Het paradijs bestaat

Sawa's die als zwaluwnesten tegen groene bergen liggen, desa's vol felgekleurde en minutieus beschilderde woningen. Dat is Torajaland, het hart van het vroegere Celebes, met zijn beroemde rotsgraven....

ZO'N 130 jaar geleden trok Alfred Russel Wallace, tijdgenoot van Charles Darwin en mede-grondlegger van de evolutietheorie, een denkbeeldige streep tussen Kalimantan en Sulawesi, toen nog Borneo en Celebes geheten. De 'lijn van Wallace' markeerde de scheiding tussen (dier)soorten van Aziatische en Australische afkomst. Latere wetenschappers schoven de lijn in oostelijke richting op en spraken liever van een overgangsgebied voor kenmerkende flora en fauna. De afgelopen jaren fungeerde de Straat van Makassar, de diepe zeeëngte tussen Kalimantan en Sulawesi, ook als scheidslijn tussen vernietigende droogte en regenboogpanorama's.

De toerist, die ruim een jaar geleden van Kalimantan, waar onblusbare bosbranden woedden, naar Sulawesi reisde, kwam van de hel in de hemel terecht en ondervond dat in Tana Toraja ofwel Torajaland het paradijs bestaat en dat de befaamde, in steile rotswanden uitgehakte graven in dit district beter tot hun recht komen als ze in stilte worden aanschouwd, zonder onophoudelijk klikkende camera's. De komende weken biedt de Pasar Malam Besar in Den Haag bezoekers de gelegenheid alvast te proeven van de cultuur en kunstnijverheid uit Tana Toraja.

Wie, zoals ik, in maart 1998 het geluk had om - met een lijnvlucht die stipt op tijd van Balikpapan vertrok - het stinkend hete en doorrookte Oost-Kalimantan te ontvluchten, zal zich, net als ik, na een half uurtje vliegen bij aankomst in Ujung Pandang, de hoofdstad van Sulawesi, verbijsterd hebben afgevraagd hoe het in godsnaam mogelijk was dat het aan de overkant van de Straat van Makassar regende.

Zo'n lekkere bui die het stof wegspoelt en de vakantiepret niet kan bederven doordat de regen geen voorbode is van een weersomslag. Nee, voor toeristen was er geen vuiltje aan de lucht in Sulawesi. En toch ontbraken ze, vanwege de bosbranden op Kalimantan.

Vertegenwoordigers van zo'n tien reisbureautjes besprongen in de aankomsthal die ene toerist, doken op zijn bagage af of probeerden hem sjorrend aan zijn cameratas naar een rustige plek te dirigeren om fotoboeken te bekijken van al het moois dat Zuid-Sulawesi te bieden heeft. Ik wilde alleen maar vervoer naar Rantepao. Het werd - tegen sterk gereduceerde prijs ('nee, geen rupia's, dollars, cash, anders vervalt de korting') - een achtdaagse rondreis waar ik geen spijt van zou krijgen, hoewel sommige accomodaties na inspectie ter plekke met een breedhoeklens bleken te zijn gefotografeerd.

Vanaf het vliegveld slingert zich een drukke tweebaans asfaltweg langs regenfrisse rijstvelden en viskweekvijvers. Het aanvankelijk oneindig lijkende laagland gaat bijna ongemerkt over in glooiend terrein, totdat na vijf uur (een gemiddelde van vijftig kilometer per uur stemt tot tevredenheid) de beklimming begint van de pas die toegang geeft tot Tana Toraja.

Een waaier van ansichtkaarten ontvouwt zich; een golvend en vruchtbaar landschap met sawa's die als zwaluwnesten tegen heuvel- en bergwanden zijn geplakt; desa's van felgekleurde en minutieus beschilderde, tradionele woningen en rijstschuren met zadel- of prauwvormige daken; een aangename temperatuur van 25, 26 graden dankzij de ligging op achthonderd meter hoogte. En uiteraard de rotsgraven, waarvan zelfs de grootste cultuurbarbaar onder de indruk moet raken.

Vorig jaar augustus, toen Ellen Derksen, directeur van de Pasar Malam Besar, het voormalige Celebes bezocht, ontbraken de toeristen ook vanwege de onlusten die tot de val van president Soeharto leidden.

Thans - aan de vooravond van de Pasar Malam Besar, waar menige Indonesië-ganger alvast sfeer komt snuiven - ontbreken de toeristen vanwege de verkiezingen en vanwege de bloedige gebeurtenissen in 'buitengewesten' als Atjeh, West-Kalimantan, de Molukken en Oost-Timor.

Het wegblijven van vakantiegangers is minder logisch dan het lijkt. Indonesië is zo uitgestrekt, dat er in weerwil van ongeregeldheden bijna altijd grote gebieden overblijven die veilig zijn te bereizen, maar de touroperator die zijn klanten daarvan kan overtuigen, moet nog worden geboren.

Niettemin is Tana Toraja prominent aanwezig op de Pasar Malam Besar. 'Van oudsher nemen sommige gebieden in Indonesië, zoals Java, een vooraanstaande plaats in op de pasar. Maar wij willen ook de verder van Java gelegen gebieden aan bod laten komen. Tana Toraja stond al langer op ons lijstje. Toen er vanuit die streek ook initiatieven werden ontplooid, was de zaak snel beklonken', zegt Derksen.

De Pasar Malam Besar - vorig jaar goed voor 120 duizend bezoekers - is een combinatie van jaarbeurs en cultureel festival met een sterk Europees-Aziatische inslag, maar het is ook het jaarlijkse trefpunt van Indische Nederlanders. Het blijft volgens Derksen vooral een Indisch festival, hoewel de vorige Indonesische ambasadeur er vanuitging dat het een Indonesisch festival moest zijn waarop de Molukkendag of speciale aandacht voor Irian Jaya niet thuishoorde. 'Maar dat soort problemen is voorbij', aldus Derksen.

De gebeurtenissen die de afgelopen jaren aan de negatieve beeldvorming van Indonesië hebben bijgedragen, hebben de belangstelling vanuit dat land voor de pasar niet verminderd. Integendeel.

Derksen: 'Steeds meer Indonesiërs bieden zich aan, omdat zij de pasar zien als een mogelijkheid zich te profileren en te exporteren naar Nederland. Er was altijd al een kern van Indonesische standhouders die goed verdiende aan kunstnijverheidsproducten. De economische crisis heeft de interesse alleen maar aangewakkerd. Waren er vorig jaar twintig standhouders uit Indonesië, dit jaar zijn het er 54, op een totaal van 250.'

Het toerisme naar Indonesië is echter 'helemaal ingestort. De grote hotels hebben een bezettingspercentage van 15 procent, terwijl 75, 80 procent normaal is. Ja, dat is natuurlijk treurig. Op Sulawesi en in februari, toen ik terug was in Indonesië, heb ik probleemloos kunnen rondreizen. Torajaland heeft zo'n rustgevende uitstraling. Ik was er meteen weg van.'

Praten over Tana Toraja betekent praten over de vooroudercultuur die in dit grotendeels gekerstende gebied geen kwijnend bestaan leidt. Derksen: 'In de beschrijving van een van de Toroja-dansen die op de pasar worden opgevoerd, staat dat de voorouders de mensen in het hier en nu de weg moeten wijzen. Dat is uiteraard een mooie manier om te zeggen dat je de tradities in ere moet houden. Het verbreken van de band met je voorouders is het ergste wat je kunt doen.'

Op dát ogenblik valt aan de andere kant van de kamer een lijst om op een fors bemeten tafel. 'De foto van mijn grootouders', roept Derksen. Even later zegt ze: 'De inspiratie van je voorouders heb je nodig om tradities voort te kunnen zetten.

Inspiratie is het overkoepelende thema van de jongste Pasar Malam Besar. De dodencultuur in Tana Toraja inspireert nog steeds tot verbluffend houtsnijwerk. De tau tau, houten poppen die op een 'balkon' voor de rotsgraven staan opgesteld, vertonen een treffende, vaak huiveringwekkende gelijkenis met de overledenen. Ze bevatten volgens de overlevering de ziel van de gestorvenen.

Zou die foto ook een ziel hebben?

Meer over