Het Oostblok is een leeg begrip geworden

Onlangs kwam ik op een Poolse website reistips voor Hongarije tegen. Hongaars is een onverstaanbare taal, aldus de auteur, maar het woordje Lengyel (Pool) volstaat om de harten van de Hongaren te openen.

Veel vrienden hebben de Polen in hun geschiedenis nooit gehad, maar de Hongaren zijn een uitzondering. De historische uitdrukking ‘Pool, Hongaar, dikke vrinden, om te vechten en te drinken’ doet het tot op de dag van vandaag goed in beide landen.

Hun vriendschap gaat terug naar de tijd toen een Hongaar zonder problemen koning van Polen kon worden en vice versa. Tijdens hun door revoluties en opstanden gekenmerkte geschiedenis konden ze steevast op elkaars hulp rekenen. Zelden stonden ze er in de strijd tegen hun machtige buren alleen voor.

Zelfs na de val van het communisme bleven de twee volkeren innig met elkaar verbonden. Toen de Hongaren in de jaren negentig hun regering aan de kant schoven, kon je er donder op zeggen dat de Polen enige tijd later hun voorbeeld zouden volgen.

Maar sinds er in Warschau een regering aan de macht is die niets moet hebben van de spilzieke Hongaren, is de aloude vriendschap ernstig bekoeld. Dat het uit is tussen Polen en Hongarije bleek zondag tijdens de Europese top. De Poolse premier Donald Tusk keerde er zich samen met zijn Tsjechische collega Mirek Topolanek tegen een door de Hongaarse premier Ferenc Gyurcsany voorgesteld noodfonds voor Oost-Europa.

De socialist Gyurcsany had gerekend op 190 miljard euro voor zijn door de crisis geplaagde regio, maar door het verzet van de Polen maakte zijn plan geen enkele kans. Voor het door een torenhoge buitenlandse schuld geplaagde Hongarije zou die mislukking ernstige gevolgen kunnen hebben, maar premier Tusk had daar geen boodschap aan.

De scheiding zat er in zekere zin aan te komen. Al tijdens de toetredingsonderhandelingen tot de Europese Unie was het ieder voor zich geweest. Toen de Polen overboord dreigden te vallen, voelden de Hongaren zich evenmin als de andere Oost-Europese kandidaat-lidstaten geroepen op de achterblijver te wachten. Enkele jaren later hengelde Warschau tevergeefs naar steun voor zijn verzet tegen de Europese Grondwet.

Het zegt natuurlijk veel over het gebrek aan solidariteit in het voormalige Oostblok. Want niet alleen tussen de Polen en de Hongaren botert het de laatste tijd niet meer; ook tussen de andere nieuwe EU-lidstaten staat de liefde op een laag pitje. De Visegradgroep, een in 1991 opgericht samenwerkingsverband tussen Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije, heeft nooit de hoog gespannen verwachtingen kunnen inlossen.

Natuurlijk hebben de voormalige Oostbloklanden vanwege hun dictatoriaal verleden veel met elkaar gemeen. Maar bijna twintig jaar na de val van het communisme wegen de verschillen zwaarder.

Dat de Oost-Europese landen niet over één kam mogen worden geschoren, begint nu ook door te dringen tot westerse economen. Standard & Poor’s deelde vorige week de nieuwe lidstaten in twee kampen in: volgens de internationale kredietbeoordelaar zijn de Polen, Tsjechen en Slowaken met hun gezonde financiële basis veel beter opgewassen tegen de gevolgen van de crisis dan landen met grote tekorten als Hongarije.

Die wetenschap hoeft natuurlijk de Polen niet te beletten om naar Hongarije op vakantie te gaan. Maar ze kunnen toch maar beter oppassen met het woordje Lengyel.

Meer over