Het rood-gele concept

Bunsjoter brood Bolle Jannen Schwarzwalder Brood van toen Stok van toen Spakenburger plakken Mega bokkenpoten Grote natte keek Kleine natte keek Hawaii feestbrood Woepies kaneel..

Vraag een Spakenburger of hij weet waar meneer Beukers te vinden is.

Beste kans dat hij met een grote grijns en naar waarheid antwoordt: dat ben ik.

Onbarmhartig fel schijnt het tl-licht in bakkerij 't Stoepje als meneer Beukers aan wie de vraag gesteld wordt zijn wagen vollaadt met brood en banket. Over een paar uur hoopt hij het weer van de hand te doen op van de ruim duizend standplaatsen in Nederland.

Meneer Beukers fronst de wenkbrauwen als hij hoort dat de gezochte meneer Beukers luistert naar de voornaam Peter. 'Weet je zeker dat je die afspraak niet om vier uur vanmiddag hebt?' Het is vrijdagmorgen vier uur.

Peter Beukers is alles wat je van een Spakenburger mag verwachten: blond, stevig en een massieve hand die hij even na vieren drukt, in de kantine van het distributiecentrum. Van hieruit, op de eerste verdieping, heb je een prachtig uitzicht op de bijna militaire logistiek aan brood en banket.

Gele manden, hoog opgestapeld,staan te wachten in verschillende divisies, verdeeld over een hal van al gauw vierkante hectare. Hun rangorde is afhankelijk van de bestemming.

De vooruitgeschoven posten, het dichtst bij de laadplekken, zijn bedoeld voor de ochtendmarkten op een uur of wat rijden van het distributiecentrum. De volgende divisies zullen later uitrukken, naarmate de cirkel om Spakenburg kleiner wordt. Achteraan staan de bestellingen voor de middagmarkten. Daarnaast heeft 't Stoepje in het noorden, het zuiden en zuidwesten nog drie kleinere distributiecentra die 's nachts al van brood zijn voorzien.

Vrijdag is een echte marktdag en 't Stoepje zal deze dag vanaf 240 plekken in Nederland de aanval inzetten op de consument. De munitie zal onder veel meer bestaan uit Bunsjoter brood, Bolle Jannen, Schwarzwalder, brood van toen, stok van toen, Spakenburger plakken, mega bokkenpoten, grote natte keek, kleine natte keek, Hawaii feestbrood, om nog maar te zwijgen van de Woepies kaneel die Peter Beukers om kwart voor vijf bij de koffie serveert.

'Goed dat je zo vroeg bent gekomen', zegt hij. 'Zoiets moet je toch met eigen ogen zien.'

Peter Beukers is directeur van 't Stoepje en, nee, meestal is hij zelf ook niet zo vroeg uit de veren. Sinds de bakkerij in 1999 is overgenomen door het Duitse Kamps en daarmee drie jaar later op ging in het Italiaanse Banilla behartigt hij als strateeg en beleidsmaker de belangen van de bakkerij binnen dat conglomeraat. Dat gebeurt meestal ruim na het ochtendgloren en niet in distributiecentra.

Eerlijk gezegd heeft Beukers wel eens heimwee naar de tijd dat hij nog gewoon ondernemer was en dichter op het proces zat. Nog eerlijker gezegd: hij heeft de stille hoop dat Banilla binnen afzienbare tijd weer van 't Stoepje af wil. Als marktbakker blijft 't Stoepje een vreemde eend in de bijt en zoveel heeft Banilla er niet mee te winnen.

Als de ene helft van Spakenburg Beukers heet, dan heet de andere helft De Graaf. In 1979, een kwart eeuw geleden dus, begon Jan de Graaf een eigen bakkerszaak. Omdat die bakkerszaak een opvallend hoge stoep voor de deur had, hoefde er niet lang te worden nagedacht over een naam. Spakenburgers maken het niet moeilijker dan het is.

Jan de Graaf is de zoon van Aart en de kleinzoon van Jan, en daarmee het product van een echte bakkersdynastie. Om Jan de Graaf te onderscheiden van al die andere Jannen de Graafs in het dorp heet hij in volksmond daarom Jan van Aart van Jan de bakker.

Dat staat nu dus ook geschreven op al die broodwagens op al die markten, want Spakenburgers zijn ook handige donders. Ze weten hoe ze hun eigen eigenaardigheden commercieel kunnen uitbuiten. Van een eerste levensbehoefte als brood hebben ze een merk gemaakt en dat merk heet 't Stoepje.

Al in het begin van de vorige eeuw laadden de Spakenburgers hun handkarren vol met vis en brood, hun belangrijkste exportproducten, om die in dorpen als Driebergen en Doorn aan de gegoede burgerij te verkopen. In 1983 trad Jan van Aart van Jan de bakker in die traditie als marktverkoper.

Toen Peter Beukers in 1995 de leiding overnam van de oprichter ging het niet best met 't Stoepje. De formule moest nieuw leven worden ingeblazen en de lijnen waren te lang. Beukers koos voor de vlucht vooruit. Andere markthandelaren in brood werden ingelijfd en in het rood-gele concept gegoten. In een paar jaar steeg het aantal verkooppunten 185 naar 900. 't Stoepje bedient 95 procent van de Nederlandse markten, een handvol Vlaamse markten en staat daarnaast op tweehonderd standplaatsen bij winkelcentra.

Daarmee is 't Stoepje de grootste werkgever van Spakenburg met twee bakkerijen waar volcontinu brood en banket wordt gebakken:'s nachts het grootbrood, overdag het kleinbrood. Op weekbasis: een half miljoen witte kadetten, een half miljoen bruine kadetten, een miljoen harde luxebroodjes, een miljoen zachte luxebroodjes, 600 duizend krentenbollen, 250 duizend gevulde koeken en tienduizend appeltaarten.

Beukers schat dat 't Stoepje in de totale verkoop van brood een marktaandeel van bijna 5 procent heeft. Driekwart van het brood in Nederland wordt gekocht in supermarkten en eenvijfde komt van de warme bakker. Veel groei zit er niet meer in, zegt Beukers. 'Qua versbeleving zitten we precies tussen die twee in.'

De spanning is voelbaar vrijdagochtend in het Spakenburgse distributiecentrum. Al een paar dagen veroorzaken vorst en sneeuw problemen. Een dag eerder kon een aantal handelaren niet eens hun plaats van bestemming bereiken.

Om half zes meldt Marietje, de enige verkoopster in klederdracht, dat de snelweg bij Zwolle al is afgesloten wegens een ongeval. Nog snel halen marktkoopmannen een laatste koffie in de kantine. Bij het afscheid wenst men elkaar goede verkoop met de stoerderigheid van mensen die met een paar uurtjes slaap toe kunnen.

De markten worden bediend door franchisenemers, van wie 80 procent uit het dorp zelf afkomstig is. 'De markt zit Spakenburgers in het bloed', zegt Peter Beukers ruim een half uur later als het decor zich heeft verplaatst naar de Zomerkade in Haarlem. Franchisenemer Theo van de Vuurst glibbert over het wegdek om zijn verkoopwagen op de verkoopplek te manoeuvreren.

Van der Vuurst bedient doordeweeks de markten in Warmond, Oegstgeest en Haarlem. Op zaterdag gaat hij helemaal naar Appingedam, maar dat is de lange reis meer dan waard. Echt een heel goede markt, Appingedam.

Geen markt schijnt dezelfde te zijn, wat publiek betreft. In Oegstgeest heb je van alles door elkaar, van deftig tot heel gewoon. Hier in Haarlem komt eigenlijk alleen maar Jan Modaal voor zijn dagelijks brood, de eerste meldt zich al om half zeven. Gek is dat, zegt Theo van der Vuurst, maar de beste handel heb je toch in dit type arbeidersbuurten. Daar nemen ze eerder koek of gebak erbij, terwijl nette mensen vooral letten op gezond.

Peter Beukers inspecteert ondertussen de gele bakken. Hoe zit het met het olijfbrood en spekbrood? Niet dat het hardlopers zijn, maar je laat als 't Stoepie wel zien dat je meegaat met de tijd.

Met een kaasbroodje tussen de kiezen slalomen we door de ochtendspits terug naar het distributiecentrum. De zon komt op en om acht uur is Beukers als eerste op kantoor. Hij floept het tl-licht aan. Tijd voor strategie en beleid.

Meer over