Het publiek moet op je lip zitten Acteur Bert Luppes, pendelaar tusen Onafhankelijk Toneel en Hollandia

Vorig seizoen maakte Bert Luppes furore als fabrieksarbeider in 'KingCorn', binnenkort is hij te zien als stugge huisvader in 'De Bitterzoet' van Dennis Potter....

ZIJN HANDEN lijken groter dan ze in werkelijkheid zijn, zijn schouders breder, zijn kop vierkanter. Uit het robuuste lijf, ietwat gedrongen, spreekt norse onverzettelijkheid, terwijl zijn heldere ogen je juist open en uitnodigend aankijken.

Bert Luppes (43) is acteur en welke rol hij ook speelt, je hebt als publiek altijd de indruk dat zo'n figuur hem past als een tweede huid. Hij was een ideale Woyzeck die met afzakkende schouders en een clownesk sloffend loopje zijn ondergang tegemoet ging, maar ook een elegante womanizer als Platonov. Een vervaarlijk voortrazende Wagner en een rauwe, in de poep rondwroetende Korbes. Maar ook, het afgelopen seizoen in De vrouw van de zee van Ibsen, een rustige, loyale, alleszins redelijke echtgenoot.

Vorig seizoen maakte Luppes furore met KingCorn, een monoloog gebaseerd op gesprekken met de arbeider van een Leidse meelfabriek. Hoewel de fabriek niet meer in bedrijf was, bleef de man op zijn post om de boel schoon te houden voor de enkeling die nog in dat gebouw bivakkeerde. Zijn tekst vol herhalingen, lange stilten en onafgemaakte zinnen werd een uniek document. Luppes ontving de toeschouwers zogenaamd in de lege fabriek waar het rook naar bleekwater en zeep. Aarzelend, alsof hij tegen zijn zin aan buitenstaanders liet zien waar hij werkte.

Hij kreeg de meest uiteenlopende reacties, maar altijd ging het over wat hij opriep bij anderen. 'Ik deed het publiek vaak denken aan hun vader, een oom of een grootvader. Een meisje geloofde dat het echt was, ze gaf mij na afloop een gulden als dank voor de rondleiding. Dat klopte wel, er was geen enkele barrière tussen mij en het publiek.'

Zoals elke rechtgeaarde Hollandiavoorstelling speelde KingCorn niet in een theater maar op locatie; een Leidse universiteitszolder. 'Halverwege schoof ik een raam open en wees ik naar de gebouwen waar het in de tekst over gaat. In de theaters waar we later stonden, kon dat natuurlijk niet. Meestal was daar niet eens een raam, dan zette ik de laaddeur open zodat je kon zien hoe het buiten regende en waaide.

'Ik wilde het kaal, kaal kaal. Hoeveel moeite het niet kostte om alle spots weg te krijgen. Er hangen er meestal zo'n 130, als je die allemaal wilt gebruiken, komt dat voor elkaar. Maar als je vraagt of ze weg kunnen, is dat moeilijk. In een theater is iedereen als de dood de werkelijkheid binnen te halen. Laat het alsjeblieft een kunstmatige wereld zijn. Wat een onzin, alsof de werkelijkheid de illusie zou bedreigen.'

Luppes vindt het het mooist wanneer het publiek zich laat betoveren en ieder woord gelooft - terwijl het weet dat er niets van waar is. Als hij in KingCorn zei: 'Kijk daar loopt een muis', draaide de hele zaal zich als een blok om. Het publiek zat op zijn lip. Zo heeft hij het graag, spelen voor een diep donker gat is niks voor hem. 'Ik hou er niet van wanneer mensen tien meter naar achteren deinzen. Ze moeten tegen het eind van de voorstelling juist tien meter naar het toneel zijn opgeschoven.'

Kok had hij moeten worden. Net als zijn opa. 'Als jochie van zeven stond ik bij hem in de keuken, dan kreeg ik les hoe ik taarten moest bakken.' Zijn vader had hem liever op de militaire academie gezien, waar hij zelf voor was afgekeurd. 'Mijn vader is geboren op Java, op foto's was hij een mooie man in zo'n safaripak. Uiteindelijk kwam hij terecht op een triestig Haags kantoor, terwijl hij zoveel dromen had. Toen hij stierf, kwam de pastoor en zei tegen mij: nu ben je geen kind meer. Ik was veertien. Dat hakt er wel in.'

Nog steeds heeft hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Daarom vindt hij het prettig te werken bij relatief kleine clubs waar dat wordt gewaardeerd. 'Ik woon in een dorp van 650 mensen. Dat past bij mij. Grote gezelschappen trekken me niet zo. Als je klein blijft, ben je wendbaar, je kunt snel produceren. Het hoeft geen jaren van tevoren worden gepland.'

Luppes pendelt nu al zo'n dertien jaar tussen Hollandia en het Onafhankelijk Toneel in Rotterdam: een jaar bij de een, een jaar bij de ander. 'Allebei willen ze dat ik blijf, maar ik kan niet kiezen. Ik ben trouw aan allebei. Samen bieden ze alles wat je je als acteur kunt wensen. Hollandia is ruiger, soms is het spelen op die afgelegen plekken zwaar, maar het geeft ongelofelijk veel vrijheid. Het Onafhankelijk Toneel is grilliger, verfijnder. Bij allebei voel ik me thuis.'

Oorspronkelijk wilde hij de zwakzinnigenzorg in, hij was al aangenomen in Noordwijkerhout bij St.Bavo, destijds een begrip. Maar hij dacht: waarom geef ik me ook niet op voor de toneelschool? Tijdens de middelbare school in Den Haag zag hij in de schouwburg, met zijn verrekijkertje, alle Molières van de Haagsche Comedie. Op school gaf hij een blad uit, Reep, een half A-viertje met recensies over wat hij had gezien. De eerste voorstellingen van De Appel, alles in het HOT-theater. Maar het begon pas echt met een rol in een stuk op school van Dario Fo. De rol van de nar. Toen had hij het echt te pakken.

Na de Maastrichtse toneelschool en twee jaar bij de Scholengroep van Theater in Arnhem begon hij met een paar gelijkgestemden in Limburg een eigen groep: Het Vervolg. 'We deden alles zelf, waren blij met elke cent. Doodsbenauwd was ik dat het zou mislukken.' Zeven jaar later wilde hij iets anders en kwam terecht bij Johan Simons die hij kende uit Maastricht. Simons had net het Regiotheater opgezet, de voorloper van Hollandia. 'Daar liep ik weer andere collega's tegen het lijf en samen met hen maakte ik de eerste productie van Carver. Noem het toeval of geluk, maar ik stond telkens aan de wieg van zo'n gezelschap. Dat vind ik mooi, je bepaalt mede de stijl en cultuur van zo'n groep.'

Denk vooral niet dat Luppes één stijl aanhangt. Hij haat de gewoonte een acteur een label om te hangen. Het fysieke, clowneske acteren van Het Vervolg, gebaseerd op de commedia dell'arte, zit nog altijd in zijn systeem. Maar er is zoveel meer. Zo repeteert Luppes nu met Hollandia aan De Bitterzoet, een toneelstuk van Dennis Potter, waarin hij een stugge huisvader speelt die niet zou misstaan in een film van Ken Loach.

Op de repetitie neemt hij rustig de tijd en last grote denkpauzes in. 'Ik ben net een diesel, ik kom langzaam op gang. Maar ik ga wel gestaag door.' Zijn tekst leert hij steevast op de wc. Daar zit hij ongestoord, hij sluit zich echt op. 'Een onderzoek naar gedachten', noemt Luppes de repetitieperiode. 'Je zorgt dat je een bibliotheek aan gedachten verzamelt, zodat je later, als je staat te spelen, de juiste gedachte uit je voorraad kan pakken.'

Tijdens de repetitie van De Bitterzoet zit hij in het begin heel lang naar een grote lamp te kijken in het decor. 'Ik concentreer me op de schroefjes en bedenk hoe dat ding is gemaakt. Zoiets is heel concreet en het houdt je in het hier en nu.' Acteren berust volgens Luppes puur op concentratie, bijna performance-achtig. 'Je kunt je ook concentreren op geluiden uit het publiek. Of verder weg, op de regen, de wind, het geluid van kerkklokken, een sirene. Je kunt je scope zo groot maken als je wilt.'

Een goede regisseur vindt hij onontbeerlijk. Johan Simons is een beeldhouwer, monumentaal, Mirjam Koen van het Onafhankelijk Toneel is preciezer, ze let meer op details. 'Koen laat je niet los, elke voorstelling is ze erbij en geeft ze na afloop aanwijzingen.' Floor Huygen, de regisseur van KingCorn die ook nog eens zijn eigen vrouw is, combineert die twee dingen. 'Ik lever me totaal uit aan een regisseur, daarom moet het iemand zijn die ik volledig vertrouw. Dan kan ik veel hebben. Zo iemand mag net zo lang morrelen en kneden tot het is wat hij of zij wil zien.'

Acteren moet voor Luppes meer zijn dan 'zomaar een stukje'. Het moet ergens over gáán. Zoals in Othello, de rol die hij volgend seizoen gaat spelen bij het Onafhankelijk Toneel. 'Het probleem is altijd dat Othello zwart is, maar wij keren het om. We doen het met een Marokkaanse cast, ik ben de enige blanke. Zij spreken Arabisch, ik spreek Frans met hen en mijn monologen doe ik in het Nederlands. We spelen het een maand in Marokko en een maand hier. Dat is toch fantastisch?

'Bij Hollandia zijn we na het spelen in fabrieken nu uitgekomen bij stukken over de mensen die daar werken. Een logische stap. Zowel in KingCorn als in dit nieuwe stuk van Potter zitten echte karakters.' De tournee van KingCorn is voorbij, maar Luppes sluit niet uit dat de productie weer op het repertoire komt.

'We hebben met die voorstelling een methode ontwikkeld om portretten te maken van mensen die je waarschijnlijk over dertig jaar niet meer tegen zal komen. We zijn alweer in gesprek met een andere man in vergelijkbare omstandigheden. Ik kan het niet spelen, want volgend seizoen zit ik bij het Onafhankelijk Toneel. Nu probeer ik Peter Paul Muller over te halen om het te doen. Dan kunnen we die twee solo's op één avond laten zien. Zulke mannen horen tot een uitstervend ras waarvoor je met liefde een monument opricht.'

De Bitterzoet van Dennis Potter, coproductie van Theatergroep Hollandia en Theater Antigone. Regie: Johan Simons en Paul Koek. 11 november première in Stuc, Leuven. Van 17 t/m 21 november in Frascati, Amsterdam.

Meer over