Het oude lichaam wil nog best

Hij rijdt zijn vijftiende Tour de France en zijn geldingsdrang is onveranderd. De 40-jarige Duitser Jens Voigt gelooft nog altijd in zichzelf, al merkt hij wel 'dat het niet helemaal meer is wat het was'.

Het gebeurde in de schone stad van Abbeville dat Jens Voigt in de kofferbak ging zitten, triomfantelijk rondkeek en zei: 'Hé, mag ik alsjeblieft?' En, nadat de omstanders waren uitgelachen: 'Serieus, als ik blijf staan, heb ik straks niets meer aan mijn benen.'

Jens Voigt is het prototype van de eeuwige wielrenner, zo één die al generaties meegaat. De Duitser, die in september 41 jaar wordt, maakte veertien jaar geleden zijn debuut in de Tour de France. Die aflevering werd gewonnen door Marco Pantani, alweer acht jaar dood, en ging de geschiedenis in als een ongeëvenaard dopingschandaal.

In 1998 was Bradley Wiggins nog een baanrenner bij de junioren. Robert Gesink kon alleen nog maar dromen van een loopbaan op wielen en Thibaut Pinot had de zoon van Voigt kunnen zijn. Afgelopen zondag won Pinot de achtste etappe en was Jens Voigt de eerste aanvaller van de dag.

Abbeville en omgeving waren vorige week woensdag uitgelopen om getuige te zijn van de Tourstart die dag. Bussen baande zich een weg door de drukte, de reclamekaravaan ging luidkeels op weg en Voigt zat in de kofferbak. Die lange benen van hem, zijn grote kapitaal en stakerig als ooievaarspoten, haalden gemakkelijk de grond.

Een dag eerder noemden ze hem in de commentaren de beste coureur in de koers. Het peloton slingerde zich die derde etappe met een noodgang naar Boulogne-sur-Mer. In dienst van Fabian Cancellara, zijn ploeggenoot en geletruidrager, nam Voigt op de riskantste stukken het heft in handen. 'Ja, dat is vooral ervaring. Het kost een hoop kracht en een hoop energie, maar daarvoor word ik ook betaald.'

Hoe ouder hoe beter?

'Er zit nog steeds leven in dit oude lichaam, zeker. Maar ik merk wel dat het niet helemaal meer is wat het was. Bergop zit er niet meer helemaal de power achter van een jaar of wat geleden. Toen kon ik me ook nog vol-uit storten in lange ontsnappingen. Daar word je toch wat voorzichtiger in.'

Vroeger zeiden ze altijd dat de klassiekers het domein waren voor oudere mannen. Geldt dat nu ook voor de grote ronden?

'Ik weet eigenlijk niet of dat zo veranderd is. Kijk naar de Tourwinnaars van de afgelopen decennia. Ik denk dat je alleen van Ullrich en Fignon kunt zeggen dat ze op jonge leeftijd de Tour wonnen. Maar normaal gesproken zijn dat ook mannen op leeftijd. Nu ook: Wiggins en Evans zijn allebei dertigers, door ervaring gerijpt. Jonge renners als Sagan gaan voor de ritwinst. Voor het algemeen klassement komt meer kijken.'

Toch zijn er deze Tour opvallend veel wielrenners op leeftijd.

'Ik denk dat het door de begeleiding komt. Er gaat meer geld om in het wielrennen en dat wordt vooral daaraan besteed. Ploegen realiseren zich veel beter dat de renners hun kapitaal zijn en gaan er veel zorgvuldiger mee om. We worden in de watten gelegd.

'De medische begeleiding is zoveel beter. Bij onze ploeg is er nu standaard een osteopaat mee. Er wordt veel beter gelet op de verhouding tussen rust en inspanning. Renners worden niet over de kop gejaagd. Daardoor kun je als wielrenner langer mee. Nou ja, kijk alleen maar naar ons. Chris Horner is net zo oud als ik, Andreas Klöden is 37 jaar, noem maar op. Iemand heeft laatst uitgerekend dat de gemiddelde leeftijd van onze Tourploeg 33,7 jaar is. Ik denk dat we het oudste team uit de geschiedenis van de Tour zijn.'

Is het wielrennen zelf veranderd?

'Ja, ook daarin zijn de omstandigheden veel beter geworden. Het is echt geprofessionaliseerd. Tegelijkertijd is er ook meer stress in het peloton. Zo'n eerste week in de Tour is doodvermoeiend. Er is geen hiërarchie meer. Als ploeg met de gele trui heb je nog wel een licentie om het commando te voeren. Maar als het echt spannend wordt, wil iedereen op de eerste rij zitten.'

Jens Voigt is in Luik aan zijn vijftiende Tour de France begonnen en zijn geldingsdrang is onveranderd. Voigt is een hartstochtelijk wielrenner die de aanval niet schuwt als het kan en onbaatzuchtig is als het moet. Twee ritzeges boekte hij in de Tour, twee kopmannen stond hij bij op hun weg naar de eindzege. Ook zijn valpartijen zijn indrukwekkend. In 2009 viel Voigt voorover in de afdaling van de Col du Petit Saint-Bernard. Een hersenschudding en een hersenbreuk waren het gevolg.

Voigt, vader van zes kinderen, is een gewaardeerd lid van de Tourkaravaan. Ploegleider Dirk Demol: 'Na de etappe naar Boulogne, waarin hij als een beest tekeer was gegaan, kwam ik aan bij ons hotel. De mecaniciens waren druk bezig met de fietsen en wie komt ze een kopje koffie brengen? Dat is Jens ten voeten uit.'

Volgens Demol is de eerzucht van zijn wegkapitein nog net zo groot als aan het begin van zijn loopbaan. 'Bij het begin van het seizoen kondigde hij al er bij te zijn, in de Tour.'

Voigt: 'Iedere renner heeft dan een individueel gesprek met de directeur-sportief over zijn ambities. Ik zei: ik weet dat ik 40 ben, maar ik geloof nog altijd in mezelf. Een paar ritten zal ik niet winnen, maar ik zal doen waarvoor je me nodig hebt. Je kunt me uitlachen als je wilt, maar ik ga in juli geen vakantie plannen.'

Hebben ze gelachen?

'Nee, ze vinden het juist leuk dat ik er zo open over ben.'

Wordt dit de laatste?

'Ik word er niet jonger op, dat is zeker. Op een gegeven moment gaat het niet meer. Daar moet je je bij neerleggen. Ik zal het niet fijn vinden, maar wel accepteren. Ik wil in elk geval nooit het gevoel krijgen dat ik een soort mascotte ben van de ploeg.'

'Ervaring is ook belangrijk'

Niet alleen de fysieke gesteldheid van een wielrenner bepaalt of hij in staat is een grote meerdaagse etappekoers als de Tour de France te winnen. Het gaat ook om ervaring, weten hoe te rijden in een peloton. Een legende als Miguel Indurain moest de Tour een paar keer uitrijden voor hij wist hoe hij de ronde daadwerkelijk kon winnen, zegt Adrie van Diemen, inspanningsfysioloog van wielerploeg Garmin. 'Je kunt in de kracht van je leven zijn, maar als je geen ervaring hebt, ga je niet winnen.'

Een wielrenner is fysiek op zijn sterkst zo rond zijn 26ste. Op die leeftijd is zijn lichaam het best in staat de spieren te voorzien van zuurstof. Na het 30ste levensjaar wordt dat in rap tempo minder, aldus Van Diemen. 'Het slagvolume van het hart wordt minder, de kwaliteit van de bloedvaten verslechtert. Alles bij elkaar leidt dat ertoe dat een renner 10 procent per decennium achteruitgaat.'

En renners als Jens Voigt (40) dan? Van Diemen: 'Hij was op jonge leeftijd een extreem talent. Ook Voigt heeft de voorbije jaren moeten inleveren, maar hij kan nog steeds met de bes-ten mee. Hij is daarin uitzonderlijk.'

Van Diemen bestrijdt dat extreme duursporters, zoals klassementsrenners in de Tour, vanwege een fysiek betere belastbaarheid pas op latere leeftijd optimaal presteren. 'Bij de ene renner begint de fysieke afbraak iets eerder dan bij de andere. Maar dat scheelt echt geen jaren. Het longvolume, de explosiviteit en de spierkracht, het wordt allemaal minder. Bij iedereen, ook bij Jens Voigt.'

undefined

Meer over