Column

Het postmodernisme blijkt een gezonken cultuurgoed

Gelijkheid werd diversiteit - voorgeschreven respect voor alles wat anders is.

Einstein: seksformule E=mc2. Beeld -
Einstein: seksformule E=mc2.Beeld -

Je zou denken dat het postmodernisme, de modieuze filosofische stroming die hoort bij de gedachte dat er geen waarheid is, zijn hoogtepunt ruimschoots achter de rug heeft. Niks hoor, je kunt geen verhaal over onderwijsvernieuwing lezen of alle postmoderne ingrediënten zijn aanwezig: de wijsheid komt helemaal uit de leerling zelf, of uit zijn iPad, en zo'n leraar die voorheen de waarheid in pacht had, is nu vooral een beletsel voor de zelfontplooiing. De vernieuwer van nu wil precies als die van twintig jaar geleden af van zoiets onderdrukkends als examens.

undefined

In de filosofie was de korte samenvatting van het postmodernisme 'anything goes'. Alles mag. De uitdrukking was van Paul Feyerabend, in de jaren zeventig hoogleraar te Berkeley. Alles mag, want wat wij als kennis krijgen voorgeschoteld, is 'wat volgens een kleine groep blanke intellectuelen kennis is'. Het idee dat waarheid niets anders is dan overheersing, deed in vele varianten de ronde. Waaronder die van de feministe Irigaray die meende dat E = mc2 'een geseksualiseerde vergelijking' was.

Als machtsverschillen uitmaken wat waarheid is, dan is het opdringerig of intolerant om aan dé waarheid vast te houden. Zo glijdt het pluralisme, de overtuiging dat opvattingen vrij zijn, af naar relativisme, dat opvattingen evenveel waard zijn. Het tegenargument is even simpel als dodelijk en komt van de beroemde evolutiebioloog Richard Dawkins. 'Geef me een cultuurrelativist op 10 duizend meter hoogte en ik toon je een hypocriet.' In het vliegtuig hoopten ook Feyerabend en Irigaray dat de wetten van de natuurkunde nog kloppen.

De voorbeelden hierboven zijn afkomstig uit het nieuwe boek Op denk-les (Ambo/Anthos) van Sebastien Valkenberg. Ik dacht inderdaad dat het postmodernisme dood en begraven was. Maar het blijkt een gezonken cultuurgoed. Valkenberg haalt rechtsgeleerde Paul Cliteur aan, die vertelde hoe de duizenden eerstejaarsstudenten die hij in de loop der tijd zag passeren, het altijd over één ding hartstochtelijk eens zijn: er is geen waarheid, kennis is betrekkelijk.

Sebastien Valkenberg (1978) schrijft al langer in kranten en periodieken over filosofie. Niet over de filosofie die tegenwoordig aan de weg timmert, de hoe-moet-ik-leven-filosofie van Alain de Botton of Peter Sloterdijk. Het onderwerp van Valkenberg is niet hoe je moet leven, maar hoe je moet dénken. Dat doet hij in het voetspoor van Flaubert (Dictionnaire des idées re-çus) en Karel van het Reve (Uren met Henk Broekhuis). Geen slechte gidsen om postmoderne dooddoeners te behandelen als 'wetenschap is ook maar een theorie', 'je kunt nu eenmaal niet alles verklaren' en als belangrijkste: 'iedereen heeft zijn eigen waarheid'.

Dat laatste heeft nogal consequenties. Zo schreef gewaardeerd collega-columnist alsook wetenschapsjournalist Asha ten Broeke onlangs over dikke mensen. Een fascinerend stukje, waarin de postmoderne denkwereld in 750 woorden voorbij kwam.

Volgens Ten Broeke zijn er een aantal frames in omloop over dikke mensen. Zoals de gedachte dat het hun eigen schuld is dat ze zoveel eten, of dat zwaarlijvigheid het gevolg is van de alomtegenwoordigheid van voedsel. Of, haar voorkeur, dat dik zijn een 'diversiteitsissue' is.

Let op het woord frames; dit gaat niet over de diktekwestie zelf maar over degene die van buitenaf kijkt naar de medemens met overgewicht.

Een frame is een categorisering, die daardoor in postmoderne ogen zelf al een oordeel is. Het verschijnsel dikte bestaat immers niet, er zijn alleen maar gedachten over dikte. Denken is macht en geweld, meende postmodernpaus Michel Foucault. In werkelijkheid zijn mensen in tal van opzichten verschillend, schrijft Ten Broeke, dik of dun, lang of kort, en hoe dat zo gekomen is, doet niet ter zake.

Zij vergelijkt dik zijn met autisme of met het bestaan van heel kleine mensen. Een stoornis of een groeitekort komen zo in dezelfde categorie als overgewicht: allemaal afwijkingen van een onderdrukkende norm. Er is immers geen maatstaf, en dus is er ook geen deugd die je vertelt dat te veel eten afkeurenswaardig is. De remedie heet tolerantie, aangezien de verantwoordelijkheid voor de dikte in het oog van de waarnemer ligt.

Ten Broeke: dikte bestaat niet... Beeld Asha ten Broeke
Ten Broeke: dikte bestaat niet...Beeld Asha ten Broeke

Je kunt dit betoog afdoen als slecht doordacht - helaas voor een wetenschapsjournalist - maar belangrijker is dat het de woekering van het postmodernisme illustreert. Het gelijkheidsideaal heeft plaatsgemaakt voor de diversiteit - voorgeschreven respect voor alles wat anders is. De Ander met hoofdletter werd een klokkenluider voor Westerse onderdrukking. Het verklaart waarom dezelfde mensen die gisteren nog tekeer gingen tegen de misstanden in de r.-k. kerk, vandaag optreden als apologeten van de veel repressievere islam.

Valkenberg constateert dat het postmodernisme in zijn eigen staart bijt. De weigering te oordelen maakt dat je machteloos staat tegenover fundamentalisten. Bovengenoemde filosoof Michel Foucault sympathiseerde ooit met ayatollah Khomeiny - die immers de exotische afwijkeling was van de westerse norm. Maar Foucault was ook homoseksueel en hij kwam hardhollend terug van zijn steun toen het Iraanse regime niet zuinig bleek met stokslagen of erger.

Zo is dik zijn een gewelddaad van de kijker en beoordelaar. Zolang het uitkomt, vermoed ik. Want in hetzelfde vliegtuig dat dankzij de wetten van de natuurkunde op 10 duizend meter in de lucht blijft, blijkt er naast je een schandelijk dikke Amerikaan te zitten met op elke dij een emmer - de ene gevuld met Coca-Cola en de andere met popcorn. Ik weet zeker dat het dan snel over is met de liefde voor de diversiteit. Lees dat boek.

undefined

Foucault: hardhollend terug... Beeld afp
Foucault: hardhollend terug...Beeld afp
Meer over