Het paradijs gaat verloren

In Brington rijden vrachtwagens af en aan. De stallen van Althorp House worden verbouwd tot het Prinses Diana Museum, en op een weiland wordt een parkeerterrein aangelegd....

PETER BRUSSE

Te voet omdat de weg voor auto's is gesloten, langs de eindeloos lange muur naar de achteringang van Althorp House, zegt de vrouw in gedachten verzonken: 'Elle est une mystère.' De oudere zus, die in Londen woont, knikt instemmend en probeert haar liefde te verklaren met: 'Diana was de eerste Royal die zonder handschoenen mensen een hand gaf, gewone mensen met blote handen aanraakte.' Haar man plukt een paar peultjes in het veld en zegt opkijkend, alsof hij de peultjes een naam geeft: 'Aids, daklozen, landmijnen, mensen die sterven.' Hij zegt hoe hij als Engelsman gehuild heeft, zomaar in het openbaar. 'Diana heeft dit land veranderd.' Zijn Franse vrouw knikt instemmend. Opnieuw verzucht het zusje: 'Une mystère.'

Plotseling gaat de muur met een elegante knik omlaag en verschijnt Althorp House in volle glorie. Het is groot, imposant, vierkant, grijs, meer dan honderd kamers, meer dan twintig schoorstenen. Maar mooi kan ik het niet noemen. Om het huis grazen honderden schapen die net zijn geschoren. Zij zijn heel wit op dat immense grasveld dat van de vele regen extra groen is. Het is een vredig gezicht.

Rechts liggen de honingkleurige stallen uit 1730 met plaats voor honderd paarden en woonruimte voor veertig stalknechten. De stallen worden veranderd in het Prinses Diana Museum dat van 1 juli, haar verjaardag, tot 31 augustus, haar sterfdag, voor het publiek te bezoeken zal zijn voor het lieve bedrag van negen pond vijftig, ongeveer 33 gulden. Dan mogen de bezoekers, maximaal 2500 per dag, in snel tempo hun respect betuigen en een vluchtige blik werpen op het eilandje in de grote vijver, de Round Oval, waar Onze Lieve Vrouwe van Althorp rust; althans dat nemen wij aan. Want zoals bij iedere heilige, of die Elvis, Evita of Bernadette heet, zijn er geruchten die de onsterfelijkheid moeten bevestigen. Diana's graf zou leeg zijn, omdat in de drassige grond de kist naar boven zou zijn gedrukt. Toen zou Diana alsnog in het geheim zijn gecremeerd en haar urn bijgezet in het graf van haar geliefde vader in de dorpskerk.

Wij vragen ons af waar het Ronde Ovaal moet liggen. Aan de rand van het water moet ook de tempel zijn die gewijd is aan haar nagedachtenis. Rond de Diana-tempel, vertelt de man die huilde, spelen hertjes.

Volgende week zaterdag zal op het landgoed een Diana-concert gehouden worden, maar het publiek blijft ruim anderhalve kilometer van het eiland verwijderd. Diana's rust wordt niet verstoord, alleen de muziek mag haar beroeren.

De schapen doen alsof er niets aan de hand is. Maar dat is bedrog. Het museum met Diana's speelgoed, schooluniform en een videofilmpje dat haar vader nog heeft gemaakt, de winkel met de 'smaakvolle' souvenirs en het restaurant zijn nog niet klaar. Er rijden vrachtwagens af en aan. Maar geen onbevoegde die door de electronisch beveiligde poort komt.

We komen als bedevaartgangers, niet als grafschenders. De man neemt zijn Nike-petje af. Zijn vrouw pakt de vers gelakte spijlen van het hek vast en prevelt iets onverstaanbaars. Ze heeft pijn aan haar voeten.

Tegenover deze achteringang wordt op een weiland het parkeerterrein aangelegd. Er is een bulldozer in de weer die de grasplaggen op een hoop gooit en daar klauteren de schapen op. Alsof zij voelen dat het niet pluis is. De dorpelingen, de inwoners van Great en Little Brington, hebben geprotesteerd, maar de gemeente heeft een vergunning gegeven voor een seizoen. De weg, waarover wij liepen, van het dorp naar het Huis, wordt, ook onder protest, verbreed en verliest zijn liefelijk karakter. Bij het dorp wordt een houten hek over de weg geplaatst, zodat de toeristen het dorp niet in kunnen rijden en de boeren niet twee maanden lang met hun tractor zes kilomer om hoeven rijden.

De opzichter van het parkeerterrein is beleefd, maar wil niets zeggen. Ook de schaapherder houdt zijn mond.

Ik wandel alleen verder. De anderen gaan terug. Een eigenwijze fazant blijft zitten langs de rand van de weg en als ik hem bijna kan pakken, duikt hij het gras in. Ik kan hem niet meer vinden en klim over een hek het voetpad op naar Nobottle Wood, waar in 1977 tijdens een vossenjacht de noodlottige ontmoeting heeft plaats gevonden. Diana was zestien, pril en onschuldig, Charles bijna dertig en op zoek naar een vrouw. Zij vond hem pretty amzing, hij haar jolly, amusing, great fun.'

Maar verliefd werd hij niet, zoals hij nooit op haar verliefd is geworden en ook nooit van haar heeft gehouden. Toen na bekendmaking van de verloving in februari 1981 gevraagd werd of zij verliefd waren, zei zij spontaan 'natuurlijk', hij 'wat dat dan ook mogen betekenen'.

'En haar gezicht betrok. Ze begreep dat zij er niet toe deed', schrijft de felle feministe Beatrix Campbell in het zojuist verschenen, fascinerende Diana, Princess Of Wales: How Sexual Politics Shook The Monarchy (Uitgave The Women's Press, London).

Campbell, een radicaal republikein, maakt Diana tot de inspirerende martelares en heldin van een feministisch republikanisme. Campbell voelt zich tot in haar diepste wezen verraden en misbruikt door wat de monarchie Diana heeft aangedaan.

Beatrix Campbell is heel Engels en verbeten working class. De Britse arbeider is verwoed monarchist. Met een angstig scherp fileermes ontleedt Cambell het sprookjeshuwelijk dat een en al leugen en bedrog is geweest. Wellicht met de beste bedoelingen, maar de bedoelingen deugden niet. 'Hij geloofde dat hij het voor zijn land deed, maar zijn land had hem niet gevraagd een vrouw op te offeren aan zijn ambitie: de kroon.'

Charles zelf heeft eens gezegd dat trouwen met iemand van de familie Windsor een 'offer is dat je van niemand mag vragen', maar dat hadden en hebben ze de 'onschuldige maagd' nooit verteld.

Charles had wijze levenslessen gekregen van zijn oudoom, lord Mountbatten die, zo blijkt uit bewaard gebleven brieven, adviseerde om zijn wild oats, wilde zaad, kwijt te raken in zoveel mogelijk affaires. Maar als echtgenote moest hij een lief meisje kiezen dat nog niet eerder voor een man gevallen was. 'Wat gemeen', verzucht Campbell, 'een meisje, een kind, dat niets wist.'

Zo'n onbeschreven blad was niet makkelijk te vinden. De meeste meisjes hadden ervaring met mannen voor zij trouwden en die meisjes wilden liefde. Charles had geen behoefte aan liefde: er waren al vrouwen die van hem hielden. En ook geen behoefte aan seks. Het voorrecht van een prins is er zoveel maîtresses op na te houden als hij wil. In de week van zijn huwelijk sliep Charles, met medeweten van het hof, met Camilla Parker-Bowles. Het enige dat Charles nodig had, was een vrouw die een koningskind zou baren. Diana zelf zou later zeggen: 'Ik gaf hem de erfgenaam en ook nog een reserve.'

Dat alles overdenkend glijd ik uit in de modder en mijn val jaagt wat patrijzen en konijnen op, maar geen vossen. Diana hield niet van de vossenjacht. Op de eerste dag na haar intrek in Clarence House, waar 'de gevangene van Wales' na haar verloving tot haar huwelijk zou wonen, moest ze lunchen met Camilla, de alom tegenwoordige maar toen nog geheime liefde. Zij vroeg Diana of ze van jagen hield. 'Waarop', vroeg Diana? 'Op een paard', was het antwoord. Nee, daar zag Diana niets in. Uitstekend. Jagen was dus het veilige domein van Charles en Camilla.

Ik ga op een bankje zitten, pak een stapel kranten en realiseer me dat de Engelse kwaliteitskranten zich langzamerhand schuldig gaan voelen dat zij zich zolang verheven hebben gevoeld boven de roddelpers, die met haar verwerpelijke paparazzi toch beter aanvoelden wat voor tragedies zich achter de paleismuren afspeelden. Een waarachtig koningsdrama in de vorm van een soap opera.

'Het tijdperk van Diana is niet afgelopen, maar nog maar net begonnen', schrijft Julie Burchill, Diana's leeftijdgenote, romanschrijfster en enfant terrible van de Britse media. Burchill begon als punk en is nu een tegendraads columniste van de links-liberale The Guardian. Ook Julie Burchill heeft ter ere van de eerste verjaardag van de dood van de prinses een boek geschreven, Diana (uitgave Weidenfeld & Nicolson, London), dat met zijn misleidend suikerzoet uiterlijk de hartstochtelijke liefdesverklaring is van een op wraak beluste boze fee: 'Voor eeuwig bevroren op het toppunt van haar schoonheid, zal zij de in het zwart gehulde klaagvrouw zijn bij ieder koninklijk huwelijk, de blozende bruid bij iedere kroning. Wij zullen haar nooit vergeten - noch kunnen zij haar vergeten. De koningin is dood. Lang leve de Koningin.'

Het zonnetje schijnt en ik smul van het boze sprookje. De Britten zijn de schok nog steeds niet te boven. Het zelfonderzoek is in volle gang.

'Pluk je eigen aardbeien', staat op een bord aan de rand van Little Brington, een gehucht dat bestaat uit een paar zandstenen huizen, prachtige tuinen, een kroeg en een vervallen kerk.

Op het aardbeienveld staat een stralend nieuwe houten schuur met wat tafeltjes buiten. 'Niet helemaal vanwege Diana', zegt de jonge boerin. 'We waren het al een paar jaar van plan. En we dachten: nu of nooit.' Ze hadden de afgelopen jaren veel tegenslagen gehad, de gekke-koeienziekte, de lammeren brachten niet veel op en dus maar hopen op Diana en wat zon. Ik krijg thee met verse melk en scones met verse jam.

Geen Diana-jam?

'Stel je voor. Nee geen onzin, geen theedoeken, geen T-shirts in Brington. In de pub hebben we prachtige ideeën. Zo van: 'Diana kwam bij ons de koeien melken. Kom kijken. Een pond entree.' Er zijn maar heel weinig mensen in het dorp die haar gekend hebben. En die hebben hun verhalen al honderd keer verteld aan journalisten uit de hele wereld. Die verhalen worden steeds mooier.

'De Spencers zijn niet zo geliefd. Ze tonen nooit enige belangstelling, doen precies waar ze zin in hebben. Nu zijn alle bewoners van de omliggende dorpen uitgenodigd om als eerste het museum te bekijken. De Spencers proberen wat goed te maken en tegelijkertijd dienen wij als proefkonijnen. Alles is zo geregeld dat iedereen zo snel mogelijk op straat staat, vertelde een vriendin die op het landgoed werkt. Er werken niet zoveel mensen van uit de buurt.'

Vroeger, toen de Spencers in goeden doen waren, bezaten ze zo'n beetje alle dorpen en landerijen in de buurt, maar zij hebben veel moeten verkopen. Grote gedeelten van de unieke kunstverzameling met de schilderijen van Rembrandt, Rubens en Van Dyck gingen naar de veiling.

Ik vervolg mijn tocht. Na tweeënhalve kilometer ben ik in het grote dorp, Great Brington, dat niet voor niets op de monumentenlijst staat. Er zijn, zegt de mevrouw van de Village Shop and Post Office 174 inwoners. De winkel biedt ruimte voor drie tot vier mensen. Aan een muur hangen wat briefkaarten, een met een portret van Diana. En er zijn twee tijdschriften over het vorstenhuis. Er hangt een affiche van het Princess Diana Memorial Fund en de grote trots is het eigen poststempel. 'Ze kwam wel eens hier om een reep chocola te kopen', zegt de mevrouw als vaste toefgift.

Ik koop het nieuwe nummer van Majesty en lees dat de graaf nog steeds niet heeft gezegd hoeveel hij van de entreegelden aan het Diana Fonds geeft. Veel vooraanstaande Britten, lees ik, zijn kwaad dat Diana's handtekening op een pakje margarine mocht.

Naast de winkel met de kleine raampjes is de Althorp Inn. De barmeid maakt zich zorgen: 'De media zeggen dat wij geen toeristen in het dorp willen. Maar ik vind: hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Het gevaar is dat de toeristen niet durven komen en de stamgasten ook niet komen omdat ze denken dat we vol toeristen zitten. We weten niet wat er gebeurt. We moeten het afwachten.'

Iemand vertelt dat er op 4 juli een meisje uit het dorp gaat trouwen. De datum stond al vast voor Diana stierf. 'Dan zijn al die Diana-klanten in het dorp. Een ramp wordt het. Nergens kun je dan nog je auto kwijt. Arme bruid, arm kind.'

De meeste cottages in Great Brington stammen uit vorige eeuwen. Onder een grote kastanje staat een mededelingenbord van the Parish Council, de dorpsraad. Er wordt komende week opnieuw over de verwachte invasie vergaderd. En er is op 1 juni jongstleden bij een dame ingebroken. Zij was in de tuin, hoorde iemand in het huis, sloeg alarm en zag een jongen met rood haar en een blauwe blouse. De politie kwam met vijf patrouillewagens en twee helikopters. Tevergeefs. Het is niet moeilijk om je in dit weerbarstige land te verbergen. Het paradijs gaat verloren.

De BBC interviewt bij de kerk de voorzitter van de dorpsraad. Hij is niet vrolijk. Er zijn geen openbare toiletten in het dorp. En de inwoners willen ze ook niet. Het zal hier nooit meer worden zoals het geweest is. Ja, hij heeft gehoord dat er uit heel Europa bussen met bewonderaars zullen komen. 'Ik respecteer hun gevoelens', zegt hij afgemeten. Een nieuw Lourdes of tweede Graceland zal het nooit worden. 'Wij dulden dat niet.' Over de populariteit van de graaf wenst hij niet te spreken. 'Thank you. Good bye.'

'Die Diana-gekte kan ik nog steeds niet begrijpen. En ik ben nog wel psychiater. Nou ja, gepensioneerd psychiater. 'Dat zal het wel zijn, te oud', lacht de dame die toezicht houdt in de dorpskerk, de Kerk van de Heilige Maagd Maria. Ze is achter in de zestig, heeft kort grijs haar en haar scherpe ogen hebben veel van de wereld gezien. Jaren heeft ze als arts in India gewerkt. 'Ik dacht hier rust te krijgen.' De zon speelt door het gebrandschilderde raam van engelen rond het Lam Gods dat William Morris, de romantische socialist van rond de eeuwwiseling, gemaakt heeft. Het kerkje dateert van ongeveerd 1200 en vertelt het verhaal van acht eeuwen Engelse geschiedenis. Overal beelden, schilderijen, teksten en relieken.

De kerk staat op een van die strategische heuvels vanwaar met grote vuren in een paar uur het hele land moest worden gewaarschuwd in geval van nood. De Spencers kwamen in 1506 naar dit gebied en vernieuwden de kerk. Het waren schapenboeren en handelaren in wol die rijker werden dan de koning en zich ook eeuwenlang zo hebben gedragen. Een haat-liefde verhouding van bijna vijfhonderd jaar.

De psychiater vraagt zich af hoe diep 'dat Diana-gedoe' zit. Mensen hebben kennelijk, meent ze, bij gebrek aan een geïnstitutionaliseerde godsdienst behoefte om zich massaal te uiten. Psychiaters, sociologen, kunstenaars, ze proberen allemaal het fenomeen te verklaren. Ze stierf jong, was mooi, sloeg de arm om je heen, was eenzaam en verguisd. Zij vertoonde elke menselijke zwakte en snakte naar liefde. De gelovigen en niet de kerk maken heiligen.

'Zij was de filosoof en staatsman, in een eeuw die was uitgeput en leeggebloed. Ze keek naar de wereld met de ogen van een nieuwsgierig kind dat niet goed begreep waarom zoveel mensen pijn leden', schrijft Burchill die als eerste sprak over the people's princess.

De psychiater schudt het hoofd. Maar boeiend vindt zij het wel, die vreemde uiting van la condition humaine.

Ik wandel naar de Spencerkapel, naast het altaar; te laat want het licht is verdwenen. Uit marmer gehakt liggen de graven en gravinnen op hun graf, met puntschoenen die naar de hemel wijzen. Ik lees over hun bizarre levens. Diana's grootvader, de zesde graaf, haatte Althorp dat hij 'het mausoleum' noemde. Urenlang zat hij er zwijgend met koningin Mary, de grootmoeder van Elizabeth, te borduren. Diana's vader, ook zo'n ongelukkige man, erfde de titel en het landhuis pas in 1975. Diana was toen 14, zat op kostschool en haalde slechts één diploma: voor het verzorgen van hamsters. Haar moeder was er met een ander vandoor gegaan en haar stiefmoeder Raine noemden de Spencer-kinderen acid raine, zure regen, maar verkeerd gespeld.

Diana's broer, de achtste graaf Spencer, zegt geen munt te willen slaan uit de dood van zijn zusje. Hij had zijn fifteen minutes of fame in de Westminster Abbey toen hij met het air van zijn grootvaderen het koningshuis terecht wees. Maar ook hij is geen lichtend voorbeeld van liefdestrouw. Hij pestte met zijn maîtresses zijn vrouw het gekkenhuis in.

Plotseling begrijp ik het valse gerucht dat Diana hier bij haar vader wilde zijn. 'Ik mis je zo verschrikkelijk, darling daddy', had ze bij zijn dood in 1992 op het kaartje bij het afscheidsboeket geschreven. Ze hield van hem, maar was razend geweest toen hij het copyright van haar trouwjurk aan een Japanse textielfabrikant verkocht. Zij haatte de trouwjurk waarin zij van Charles op het balkon van Buckingham Palace de 'Judaskus' had gekregen. Hij had ook nog eerst zijn moeder gevraagd of hij haar kussen moest. Bij de begrafenis van Diana's vader had de koningin haar bevolen te doen alsof zij gelukkig was getrouwd. Maar Charles gunde haar hier in dit kerkje geen blik waardig.

Er lopen wat Amerikanen, Australiërs en Duitsers in het kerkje en ze doen alsof zij zich verontschuldigen voor hun aanwezigheid. 'Laat ze maar komen, zolang zij de sfeer niet aantasten. Het is ook zo'n lief kerkje. Zo Engels', zegt de psychiater. 'We krijgen ook weer wat geld.'

De aannemer kijkt hoe hij verzakte tegels moet lichten en bij de uitgang staat op een papiertje: 'Wegens omstandigheden niet fotograferen.' Overal heeft de politie borden met 'Niet parkeren' neergezet.

Ik rijd terug langs de hoofdingang van Althorp House, dat ik herken van de televisie. Een vrouw schildert de bollen op het hek goud. Op de grond ligt een boeket bloemen. Naar Northampton, de dichtstbijzijnde stad, is het nog geen tien kilometer. Bij het VVV hebben ze niets over Diana, in de winkels van deze vergane stad is geen souvenir te vinden. Ik ga naar de plaatselijke krant, de Herald & Post.

Hoofdredacteur Richard Howarth, een robuuste man in een wit overhemd met losgetrokken gele das, zegt: 'Wij journalisten worden betaald om cynisch te zijn. Ik ben een cynicus, maar wij weten nog steeds niet wat de dood van Diana betekent. Nu is hier niets te merken, maar het is de stilte voor de storm. Op 1 juli barst het los. De belangstelling, de emotie zal iedereen opnieuw verrassen en misschien wel verontrusten. Northamptonshire wordt ontdekt. Dankzij de tragedie van haar dood. Ik kom uit Stratford-upon-Avon, de geboorteplaats van Shakespeare. Ik ben gewend aan toeristen. Ze zullen ook hier komen. Diana is Shakespeare waardig.'

Peter Brusse

Meer over