HET RUSSISCHE DILEMMA

EEN van mijn meest onverwachte ervaringen in Rusland was een heftige botsing met iemand die ik tijdens mijn correspondentschap in Moskou (1988-1990) had leren kennen als een intelligente, democratische en aardige half-dissident met een hoofd vol pro-westerse ideeën....

Oleg Roemjantsev was een jonge wetenschapper op een van de grote Moskouse instituten waar analyses en beleidsadviezen voor de top van de communistische partij en de regering werden opgesteld.

Deze instituten waren in de jaren tachtig broeinesten van oppositionele ideeën, en ook Roemjantsev hoorde tot de democratische hervormers die het communisme hadden afgezworen. In de laatste fase van de Sovjet-Unie was hij een van de gangmakers van een poging een sociaal-democratische partij van de Sovjet-Unie op te richten.

In september 1991, tijdens een bezoek aan Moskou, zocht ik hem nogmaals op en was verbijsterd. Roemjantsev, inmiddels prominent lid van het Russische parlement en opsteller van een van de Jeltsin-varianten voor een nieuwe grondwet, had een volledige gedaantewisseling ondergaan. De Russische democraat was een Russische nationalist geworden.

Zijn houding was nu vanaf het eerste moment vijandig, en waar ik een vriendschappelijk weerzien had verwacht, culmineerde het gesprek binnen enkele minuten in een woeste monoloog zijnerzijds op het thema dat Rusland zonder het Russische rijk ondenkbaar is. 'Dit Rusland is het historische Rusland niet. Rusland is altijd het imperium geweest, in welke vorm ook. De Sovjet-Unie, dat was Rusland! Zoals ook het tsaristische keizerrijk Rusland was'.

Mijn tegenwerping dat de andere volkeren in de Sovjet-Unie toch ook recht hadden op vrijheid, maakte zijn boosheid nog groter. In minder dan tien minuten stond ik weer buiten; beduusd en op mijn beurt niet minder boos, wat journalistiek natuurlijk zwak was en bovendien het bewijs dat ik na een jarenlang verblijf in Moskou Rusland toch nog niet helemaal had begrepen.

Alvorens door te gaan op Rusland, eerst nog even over Roemjantsev. In oktober 1993 nam hij vanuit het Witte Huis met parlementsvoorzitter Chasboelatov en vice-president Roetskoj deel aan de nationalistische poging om president Jeltsin ten val te brengen. Jeltsin liet het parlementsgebouw in brand schieten, en Roemjantsev hoorde tot degenen die zich overgaven.

Een paar weken daarna kreeg hij bezoek van een andere oude bekende: David Remnick, die in dezelfde tijd correspondent in Moskou voor The Washington Post was.

Ook Remnick was verrast door de gedaanteverwisseling. Roemjantsev tracteerde hem op een scheldpartij tegen het verraad van het Westen, dat Jeltsin steunde. Het Westen als model deugde niet voor Rusland. Rusland was een 'bijzonder geval', en de Russen waren een 'bijzonder volk'. 'De Oleg Roemjantsev die jij in 1990 ontmoette, kwam voort uit de boeken die ik had bestudeerd.' Die Roemjantsev bestond niet meer.'

Ik moest aan Roemjantsev denken bij het lezen van een pas verschenen boek: Russia. People and Empire 1552-1917 van de Engelse slavist Geoffrey Hosking. Indringender dan enige andere mij bekende auteur beschrijft Hosking hoe de ontwikkeling van Rusland altijd gefnuikt is door het streven naar een groot-Russisch rijk.

Hosking erkent uiteraard dat er voor de expansiedrift historische drijfveren waren. De Russen woonden op een grote, euraziatische vlakte waar natuurlijke grenzen ontbraken en ieder ogenblik vanuit het niets vijanden konden opduiken. De oplossing bestond er telkens uit ook het land achter de al bestaande grens te onderwerpen.

Voor het Russische stamland waren de gevolgen echter tragisch. Het imperium zoog Rusland leeg. De noodzaak het rijk via een autocratisch bestuur bijeen te houden, blokkeerde de politieke ontwikkeling. Een civiele maatschappij (met belangengroepen die een zekere zelfstandigheid tegenover de staat hebben) kwam niet tot stand en het tsarisme werd nimmer een constitutionele monarchie. Een dictatoriaal geregeerde chaos, half Aziatisch, half Europees. Machtig en zwak.

In een kort nawoord (bedoeld als aanloop naar een nog te schrijven vervolg) betoogt Hosking dat de Sovjet-periode de Russische gebreken nog verscherpte. Als het centrale tekort ziet hij het feit dat Rusland zich, anders dan andere Europese landen, nimmer tot natiestaat ontwikkelde.

Altijd was er de onduidelijkheid over de vraag wat Rusland is. Waarmee moet een Rus zich identificeren? Met het eigenlijke Rusland (nu dus het land waarvan Jeltsin president is) of met het idee van een groot Russisch rijk, in wat voor gedroomde vorm dan ook?

Toen de Sovjet-Unie ineenstortte, hield ook het Russische rijk plotseling op te bestaan. Voor de meeste Russen totaal onverwacht en buitengewoon verwarrend. Het Russische dilemma is onverbiddelijk geworden. Het Russische rijk leeft in veel hoofden voort, en dat kan tot rare dingen leiden. Maar herstel van het rijk betekent opnieuw bij Peter de Grote beginnen. Misschien komt ook Roemjantsev nog tot het inzicht dat dit niet de optie is die Rusland tot bloei kan brengen.

Meer over