Het oude wielrennen kijkt om en ziet ineens Daniel Martin

Joaquim Rodriguez was op weg naar de zege in Luik-Bastenaken-Luik, tot hij een ongemakkelijk gevoel kreeg: de nieuwe generatie wielrenners diende zich aan.

VAN ONZE VERSLAGGEVER BART JUNGMANN

ANS - Tegen 17.00 uur vlijt de oude dame die Luik-Bastenaken-Luik is, zich neer op de Rue Jean Jaurès. Na 261 kilometer heeft La Doyenne haar werk gedaan, voor de 99ste keer alweer. Geen van de andere monumentale klassiekers in het wielrennen kan haar dat nazeggen.

Links van de eindstreep wordt op nummer 78 als altijd bier geschonken. Rechts van de weg is een grote supermarkt waar de zaken gewoon doorgaan, ook als altijd.

Net zo vertrouwd leek de finale van Luik-Bastenaken-Luik zich te ontrollen. Een select groepje had zich losgemaakt van de rest en het wachten was op de verwoestende demarrage van een wielrenner van wie iedereen op dat moment het zijne zou denken. Wat dat zijne is, laat zich na deze winter wel raden.

Die wielrenner blijkt deze keer naar de naam Joaquim Rodriguez te luisteren. Vlak voor het ingaan van de laatste kilometer gaat Rodriguez ervandoor, op weg naar een zoen van de rondemiss. Rodriguez behoort tot de stal van Katoesja, maar het had ook Movistar of Astana kunnen zijn. Dat zijn eveneens ploegen waarvan iedereen het zijne denkt.

Halverwege die laatste kilometer bekruipt Rodriguez een bepaald gevoel. Bij het plaatsen van zijn demarrage was hij rotsvast overtuigd geweest van het welslagen daarvan. Maar er is iets in de toejuichingen van de toeschouwers dat hem niet bevalt. Rodriguez draait zijn bovenlijf een kwartslag. Hij kijkt in het blozende gezicht van een jongen uit Ierland.

Als altijd is Luik-Bastenaken-Luik het laatste hoofdstuk in het eerste deel van het wielerseizoen. Op de Rue Jean Jaurès wordt de balans opgemaakt, alvorens de overstap naar de grote ronden te maken. Wat is er gebeurd in de maanden maart en april?

Die vraag had vooraf aan gewicht gewonnen door wat er in de winter allemaal naar buiten was gekomen. Een tamelijk onschuldig pukkeltje bleek een reusachtige zweer te zijn. Alle pus kwam er in één keer uit.

Lance Armstrong bevestigde de vermoedens dat hij doping had gebruikt. Sterker nog, er bleek een hele systematiek aan ten grondslag te hebben gelegen. In Denemarken legde Michael Rasmussen een bekentenis af. In Nederland deed Michael Boogerd dat ook en met hem een stel anderen. Rabobank besloot te stoppen als sponsor.

Wat moest dat dus worden in maart en april? Het werd, ruwweg gezegd, meer van hetzelfde. De centra van Brugge en Maastricht stroomden vol voor de starts van de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race. Langs de weg werd gejuicht en de tv-registraties hadden weinig aan populariteit ingeboet. De liefhebbers van het wielrennen deden een plas en alles bleef zoals het was.

En dan, 500 meter voor het einde van de fietsende lente, kijkt het oude wielrennen om en ziet het nieuwe wielrennen. Daniel Martin, een in Birmingham geboren Ier, is 26 jaar. Zijn oom is veelvoudig winnaar Stephen Roche en zijn grote voorbeeld is Sean Kelly, een net zo beroemde wielrenner uit Ierland.

Nadat Martin zich het wielrennen eigen had gemaakt bij een club in Marseille, trad hij toe tot de opleidingsploeg van Garmin. 'Dat was een bewuste keuze', zegt hij zondagmiddag. 'Ik geloof in het nieuwe wielrennen.'

De ploeg Garmin is een initiatief van oud-coureur Jonathan Vaughters, voor wie de dopingvrije sport een soort van geloofsbelijdenis is geworden. In 2012 sloot Vaughters de zondaar Thomas Dekker in zijn armen. Twee keer kon Garmin vorig jaar victorie kraaien. Ryder Hesjedal was de sterkste in de Giro d'Italia en David Millar, nog zo'n bekeerling, won een Tourrit.

Maar in Daniel Martin dient zich een nieuwe generatie aan. Hij was 's morgens vol vertrouwen uit Luik vertrokken. 'Dit is een van de acht kansen die ik heb', had hij tegen zijn vader gezegd. Luik-Bastenaken-Luik is zijn droomkoers en hij geeft zichzelf nog acht seizoenen als wielrenner.

Gesterkt door een sterk optreden in de Waalse Pijl, de woensdag daarvoor, was hij de hele dag uiterst kalm gebleven. Alles ging volgens plan. Zijn Canadese ploeggenoot Hesjedal was op de Colonster, 17 kilometer voor de aankomst, in de aanval gegaan. Op de Saint-Nicolas, de laatste hindernis kwam alles samen en nam Martin het initiatief over. Hij leidde een groepje waaruit vijf minuten later de winnaar tevoorschijn zou komen.

Martin: 'Toen ik bij hem kwam, draaide Rodriguez zich om. Hij hield zijn benen stil. Het leek wel of hij schrok. Op dat moment wist ik het zeker: ik ging winnen.'

Ter hoogte van restaurant Au Souffle D'orient versnelt Daniel Martin. In zijn spoor loopt op dat moment een pandabeer, waarin een op hol geslagen wielerfan schuil moet gaan. Dat kan geen toeval zijn.

Daniel Martin gaat met voorsprong de hoek om en rijdt op de Rue Jean Jaurès. Hij juicht als een jongetje dat een schoolwedstrijd heeft gewonnen.

undefined

Meer over