Fransman RaphaConstant is verder boos over de zes jaar die zijn cli, oud-minister van Defensie Bagasora, in hechtenis doorbracht veen aanklacht werd opgesteld. Over opzettelijke obstructie van zijn werk. Over inbreuken op een eerlijke procesgang, door rechters en aanklagers.

De Amerikaan John Floyd, advocaat van Barayagwiza, veroordeeld in het mediaproces, is nog veel feller. 'Ik heb duizend voorbeelden van sabotage', dondert hij. Zijn tirade zwelt al pratende aan tot orkaansterkte, tot het hele VN-hof is verpulverd tot een totale blamage voor het internationaal recht, 'een zondebok voor het falen van de grootmachten'.

Omdat er alleen Hutu's terechtstaan en geen Tutsi's, betichten Constant en Floyd het hof van 'overwinnaarsrechtspraak'. Die kritiek wordt, in minder heftige termen, gedeeld door de International Crisis Group en Human Rights Watch (HRW). Er zijn immers ook oorlogsmisdrijven gepleegd door het RPF, het Tutsi-rebellenleger dat na de genocide de macht overnam. De Rwandese regering zou vervolging van RPF-mensen onverteerbaar vinden.

Niettemin, er lijkt echt iets te zijn veranderd bij het Rwanda-tribunaal, zeker het laatste jaar. 'We liggen eindelijk echt op tempo, zegt aanklager Stephen Rapp, een Amerikaan. 'We zijn goed op weg onze taak te volbrengen', zegt ook hoofdaanklager Jallow. En zelfs het ICG-rapport van september was, hoewel men nog veel te klagen had, aanzienlijk milder van toon.

Rechter Erik Mose, de Noor die in mei het presidentschap overnam van Pillay, glimlacht innemend terwijl hij zijn vinger beweegt langs lijsten namen, data en cijfers. het zijn de keiharde bewijzen: het Rwanda-Tribunaal levert tegenwoordig goed werk. Vier vonnissen in twee zaken in december. In januari nog eens vier vonnissen. Tien zaken zijn onlangs geopend. Tien andere zijn onderweg. En de Veiligheidsraad heeft negen extra rechters toegezegd, dus het tempo zal alleen maar toenemen.

Mose, met onverholen trots: 'In januari zullen we 21 mensen hebben vervolgd. Dat is niet slecht. We plukken nu de vruchten van eerder werk. Binnenkort zullen we Neurenberg inhalen! Niemand kan ons ervan beschuldigen een traag hof te zijn.'

Het nieuwe elan is een gevolg van bewust beleid, zegt Mose, die aldus impliciet erkent dat niet alle kritiek misplaatst was. En blijft de kwaliteit van de rechtspraak gehandhaafd? 'Absoluut', zegt Mose.

Dan, met beleefd ingehouden drift: 'Al die verhalen van jaren geleden worden maar herhaald. Dat we langzaam zijn, dat we alleen maar een hoop geld kosten. Het maakt me zo boos, ik word er zo moe van! Het is als Don Quichot, vechten tegen windmolens.'

De prestaties van het Rwanda-Tribunaal zijn inderdaad aanzienlijk verbeterd, zegt Alison Desforges van Human Rights Watch, vermoedelijk 's werelds grootste deskundige als het gaat om de Rwandese genocide. Het goede nieuws is volgens haar grotendeels aan Mose te danken. 'Er waren inderdaad mensen die niet hard werkten. Buitensporig tijdrovende procedures werden toegestaan. Mose heeft discipline gebracht. Mensen aan tijdslimieten gebonden.'

Een probleem is ook, zegt Desforges, dat velen in de Rwandese regering niet echt geeresseerd zijn in rechtspraak. Zie de uitpuilende gevangenissen in Rwanda, zegt ze, zie het fiasco van de gacaca-rechtbanken. 'Tegenover het falen van de gacaca-rechtbanken steekt het Rwanda-Tribunaal des te gunstiger af.'

Geen vuiltje meer aan de lucht dus?

Dat hangt ervan af, zegt Desforges. 'Gelet op de taakomschrijving van het tribunaal - misdrijven van beide partijen vervolgen - schiet het nog altijd ernstig tekort. Dat staat verzoening in de weg. Er zijn nog steeds geen RPF-verdachten.'

Of die er nog komen? Hoewel Desforges het niet zeker weet, ziet ze het als een re optie, en ook de nieuwe hoofdaanklager zinspeelt erop. 'Ik ben pas drie maanden in functie', zegt Jallow met veelbetekenende blik. 'Wacht maar af.'

Meer over