Het orakel van Kantens

Het marchanderen met maten en gewichten begon al bij aartsvader Abraham. In Genesis 23:16 lezen we hoe hij zijn oog laat vallen op de spelonk van Machpéla....

M.A. Holtman, ex-boer en gereformeerd ouderling te Kantens (Gr.), leest een dergelijke bijbelpassage met totaal andere ogen dan zijn kerkgenoten. Waar de overigen het fenomeen 'koopmansgewicht' onopgemerkt laten passeren, spoken bij Holtman onmiddellijk allerlei vragen door het hoofd: Hoeveel gram zilver is Efron precies misgelopen? Gebruikte Abraham glazen of koperen gewichten? Waren deze gewichten geijkt, en zo ja, hoe en door wie? En bediende Abraham zich van een gelijkarmige balans of was hij bekend met de techniek van de ongelijkarmige balans met loopgewicht?

'Het is zo jammer dat daar niks van gevonden is', exclameert de Maten & Gewichten-expert van noord-Nederland. Want wie de meet- en weegtechnieken van het volk kent, kent de ziel van het volk. 'Denk maar aan de inscripties uit de oude Griekse, Egyptische, Babylonische cultuur, waarbij de zielwegingen een centrale rol spelen om tot het hiernamaals te worden toegelaten.'

Meende Karl Marx te hebben aangetoond dat de klassenstrijd de motor is van de geschiedenis, Holtman komt langszij met de volgende bewering: 'De hele geschiedenis draait om maten en gewichten. Ga maar na, alle oorlogen zijn uit de hand gelopen ruzies over grenzen en hoeveelheden. En grenzen meet je en hoeveelheden weeg je.' Holtman is wel zo sportief om een uitzondering op zijn theorie toe te laten: 'Sommige oorlogen worden om vrouwen gevoerd.'

Maar het gros der historici en archeologen is nog allesbehalve doordrongen van het belang van maten en gewichten. Sterker nog: men kijkt er finaal overheen. Holtman: 'Laatst was ik in het British Museum. Daar hebben ze een verzameling aardewerk staan waarvan ze niet eens doorhebben dat het maten zijn! Ik heb toen die conservator aan zijn jasje getrokken en gezegd: hé, dat is een pint, de oermaat van de Angelen. Vijfhonderdzeventig milliliter precies. Die maat kom je ook tegen in Friesland, maar daar heet 't een halfmengel.'

En de magische vijfhonderdzeventig milliliter is nog veel verder de wereld over gegaan. Holtman heeft 'm ook gevonden in zuid-Zweden, het Deense eiland Föhr en bij Zierikzee. Overtuigend bewijs dat het volk der Angelen eind vierde eeuw in al deze gebieden woonde alvorens naar Engeland af te zakken, meent Holtman.

Hij verwoordde deze conclusie in zijn pas verschenen derde boek over meten en wegen: 'Meten en wegen in Friesland' (voorafgegaan door 'Meten en wegen in Drente' en 'Meten en wegen in Groningen'). Hiermee legde Holtman een bom onder de Friese geschiedschrijving. Met lede ogen zagen de Friezen aan hoe ze van uniek en alleenstaand volk werden teruggebracht tot een der vele takken van de wijdverbreide Angelen-familie.

Holtman: 'De Friezen steigeren tegen het plafond als ik zeg dat ze een mengcultuur zijn.'

Hoewel Holtman niet terugschrikt voor het lanceren van veelomvattende theorieën, is zijn reputatie vooral gevestigd door zijn detailkennis. Alleen al voor zijn laatste boek legde hij ruim 70 duizend kilometer af. Met deze onnavolgbare volharding heeft hij de honderden oude maten en gewichten van noord-Nederland in kaart gebracht. Een memorabele prestatie, want chaos was troef. Inhouds- en gewichtsmaten verschilden per stad of streek. Zo kende men bijvoorbeeld het Groninger, het Meppeler, het Steenwijker, het Kampense en Friese mud of mudde, dat uiteen kon lopen van 91 liter tot 120,4 liter. 'En dit zijn dan nog alleen graanmaten. Voor hop, rogge of natte waar zoals bier, wijn, olie, traan, melk en zelfs karnemelk had je aparte maten', doceert Holtman.

Helemaal hoofdpijn krijg je van de lengte- en oppervlaktematen. Zo niet M.A. Holtman. Geen Drents, Gronings dan wel Fries dorp of hij weet welke meetlat er gehanteerd werd. Zo achterhaalde hij dat de roedestok van Anjum 3,552 meter lang is en onderverdeeld in twaalf houtvoeten, men in Beetsterzwaag de koningsroede van 3,913 meter hanteerde, Minnertsga het deed met een roede van 4,144 meter onderverdeeld in 14 houtvoeten en Surhuizen onderscheid maakte tussen een landroede van 3,897 meter en een veenroede van 4,081 meter.

In deze lappendeken was sjoemelen met maat en gewicht een geaccepteerde handelspraktijk. Zo waren de Zwolse maten tot in Holland berucht om hun onbetrouwbaarheid. Holtman: 'Schepen uit Zwolle werd in Amsterdam met argusogen bekeken. Er zat altijd minder in dan waar je voor betaald had. Op een gegeven moment was men de controle moe en legde Amsterdam een vaste accijns op ladingen uit Zwolle.'

En zelfs degenen van wie onpartijdigheid werd verwacht, de ijkmeesters, waren bepaald geen symbolen van onwankelbare rechtschapenheid. Zo vervulde Sywert Jansen, kuiper te Meppel, een interessante nevenfunctie: die van ijkmeester. Het spreekt voor zich dat ijkmeester Jansen kuiper Jansen met de nodige egards behandelde. Egards die voor zijn Meppeler concurrenten niet golden. Na een twaalfjarig schrikbewind wordt Sywert in 1672 door de drost uit zijn functie ontheven.

Uiteindelijk was het Napoleon die aan de chaos een einde maakte. Op de punten van Franse bajonetten werd het metrieke stelsel ingevoerd. Hoewel Holtman dit uit nostalgisch oogpunt betreurt, moet hij erkennen dat het metrieke stelsel een grote bron van twist, bedrog en bloedvergieten heeft drooggelegd. 'Eigenlijk', filosofeert Holtman, 'was Napoleon een groot vredestichter.'

Met zijn encyclopedische kennis heeft M.A. Holtman de gevestigde wetenschap al meermalen in verlegenheid gebracht. In Duitsland weten ze wel hoe ze met deze verlegenheid om moeten gaan. Nadat het orakel van Kantens op een congres een aantal punten had gescoord, vroeg men naar zijn academische geloofsbrieven: 'Ist es Doktor Holtman?' Holtman antwoordde: 'Aber nein, es ist Herr Holtman.' Waarna de Duitsers zijn kanttekeningen opgelucht terzijde schoven.

In Nederland erkent men Herr Holtman echter wel degelijk als een leverancier van solide voetnoten. En soms wel meer dan dat. Zo belde een promoverend econoom hem op om een paar details te checken uit zijn proefschrift over de geschiedenis van het economische leven op de veengronden. Een kostbaar telefoontje, want binnen vijf minuten rekende Holtman de aankomende doctor voor dat zijn stellingen op drijfzand berustten. Holtman: 'Die man is toen met zijn hele werk hier naar Kantens gekomen en ik heb 'm uitgelegd hoe het zat met de maten en gewichten in deze streek. Hij werd er behoorlijk agressief van, dus heb ik maar flink uit de cognacfles geschonken. Toen ik 'm op de laatste bus zette was hij behoorlijk aangeschoten.'

Geen wonder. De promovendus in kwestie was vervolgens nog twee jaar bezig de in Kantens opgedane kennis in zijn tekst te integreren. 'Maar nu klopt het dan ook als een bus', zegt Holtman tevreden. 'En hij heeft mij keurig als bron vermeld. Da's toch netjes?'

Meer over