Het roemscenario

De celebrity-cultuur is in Nederland enorm gegroeid. Roem en prestatie zijn uit elkaar gedreven, met als gevolg: de onstuitbare opmars van de bekende ondeskundige. Wat zijn de machinaties hierachter? Beroepsmatige roemdeskundigen (jawel!) leggen uit.

Samuel Green, de hoofdpersoon uit Bes-te vriend, de tweede roman van Robert Vuijsje, is beroemd. Nog beroemder dan zijn schepper. Want dankt Robert Vuijsje zijn eigen BN'er-schap vooral aan alle aanstoot bij publicatie van zijn debuutroman Alleen maar nette mensen (joodse Amsterdam Zuid-jongen valt op voloptueuze zwarte vrouwen uit de Bijlmer), de hoofdpersoon uit Beste vriend is dermate beroemd dat het er niet meer toe doet op grond waarvan hij dat is geworden. Hij is het en dat is het enige wat telt, want 'roem is de nieuwe religie'.

En wie zal dat nog tegenspreken in een land waar zelfs een krant als Trouw je 's zaterdags vergast op een roemrubriek, waardoor er nu door niemand meer te ontkomen lijkt aan - om maar wat te noemen - de liaison tussen societyster Paris Hilton (Hollywood) en de dj Afrojack (Spijkenisse).

Vanwege die nieuwe religie is de hoofdpersoon uit Beste vriend vooral bezig beroemd te blijven. Als deze Sam aanschuift in een talkshow is dat niet als exponent van een bepaalde deskundigheid, maar als celebrity an sich. Zelf het onderwerp zijn, zo horen we Sam uitleggen, staat aan de top van de celebritypiramide: 'Het gaat alleen maar over jou. Een aanleiding is niet nodig. Jij bent de aanleiding.' Behalve nog beroemder worden, heeft Sam nog maar één doel voor ogen: een naar zichzelf vernoemde glossy. 'Hoger bestond niet.'

Pennenlikker

Als ex-journalist van Nieuwe Revu en De Pers die de nodige BN'ers had geïnterviewd, was Vuijsje niet onbekend met de hiërarchie van de roem, met zo ongeveer op de onderste trede de pennenlikker die zijn interview komt laten fiatteren. Vanaf komende donderdag draait de film Alleen maar nette mensen in de bioscoop, met in de hoofdrol Geza Weisz en Vuijsje zelf in een bescheiden rolletje als taxichauffeur. Hoewel Beste vriend in bestsellertermen niet in de buurt is gekomen van zijn debuut (200 duizend versus 25 duizend exemplaren) is zijn celebrity-status alleen maar verder uitgebouwd, wat onder meer tot uiting kwam in zijn deelname aan de quiz De slimste mens.

Wat is zijn fascinatie met roem? 'Het was wat mij betreft een combinatie van verwondering en ergernis. Wat ik bij de afhandeling van interviews merkte, was de houding: jij interviewt mij, dus ik ben hoger dan jij. Het intrigeert me dat mensen die beroemd worden, zich anders gaan gedragen.' Het was vervolgens een rare ervaring zelf te worden geïnterviewd, als bestsellerauteur, vooral voor televisie. 'Zo'n tv-optreden duurt kort. In die korte tijd moet je heel veel beslissingen nemen die verdragende gevolgen kunnen hebben voor je leven, of je boek goed verkoopt bijvoorbeeld of hoe je door anderen wordt gezien. Je bent gespannen en geconcentreerd, maar tegelijkertijd moet je zo ontspannen mogelijk zien over te komen. Soms gaat het goed, soms niet.

'De enige manier om het te leren, is om het te doen, maar het paradoxale is dat je pas aan zo'n tafel belandt als je er al eerder hebt gezeten. Het is een gesloten circuit.' Of zoals Sam Green een wetmatigheid van de roem verwoordt: 'De mensen die bepalen wie op televisie komt, halen hun inspiratie uit het kijken naar televisie. Dat is waar gasten worden gerekruteerd. Wie niet op televisie komt, zal nooit op televisie komen.' Oftewel: het is moeilijk om er tussen te komen, maar als dat eenmaal is gelukt, dan doen de centrifugale krachten hun werk, waardoor de roem almaar verder wordt versterkt.

Krentjes uit de pap

Over dat vrijwel gesloten circuit van de televisiebekendheid schreef comedian Raoul Heertje het boek Mark Rutte is lesbisch dat. Ook Heertje verwondert zich over de ongeschreven regels van televisie, zoals deze: 'Niet stotteren, kort en bondig formuleren. Een grappige opmerking kan geen kwaad. De krentjes uit de pap benadrukken of, nog liever, uitvergroten. De pap zelf zo veel mogelijk negeren.' En: 'Het is niet zo belangrijk of iemand echt de deskundigste deskundige is. Het is een geschikte deskundige als hij vaak genoeg in de media verschijnt als deskundige.'

Als boegbeeld van Dit was het nieuws (eerst bij de TROS, nu op RTL4) is hij zelf een zogenaamde BN'er. 'Een BN'er is trouwens iets anders dan een bekende Nederlander. Ze zijn allebei bekend, maar bij de een is dat een doel en bij de ander een toevallige bijwerking van hun werkzaamheden. [...] Patty Brard en Joost Zwagerman zijn BN'ers. Mies Bouwman is een bekende Nederlander.' Er zijn weinig woorden waaraan Heertje een grotere hekel heeft dan aan het woord BN'er, schrijft hij: 'Dat komt waarschijnlijk doordat ik regelmatig wordt aangesproken met de term. Plotseling hoor je bij een groep mensen waarbij je nooit had willen horen. Ik zou bijna schrijven: waar je niet dood bij gevonden zou willen worden, maar zelfs die suggestie is me veel te link. [...] Als er nou één manier is om een populaire BN'er te worden, dan is het wel doodgaan.'

Nee, benadrukt Heertje, hij heeft dat boek niet geschreven uit ergernis of boosheid. 'En het was me te gemakkelijk om alleen maar al die mediamannetjes en glamourvrouwtjes te fileren. Ik wil wel degelijk serieus de discussie aanzwengelen over de almaar overheersender en verstikkender werking van de celebritycultuur.' Wat betekent: roem raakt almaar meer losgezongen van prestatie, en met alle denkbare middelen is bekendheid een doel op zich geworden. Voor Heertje is het onderwerp belangrijk genoeg. 'Maar het is, zie de zogenaamd serieuze publicaties over het onderwerp, lastig om het erover te hebben zonder te vervallen in de abstracties waarop mediasociologen het patent hebben.'

Heertje mag daar wars van zijn, dat wil niet zeggen dat hij de theorievorming in zijn boek uit de weg gaat: 'We kennen elkaar nauwelijks nog. Maar we willen nog steeds de intimiteit van vroeger. Dus gaan we een zogenaamde relatie aan met bekende mensen. Die spelen daar ook op in door allerlei zogenaamd persoonlijke details te openbaren.' Een gedachte die ook roemdeskundige (en overigens in diens boek door Heertje verafschuwde) Albert Verlinde lijkt te huldigen. In het weekblad Vrij Nederland stelde hij onlangs: 'Door de individualisering zitten veel mensen eenzaam achter hun televisie of computer. Echt contact is er steeds minder, dus dan leer je vooral van het leven van de sterren. Die is een uitvergroting van je eigen werkelijkheid.'

'BN'er', vervolgt Heertje op honende toon, 'is zo een beroep geworden. Met televisie als belangrijkste, alles bepalende, podium. Het gaat om theatervoorstellingen, waarin alles is geregisseerd, gemanipuleerd en geformatteerd, zelfs bij een serieus programma als Buitenhof waarin de interviews nog slechts de schijn van een gewoon gesprek uitstralen. De televisie is zo zaligmakend dat mensen tegen je zeggen, het gaat zeker goed met je, want je bent vaak op de televisie. Als ik op alle onzinnige verzoeken 'ja' zou zeggen, zou ik zo ongeveer de hele dag op de televisie kunnen zijn.'

Poppetjes zijn belangrijker

Tal van prachtige boeken en films bestaan niet omdat er geen tv-aandacht voor is, vervolgt Heertje. 'Mijn boek ligt prominent bij de AKO. En niet dat van iemand die zich al twintig jaar in hetzelfde onderwerp heeft verdiept en misschien wel beter is. De televisie, en deels ook de journalistiek, is uitgegroeid tot een industrie, waarin de vorm en de poppetjes belangrijker zijn geworden dan de inhoud. Dat komt vooral tot uiting in de groeiende dominantie van de talkshow, waarin dezelfde BN'ers in toenemende mate hun (vooral Hilversumse) werkelijkheid onderling bespreken. Het gevaar daarvan is dat mensen gaan denken dat als je het prgramma De Wereld Draait Door hebt gezien, weet wat er zich in de wereld afspeelt.

'De mensen vinden het moeilijk om in te zien dat de act van zo'n meisje als Britt Dekker in wezen niet anders is dan die van een Matthijs van Nieuwkerk. Ze spelen beiden hun geformatteerde rol. Als je daar de vinger op legt, wordt dat gezien als spelbederf. Dat is me wel eens bij DWDD overkomen, vandaar ook mijn conclusie dat je in dat circus alleen maar mee kunt doen als je bereid bent het spel op hun voorwaarden mee te spelen. Maar ik beheers het spel wel, die machine spuugt me niet uit.'

In zijn boek geeft hij voorbeelden van zijn eigen behendigheid op dat vlak en doet van binnenuit verslag van 'Het Circus'. En van 'de vaste acts' die bij dat Circus horen: 'De BN'ers, onbeperkte stroom mannetjes en vrouwtjes die de media en onze gesprekken van vulling voorzien. Zo herinner ik me een legendarische ontmoeting met een mij onbekende meneer in het TROS-gebouw [...]. Hij stak zijn hand uit en sprak de curieuze woorden: 'Hallo, ik was van Waku Waku.' Aan zijn gelaatsuitdrukking zag ik dat deze zin mij alle duidelijkheid had moeten verschaffen. Ik had geen idee waarover hij het had, wie hij was en waarom hij in code met me praatte. [...] Later begreep ik dat het om ene Rob Fruithof ging. Dat Waku Waku bleek iets met een aapje en een tv-programma te zijn.'

Hoezeer het thema celebrity leeft, ook bij al diegenen met meer manifestatie- dan prestatiedwang op miljoenenmedia als de website YouTube, blijkt ook uit het essay dat de op het scherm alomtegenwoordige KRO-coryfee Arie Boomsma dezer dagen publiceerde onder de titel Roem (ondertitel: De zucht naar zichtbaarheid). Daarin laat ook hij zien hoe de begrippen roem en prestatie uit elkaar zijn gegroeid en doet hij min of meer persoonlijk verslag van zijn eigen ervaringen met de celebritycultus en de impact daarvan op zijn eigen leven. 'In de zomer van 2010 verloor ik mijn verloofde. Na dertien jaar. [...] Ik verloor haar aan mij. Aan wie ik ben, aan mijn zucht naar zichtbaarheid en de gevolgen van die zucht voor het leven dat ik leid.'

'Hollywood-ster Angelina Jolie wordt speciaal gezant van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties', luidde een recente krantenkop. Het bericht illustreert dat de celebritycultuur zich allang niet meer beperkt tot de wereld van de film, tv of muziek, maar zich heeft weten binnen te dringen in de politiek en de economie. Een beetje ster beweegt zich even gemakkelijk in de politieke arena als op de filmset. Geen G8 zonder popartiesten als Bono of Bob Geldof, die de wereldleiders met veel aplomb en nog meer media-aandacht oproepen meer geld uit te trekken voor de armoedebestrijding in Afrika. En wee de politicus die weigert tijdens zo'n top Bono te ontmoeten, 'omdat de wereldpolitiek geen zaak van muzikanten is', zoals de premier van Canada anno 2007 waagde op te merken. Die opstelling laat onmiddellijk je geloofwaardigheid onder de bevolking dalen. Uit een enquête die na de top werd gehouden bleek 48 procent van de Canadese bevolking zanger Bono betrouwbaarder te vinden inzake de hulp aan Afrika dan hun eigen premier, zo staat te lezen in De celebritysupermarkt, een Vlaamse studie van de mediawetenschappers Hilde Van den Bulck en Sil Tambuyzer.

Goede doelen

Ook dat verschijnsel heeft inmiddels de polder bereikt. Toen de gedoogcoalitie van plan leek flink te korten op de ontwikkelingshulp klommen tal van BN'ers (Dolf Jansen, Peter R. de Vries en Doutzen Kroes, to name a few) verontwaardigd in de pen om het kabinet in een open brief te waarschuwen dat 'snijden in ontwikkelingshulp een historische vergissing is'. Een aantal ondertekenaars van de brief beweegt zich eveneens in de wereld van de goede doelen, nog zo'n terrein waarop de sterren zich met graagte vertonen. Geen goed doel zonder BN'er. Unicef heeft Paul van Vliet en Monique van de Ven. Marco Borsato is ambassadeur van War Child, Irene Moors en Humberto Tan van het Rode Kruis en Angela Groothuizen en Nicolette Kluijver zijn betrokken bij Stop Aids Now. Niet alleen het nieuws, ook de charitas wordt steeds vaker opgehangen aan bekende namen, in de hoop op meer bekendheid en daarmee op meer giften.

Maar ook de celebrity zelf doet er zijn voordeel mee, aldus NRC Handelsblad-columnist (en één tv-seizoen Zomergasten-presentator) Bas Heijne: 'Een celebrity heeft een goed doel nodig om hoog op de ladder te blijven staan. Alleen beroemdheid is niet genoeg, dat wordt al snel geassocieerd met oppervlakkigheid en leegheid. De verbinding met een goed doel biedt de suggestie van betrokkenheid en inhoud. Dat kan geen kwaad, al vraag ik me soms af of Angeline Jolie er is voor de vluchtelingenkampen of dat de vluchtelingenkampen er zijn voor haar.' Een kwestie die Heijne meer zorgen baart, is dat allerlei belangrijke maatschappelijke issues aan de tv-tafels lijken te worden vermalen tot entertainment. 'Dan hoor ik aan de stamtafel van DWDD Prem roepen dat hij een inbreker meteen dood slaat, als hij hem aantreft in zijn huis. Maar wat kan mij de mening van Prem schelen?

'Waarom wordt er aan die tafels altijd gekozen voor het instantoordeel van semi-celebrities, in plaats van voor een pittige, inhoudelijke discussie over de rechtsstaat? Dat hoeft helemaal niet saai te zijn. Hoezo Ratelband over homo's, Jort Kelder over de begrotingsproblematiek of Bart Chabot die Emile Roemer betuttelt? Dat wezenloze, inhoudsloze gelul is echt iets van de Nederlandse televisie, net zoals dat aan diezelfde tafels iedereen over alles een mening moet hebben - Conny Breukhoven over de aanschaf van de JSF, een minister over het Songfestival. Vroeger waren die werelden van elkaar gescheiden. In het buitenland is dat nog steeds zo. Heb je ooit Gary Lineker (oud-voetballer en presentator van het sportprograama Match of the Day, red.) gehoord over politiek?'

Het brengt hem tot de constatering dat het er de schijn van heeft dat de celebritycultuur nergens zo diep en definitief lijkt te zijn ingedaald als hier. 'In Duitsland is de traditionele debatcultuur nog stevig geworteld. Te formeel voor ons en soms ook zeker saai, maar het uitgangspunt is dat mensen praten over zaken waar ze ook echt iets van af weten. Bij ons zit die angst dat een ander zich beter voelt er diep in, het wordt al snel beschouwd als ijdelheid en opschepperij. Met als gevolg dat serieuze kwesties ondergeschikt zijn geworden aan de celebritycultuur, waarin alles leuk en snel moet zijn en vooral gewoon. Aan de borreltafel moet iedereen kunnen aanschuiven en over elk onderwerp kunnen meepraten. Maar als iedereen over alles iets te zeggen heeft, doet uiteindelijk niets er meer toe.'

Sterren uit Hollywood

Bij gebrek aan een krachtige commerciële filmcultuur is roem in Nederland in de eerste plaats tv-roem. Voor de komst van de televisie was het verschijnsel BN'er nauwelijks bekend, het vorstenhuis niet te na gesproken. Echte roem was voorbehouden aan de sterren uit Hollywood. De opkomst van het sterrendom van een Greta Garbo, Rudolph Valentino of Rita Hayworth loopt parallel met de groei van de door de filmindustrie zelf gecontroleerde promotie- en publiciteitsindustrie, schrijven Hilde van den Bulck en Sil Tambuyzer in de Celebritysupermarkt: 'Vanaf 1920 zien we in de VS een ware explosie in de verslaglegging over filmsterren. Hollywoord wordt met vijfduizend correspondenten 's werelds derde grootste informatiebron.' Die correspondenten worden dagelijks gevoederd en gelaafd met feiten over het privéleven van de sterren. Die groeiden zo uit tot vertrouwde gasten in de huiskamers.

Met de opkomst van de televisie maakten nieuwe sterren hun entree op de celebritymarkt. Sporters, tv-presentatoren, reality-sterren en volkszangers vulden het scherm. Naarmate het aantal tv-zenders toenam, steeg de behoefte aan steeds weer nieuwe gezichten.

'Toen ik in 1980 bij Privé kwam had je twee netten', blikt Evert Santegoeds, sinds 2002 hoofdredacteur van het roddelblad, terug. 'We keken met z'n allen naar dezelfde sterren als Jos Brink, Mies Bouwman, Willem Duys, André van Duin en Sonja Barend. Ze waren echt beroemd. Na de komst van de commerciële televisie, eind jaren tachtig, veranderde dat. Iedere zender creëerde zijn eigen BN'ers en allemaal hebben ze publiciteit nodig om in the picture te blijven. We worden overstelpt met persberichten. Maar van al die (semi-)BN'ers zijn er maar een paar die we op de cover kunnen zetten. Van het Koninklijk Huis zijn dat Máxima en Marilène, daarbuiten Linda, Wendy, Sylvie en Yolanthe. Dat zijn de echte grote sterren in Nederland, over wie ons publiek alles wil weten.'

Recente uitingen inzake roem van Santegoeds overziend, lijkt Estelle Cruijff daar bijgekomen.

Toen Jean-Pierre Geelen drie jaar geleden begon met zijn tv-rubriek voor de Volkskrant leefde hij in de veronderstelling dat de televisie wel zo ongeveer op zijn hoogtepunt verkeerde. Nog meer sterren, nog meer reality-shows of praatprogramma's, hij kon het zich niet zo goed voorstellen. Maar hij is de eerste om toe te geven dat hij zich heeft vergist. Geelen: 'Er zijn weken geweest dat Nick en Simon vrijwel dagelijks op televisie waren. Je zou verwachten dat de kijkers er genoeg van krijgen, maar het tegendeel is het geval. Iedere avond twittert Nederland zich suf tijdens DWDD en Pauw&Witteman over wat een kloteprogramma het is met alweer Jan Mulder, Prem, Rottenberg of wie er dan ook weer zijn aangeschoven, maar de avond daarna kijken er gewoon wéér meer dan een miljoen mensen. Vraag me niet waarom, want ik begrijp er niks van, anders dan dat tv, kranten en roddelbladen een schreeuwende behoefte hebben aan content in de vorm van Bekende Gezichten. De celebrity-industrie is onverzadigbaar. En ook de lezers van de serieuze kranten krijgen er steeds meer mee te maken. Acht jaar geleden schreef ik een verhaal bij de dood van soapactrice Guusje Nederhorst. Daar was toen nog enige discussie over op de krant, of dat wel kon. De sfeer is nu meer dat als je daar bedenkingen bij heb je zuur en narrig bent.'

Iedere zender heeft zijn eigen BN'ers, afgestemd op hun kijkerspubliek, analyseert Geelen. 'De celebrity-markt heeft zich gedifferentieerd. RTL Boulevard richt op de sterren van RTL en SBS zit nog een treetje lager, niveau Dré Hazes. DWDD, dat is een soort Boulevard voor OSM, met onder meer Prem, Kelder, Mulder en Rottenberg.'

Er is Geelen nog iets opgevallen. 'BN'ers doen steeds meer. Ze presenteren tv-programma's, acteren in films, gaan de kindsoldaten in Afrika redden of schrijven een boek. Daarover mogen ze dan weer komen praten aan de diverse tv-tafels, het is één grote kruisbestuiving. Neem een film als Nova Zembla. En dan die vraag 'En Doutzen, hoe was het nou om met die en die samen te spelen?' Avond na avond kon je die vraag horen stellen bij Albert Verlinde, Matthijs van Nieuwkerk of Paul de Leeuw of las je erover in de kranten. Volkomen kritiekloos. Maar lees je vervolgens de recensies, dan blijkt die film helemaal niet zo bijzonder goed te zijn, integendeel.'

Zo gewoon mogelijk

Wie in Nederland bekend wil worden doet er goed aan zo gewoon mogelijk te zijn. Sterallures of excentriek gedrag worden niet gepikt. BN'ers moeten zijn zoals wijzelf, met een gouden randje erom. Bas Heijne: 'Volendam is niets voor niets het hart van de Nederlandse celebritycultuur, het Nashville van de polder. Gewone jongens die je in de kroeg kunt tegenkomen, daar houden we van. Tegelijkertijd, en dat is het paradoxale aan roem in Nederland, wordt hun alledaagse gewoonheid voortdurend als iets bijzonders gebracht. De ster als de nieuwe buurman, dichtbij en toch bijzonder. Wat iets anders is dan geliefd. Want er zijn twee misverstanden over beroemde mensen in Nederland.

De eerste is dat ze aanbeden worden, de tweede dat ze macht en invloed hebben. Er zit agressie bij. Voor Johan Derksen zijn de voetballers waar hij dag en nacht over lult al snel 'verwende miljonairs', terwijl hij zelf zonder die jongens geen bestaansrecht zou hebben - en ook geen miljonair zou zijn. We willen celebrities, maar we hebben geen zin om ze te bewonderen. Dan kunnen we de volgende dag weer met z'n allen aan de koffieautomaat schelden op zo'n BN'er, want dat is belangrijk in dit tijdperk van de gedeelde ervaringen.'

Bekende Belg

Als er iemand is die ervaring heeft met roem - van highbrow tot lowbrow - is het Jan Mulder. Zijn eerste radio-interview gaf Jan Mulder aan het VARA-radioprogramma Tussen start en finish. Het was na zijn opmerkelijke transfer van de plaatselijke WVV uit Winschoten naar de Brusselse voetbalgrootmacht Anderlecht, ergens halverwege de jaren zestig. Hij werd een Bekende Belg. Al is Mulder zelf de eerste om dat te relativeren, al was het maar omdat Anderlecht niet echt Brussel is, maar een buitenwijk.

'Als je in Brussel op de Avenue Louise liep, werd je niet herkend. Ook in Nederland stelde roem in die dagen niet veel voor. Toen Cruijff nog bij Ajax speelde, stonden na de training vijf oude mannen hem op te wachten. Eigenlijk is er al die tijd weinig veranderd. Als Jan Smit hier de gracht oploopt, gebeurt er echt niks, zeker niet als je dat vergelijkt met hoe het gaat als Robbie Williams zich ergens in Londen vertoont. Mijn eigen roem? Och, dat is een leuk praatje met drie vrachtwagenchauffeurs bij een nachtelijk tankstation. Die herkennen me en kijken in wat voor auto ik rijd. Nou ja, als ik op zaterdagavond in Alkmaar een kroeg binnen zou stappen, dan vind je dat vijf minuten later overal digitaal terug, maar ach, dat is voor mij nog binnen de perken.

'Ik val buiten de sfeer van RTL Boulevard en Shownieuws; dat soort BN'er ben ik nu eenmaal niet. Ik ben ook niet echt iemand voor de bladen, want geen showbizzfiguur. Hoewel: er stond een keer in dat ik vreemd mocht gaan, omdat mijn vrouw ook een jonge minnaar had. Daarbij stond een foto van Johanna, met onze jongste zoon. Ik heb meteen tien exemplaren gekocht.'

Nee, hij zal niet verhullen dat het hem niet lekker zit ondervraagd te worden als zeg maar een exponent van een celebritycultuur, waar hij geen enkele affiniteit mee heeft. 'Ik ben niet bezeten van dat onderwerp, maar jullie! En dat ten behoeve van de krant waarvoor ik al sinds 1976 actief ben. Maar dan kan je één ding niet buiten beschouwing laten en dat is de beantwoording van de vraag welke media er het ergst zijn meegegaan in die celebrity-onzin. En dat zijn de kranten, óók de Volkskrant en de NRC, juist de Volkskrant en de NRC, media die ik veel hoger acht dan televisie. Zij hebben de celebritycultuur salonfähig gemaakt. Sterker nog: de kranten voeden met het volgen van al die televisietrends die luchtbel, misschien nog wel meer dan de televisie zelf.'

'Natuurlijk gaat televisie vaak over televisie, maar mijn verbazing en kritiek gelden het gegeven dat kranten meegaan in die vervlakking. Dat stuk van jullie, dat bijt zich zodoende in de staart.'

CELEBRITY: DE BATEN (1)

Geen BN'er zo open over zijn inkomen als Jort Kelder, die op zijn site zijn aangifte over 2011 openbaarde. In afwachting van de definitieve aanslag had de BV Kelder alvast 271.316 euro in de staatskas gestort. Schuldig voelt hij zich allerminst over zijn naar eigen zeggen 'bizar hoge inkomen'. Kelder: 'Mijn verdienvermogen als tv-presentator is uiterst onzeker, ik ben nergens voor verzekerd en pensioen heb ik nauwelijks. Vergelijk BN'ers met profvoetballers of politici: ze hebben het zelf gekozen en zijn alles behalve zielig, maar het kan any moment over zijn.' Een 'echte' miljonair is BN'er Kelder naar eigen zeggen niet, sterker nog, die vinden hem 'een stumperige scharrelaar'.

DE BATEN (2)

Uit de lijst 75 rijkste BN'ers volgens het zakentijdschrift Quote, begin dit jaar:

Schrijvers

Dick Bruna 45 miljoen

Arnon Grunberg 4 miljoen

Heleen Van Rooyen 3,5 miljoen

Cabaretiers & komieken

Youp van 't Hek 9 miljoen

André van Duin 8 miljoen

Freek de Jonge 5 miljoen

Tv-presentatrices

Linda de Mol24 miljoen

Caroline Tensen 5 miljoen

Wendy van Dijk 4 miljoen

Tv-presentatoren

Ron Brandsteder21 miljoen

Paul de Leeuw 16 miljoen

Albert Verlinde 6 miljoen

DE BATEN EN DE LASTEN (1)

De inkomens mogen riant zijn, daar tegenover staan torenhoge uitgaven. Zeker in Amerika, zo bleek uit New York Magazine van eind januari dit jaar. De inkomsten van een A-acteur schatte het magazine op 16 miljoen dollar per jaar. Maar een huis dat privacy en veiligheid biedt, kost als snel jaarlijks een half miljoen aan hypotheek, nog los van onderhoud van 260 duizend dollar. Dan zijn daar nog de kosten voor de boot (300 duizend dollar per jaar), de kinderen (idem), kleding (45 duizend dollar), kunst (1,2 miljoen dollar) en juwelen (875 duizend dollar) Al met al blijft er na aftrek van belasting nog zo'n 4,5 miljoen dollar per jaar over.

DE BATEN EN DE LASTEN (2 )

Terug van de glorie van LA en New York naar het kleine leed van de polderroem. 'In de tijd dat de Soundmixshow miljoenen kijkers trok, kreeg ik een artiestenkorting bij het kopen van een auto [...],' vertelt Hennie Huisman in het boek De tol van de roem, waarin BN'ers verhalen over de schaduwkanten van hun bekendheid. 'Maar toen ik even wat minder in beeld was, begon de auto-importeur moeilijk te doen over de korting. [...] Het gekke in dit vak is dat ze je links laten liggen als je geen succes hebt en dat ze je geld komen brengen op het moment dat je genoeg hebt.'

undefined

Meer over