Het Palestijnse geduld raakt op

Palestijnen verliezen in hoog tempo hun vertrouwen in de Oslo-akkoorden. Volgens Arjan El-Fassed staat de ingebouwde structuur van het zionisme geen Palestijnse staat toe en is de formule 'land voor vrede' dubbelzinnig en een bron van misverstanden....

HET Palestijnse publiek lijkt niet meer in het vredesproces te geloven. Uit een onlangs gepubliceerde opiniepeiling van het Center for Palestine Research & Studies (CPRS) blijkt dat 49,7 procent van de Palestijnen spreekt de voorkeur uit voor 'gewapende acties tegen Israël'.

Dit percentage is de afgelopen maanden met 10 gestegen en sinds begin 1996 verdubbeld. Toen lag dit percentage op 22. Het huidige vredesproces heeft de publieke steun van de Palestijnen verloren. Zelfs het Amerikaanse initiatief krijgt geen goedkeuring. Een kleine meerderheid spreekt zich er tegen uit.

De laatste paar maanden lijkt op een stilte voor de storm. Het is wachten op de vonk. Er zijn daarvoor aanleidingen genoeg. Vooruitlopend op de zogenoemde 'eindonderhandelingen' keurde het Israëlische kabinet onlangs een plan goed de grenzen van Jeruzalem te verruimen. Deze plannen druisen in tegen de Oslo-akkoorden en het internationale recht.

De Israëlische annexatie van Oost-Jeruzalem werd nooit door de VN en de internationale gemeenschap erkend, evenmin als de nederzettingenpolitiek van joodse 'wijken' op de heuvels van Oost-Jeruzalem of de vestiging van joodse radicale groepen in het Palestijnse gedeelte van de stad.

De huidige crisis is geen momentopname. Het zit ingebouwd in de structuur van het zionisme dat in principe nooit het bestaan van een onafhankelijke Palestijnse staat zal toestaan.

Elk toegeven in de richting van 'land voor vrede' berust daarom op een dubbel misverstand: ten eerste is dit 'land' in geen geval rechtmatig eigendom van Israël, en dat volgens alle resoluties van de Verenigde Naties. Ten tweede betekent 'vrede' niet hetzelfde voor beide partijen.

De Oslo-akkoorden hebben niet vanwege Netanyahu of Hamas gefaald, maar omdat ze onrechtvaardig zijn. De PLO erkende het bestaansrecht van Israël, zonder dat Israël het bestaansrecht erkende van Palestina, of zelfs maar de Palestijnen. Terwijl de Palestijnen hun dorpen en huizen moeten vergeten in wat nu Israël is, heeft Israël niet zijn droom van Groot Israël ('Eretz Yisrael') opgegeven.

Uitgaande van de Oslo-akkoorden zal het grondgebied van Israël formeel met mogelijk 13 procent worden vergroot. De bezette westelijke Jordaanoever behelst 16 procent van het voormalige mandaatgebied Palestina en de Gazastrook 6 procent. Deze gebieden zijn in het kader van het Oslo-akkoord II opgedeeld in de categorieën A, B, en C.

Gebied C, waar zich de joodse nederzettingen, een aantal Israëlische legerbases en de verbindingswegen (de zogeheten 'bypass roads') bevinden, en dat van groot belang is vanwege het grondwater, wil Israël annexeren. Dit gebied beslaat 70 procent van de westelijke Jordaanoever en 40 procent van de Gazastrook. Het 'Groot-Jeruzalem'-plan van de regering-Netanyahu om de grenzen van Jeruzalem te verruimen, loopt hierop vooruit.

De akkoorden van Oslo zijn duidelijk onrechtvaardig en hebben geen enkel verband met de legitieme internationaal erkende rechten waarvoor de Palestijnen al meer dan 50 jaar strijden. De Oslo-akkoorden bepalen slechts de relatie tussen de bezetter en het bezette volk, zonder dat die bezetting formeel in de tekst wordt genoemd.

Vanuit Israëlisch perspectief heeft het zogenoemde vredesproces voornamelijk als doel het bestaan van Israël in het ('Nieuwe') Midden-Oosten te normaliseren. Het nut van beperkt Palestijns zelfbestuur, vanuit dit perspectief, was dat het Israël van directe bezetting afhielp. Hiervoor had Israël een loyaal Palestijns leiderschap nodig met net voldoende autoriteit om te worden geaccepteerd door de Palestijnse bevolking. Israël gelooft nog steeds dat dit het beste is wat de Palestijnen kunnen bereiken.

Daarbij komt dat het uitvoeren van onrechtvaardige akkoorden niet anders kan dan op een autoritaire manier. Als de Palestijnen een overeenkomst niet accepteren dan worden ze wel gedwongen. Nog steeds zijn schendingen van mensenrechten aan de orde van de dag. De Oslo-akkoorden installeerden een autoritair systeem met aan het hoofd een autoritaire leider. Slechts 34 procent van de Palestijnen bestempelen de Palestijnse Autoriteit als democratisch.

Arafat is de enige die vergaande concessies zal ondertekenen en inmiddels heeft ondertekend. Arafat is de enige politieke leider die enigszins buiten openlijke kritiek van de Palestijnen staat. Hoewel niet in het openbaar, gaan langzamerhand stemmen op voor zijn aftreden. In de onlangs gepubliceerde opiniepeiling van CPRS daalde zijn populariteit in de afgelopen maanden tot een dieptepunt.

Terwijl Arafat denkt dat Amerika hem zal helpen met het vestigen van zijn staat, heeft Israël duidelijk gemaakt waar zijn grenzen liggen: geen terugtrekking tot de grenzen van juni 1967; geen verdeling van Jeruzalem of het delen van soevereiniteit van de stad; geen ontmanteling van joodse kolonies in de bezette gebieden; en geen terugkeer van Palestijnse vluchtelingen. Dit is niet alleen het standpunt van Likud, maar ook van de Arbeidpartij.

Het lijkt er steeds meer op dat Arafat binnenkort zal moeten kiezen tussen het 'vredesproces', Israël en de Verenigde Staten, en het Palestijnse volk. Niet Netanyahu moet knopen doorhakken maar vooral Arafat.

Hij belemmert democratisering, laat corruptie ongemoeid, doet concessie na concessie, en onderhandelt over het laatste stukje geconfisceerd Palestijns grondgebied alsof het een knikkerspel is. Het is duidelijk dat Arafat en het Palestijnse publiek uit elkaar groeien.

Arjan El-Fassed is politicoloog en werkzaam voor het Center for Palestine Research & Studies (CPRS) in Nablus op de westelijke Jordaanoever.

Meer over