Het oibibiogevoel van Berkeley

Berkeley (Californië) is bekend vanwege de klassieke film 'The Graduate' en vanwege de jaren zestig toen voor studenteninspraak werd gevochten....

Al drie dagen in Berkeley, Californië, en nog geen glimp van de Golden Gate Bridge gezien. De mevrouw van het weerbericht heeft een saaie baan. Steevast mist in de ochtend, zon in de middag. Een Britse universiteitsstad tot de lunch, daarna studeren in Zuid-Frankrijk. Maar zelfs wanneer Berkeley dan eindelijk in de zon baadt, blijft de brug van San Francisco koppig in mist gehuld.

De nevel scheidt Berkeley van de Verenigde Staten. Berkeley is Europees, zeggen de bewoners. De terrasjes zijn Europees, de progressieve mensen zijn Europees en de kleine auto's zijn Europees. De stad doet serieus aan afvalscheiding. Voor elk huis een rij bakken: blik, glas, papier en gft. Wat de Amerikaan verraadt: de piepschuimen bekers waarmee ze multifrappa-chocolata-cappucino-decaf halen.

De stad is bekend om twee dingen. Ten eerste de klassieke film The Graduate. 'So here's to you mrs Robinson, Jezus loves you more than you will know, wowowo.' (Simon & Garfunkel). De stad waar Dustin Hoffman naartoe rijdt over die lange brug terwijl Simon & Garfunkel zingen, dat is Berkeley. Daar waar hij wacht op Elaine, de dochter van mrs Robinson, vastbesloten haar ten huwelijk te vragen, dat is de campus van Berkeley.

Het andere waardoor Berkeley beroemd is, zijn de jaren zestig. Op de universiteit werd al vroeg voor studenteninspraak gevochten en voor vrijheid van meningsuiting op de campusgrond. Jaren voordat in Amsterdam het Maagdenhuis werd bezet, demonstreerden de studenten voor democratisering van het universiteitsbestuur. De Berkeleyanen richtten anti-autoritaire tijdschriftjes op en waren fel tegen de oorlog in Vietnam.

De Zwarte Panters werden geboren in Oakland, een stad die aan Berkeley is vastgebouwd. Waar de zwarte Amerikanen wonen, want die wonen niet in elitair Berkeley. Aan de overkant van de baai, in San Francisco, bloeide de hippybeweging. Mensen droegen bloemen in het haar en India-bloezen, tripten op lsd en musiceerden op straat. In Berkeley speelde juist de politieke en intellectuele kant van de sixties-beweging.

De erfenis van die jaren zestig is Telegraph Avenue, een straat die de universiteit met wonend Berkeley verbindt. Het is net het oude Oibibio. Winkels met boeken over soefis, Boeddha, hindoeïsme, chakras en yoga. Muziekwinkels met meditatiemuziek, aboriginalgezoem en Tibetaanse boventoonzang. Willie Nelson of Frank Sinatra zijn hier niet te vinden. Jerry Springer ook niet. Geen superdikke Amerikanen. Geen poor white trash. Geen geblondeerde strippers. Wel veel goed geconserveerde vijftigers met grijzende paardenstaarten en pittige krullenkopjes. Een barnstenen kralenketting op hun handgeweven Afrikaanse hemd. Op de campus lopen ze met een stapeltje boeken onder hun arm als in een ouderwetse film.

De grote boekwinkels op Telegraph Avenue bedienen ze op hun wenken. 'Which nice person is next in line and can I help', vraagt de heer van de kassa. Geen mooiere boekwinkels dan die in Berkeley. Boeken over elk denkbaar thema, tweedehands of net van de persen gerold. Kasten vol met tijdschriften, deels nog ouderwets gestencild.

Over de stoep trekt een stroom jong hip volk: de studenten van Berkeley. Eigenlijk zijn in deze stad twee generaties oververtegenwoordigd: de twintigers en de vijftigers. Geen kinderen, geen yuppen met mobiele telefoons en geen overspannen werkende moeders. De studenten lopen langs de lange rij kramen. Henna-tatoeages, oosterse sieraden, geurkaarsen en shirts met regenboog tie-dye. Een vrouw met lang grijs haar tot op haar kont, vlecht wollen strengetjes in iemands lokken.

Een zwarte man vraagt om een handtekening. Een Black Panther-journalist-activist wacht op de doodstraf. Maar ik kom uit Europa. . . Nou en. Maar ik ken die man niet. . . Hier heeft u wat krantjes, dit is zijn foto. Hij is een goede man, een eerlijke man, een slachtoffer van het systeem. Hij is een verzetsheld. Ik ben tegen de doodstraf dus zet ik braaf mijn handtekening.

Even verderop zingen vijf vrolijke mensen van Jezus. Mevrouw, leest u wel eens in het heilige boek? Kent u onze heer, onze redder, die voor ons gestorven is? Dat ik Europees ben, wil ik zeggen, maar dat telt alweer niet. Hier heeft u wat blaadjes, een foto. Het is een goede man, een eerlijke man, een held. Ik ben tegen de doodstraf dus neem ik de blaadjes in ontvangst. Ik hoef dit keer geen handtekening te zetten.

Tijd voor een salade. Deze Amerikanen houden van gezond eten. Ze spitten met een vork in een houten kom vol sla en boonspruiten. Een homp Dutch bread (tijgerbrood) ernaast. Koffie in een plastic reuzenbeker. Een jongen graaft in zijn salade en leest intussen een beduimelde pocket. Mensen hangen over de counter tot hun bestelling klaar is.

Een drogist met zeep van algen, shampoo van klei en tandpasta van zeewier. Een posterwinkel waar de affiches nog ouderwets op een houten plaat worden geplakt. De Dalai Lama hangt er, de Ambassadeur en Che natuurlijk. Op een betonnen muur staat met grote letters gespoten: The faster you live, the faster you die.

Een jongen op een stepje, met een Schots geruite broek aan, roetst voorbij. Ook veel fietsers hier. Met helm en elleboogbeschermers wagen ze zich in het verkeer. Berkeley is heuvelachtig en soms gevaarlijk stijl. Het is pas lekker fietsen op de campus.

Telegraph Avenue eindigt bij de ingang van de universiteit van Berkeley. De campus is een droom. Weidse grasvelden, neo-klassieke gebouwen, waterpartijen en schaduwgevend geboomte. Op het gras liggen studenten. Misschien praten ze over politiek en poëzie, op deze historische grond. Maar ze zullen het wel over de liefde en studiepunten hebben. Of de laatste aflevering van Friends.

En dan de bibliotheek. De grote zaal is gevuld met zachte banken, koffietafels en antieke leeslampen. De zon valt door de hoge ramen. Raakt even de rijen naslagwerken aan. In een andere zaal staat computer na computer opgesteld. Natuurlijk. Berkeley is dot-com-land. Veel academici wijden zich aan internet, software en Silicon Valley.

Vanaf de peperkoektoren van Berkeley University zijn eindelijk de nevelige contouren van de Golden Gate Bridge te zien. De brug is rood, de reusachtige bogen overspannen kilometers zeewater. Zeilbootjes, veerboten, het gevangeniseiland Alcatraz. De skyline van San Francisco drijft als een luchtspiegeling boven de mistige baai. Metropolis.

Dat de wereldstad als verlokkend visioen aan de overkant van het water ligt, is zorgvuldig gepland door de oprichters van de universiteit. De universiteit is oorspronkelijk van San Francisco. De gegoede burgerij van Frisco wilde haar verwende zonen niet blootstellen aan de kroegen en bordelen van San Francisco. De stad was in die tijd - halverwege de negentiende eeuw - een ordinaire goudzoekers-boomtown, vol gespuis en zwarte handel.

Het trof dat tot dan toe niemand wilde wonen aan de overkant van de baai. De Spanjaarden hadden er ooit een missiepost gevestigd, maar niet meer. Pas toen de goudkoorts afnam en de teleurgestelde gelukszoekers hun heil gingen zoeken in het boeren, ontdekten ze de baaierd aan leeg land dat zich daar uitstrekte.

Er woonden nog wel wat indianen natuurlijk. Een van hen was Ishi, de trots en schande van de Universiteit van Berkeley. In 1911 ontdekt door wetenschapper Alfred Kroeber. Ishi werd gesnapt bij het stelen van wat vlees. De indiaan bleek de laatst overgeblevene van zijn stam. Zijn mensen hielden zich al vijftig jaar verborgen voor de blanke kolonisten in dicht struikgewas. Ishi overleefde iedereen en zwierf rond in eenzaamheid.De arme man werd onmiddellijk in de gevangenis gegooid. Dat bevorderde de communicatie niet. Na alle mogelijke indiaanse talen op hem losgelaten te hebben, lukte het ten langen leste om met behulp van een Noord-Californische indiaan, een Noord-Yahi, een gesprek met hem te voeren. Ishi bleek de laatste Zuid-Yahi. Kroeber nam hem mee naar de universiteit waar hij zijn dagen sleet als levend museumstuk: the last caveman.

Hij werd een studieobject: een onbedorven natuurmens. Zijn taal werd vastgelegd. Zijn technische vaardigheden gemeten. De verhalen van zijn volk werden geboekstaafd. Het schijnt een beminnelijk mens te zijn geweest. De man die zijn wimpers bij de meter koopt, is het onderschrift van een oude krantenfoto. Ishi staat erop als een korte dikke man met een aardig gezicht. Hij neemt een klassieke pose aan met pijl en boog.

Na enkele jaren stierf hij aan tuberculose. Hij werd vergeten. Maar in de jaren zestig ontdekte men de laatste caveman opnieuw. Hij werd tot held, edele wilde en slachtoffer uitgeroepen. Anno 2001 gaat het verhaal ook wel dat Kroeber hem gebruikte voor zijn academische carrière en zijn natuurstaat wat overdreef. In 1911 een indiaan vinden in de bosjes die nog nooit een blanke had gezien, jaja.

Geen spoor van indianen in heel Berkeley, hoe paradijselijk ook. Een stad zonder wolkenkrabbers. Slechts honderdduizend inwoners. Houten villa's, bloeiende bomen, kolibries. Op een steenworp afstand van San Francisco. Een steenworp de andere kant op: Marin County. Een subtropisch heuvellandschap waar walvissen langs zwemmen en het mountainbiken is uitgevonden. De redwood-bomen reiken tot in de hemel.

Voor wie dat nog niet paradijselijk genoeg is, is People's Parc aangelegd. Bordje bij de ingang: People's Parc, where we took up a parking lot and put in a paradise. Voor dit morsige veldje gras met armetierig bomen zijn veldslagen geleverd in 1969. De universiteit wilde er een parkeerterrein aanleggen. De studentenbevolking was het daar niet mee eens. De stadsbleekneusjes hadden bomen en bloemen nodig.

De studenten wonnen de slag, maar een bloemenparadijs is het niet geworden. Op het grasveld liggen zwervers hun roes uit te slapen. Een, twee, drie heroïnenaalden. Onder de struiken liggen bundels beddengoed. Een informatiebord met verwaaide affiches. We moeten in actie komen voor wereldvrede. Bij een handkar zoeken mensen ingezamelde kleding uit. Ze kijken argwanend naar mijn geschrijf bij het infobord. Bang dat ik een overheidsspion ben

De klassieke Berkeleyaan heeft weinig vertrouwen in de staat. Het is eigenlijk allemaal de schuld van president Kennedy. Hij kwam begin jaren zestig op bezoek bij de studenten van Berkeley. Hij hield een bezielde lezing. De studenten liepen met hem weg. Jong, liberaal, intelligent. Hun man. Een paar maanden later: het Varkensbaai-incident. Niet veel later: Vietnam. De studenten waren diep teleurgesteld. De sixties konden beginnen. Zo fel als de jaren zestig hier waren, zo aangenaam is het nu. Wandelen in de zonneschijn, welvarende mensen, fantasierijke bebouwing. De gemeente geeft ruimhartig bouwvergunningen af. Tibetaanse tempels, Oostenrijkse berghutten en Franse villa's in mediterraan blauw. De grond is vruchtbaar, het regent gestaag en de zon schijnt elke middag. De bloemen spuiten de grond uit.

Wie even genoeg heeft van de idylle, neemt het veerbootje dat tussen Berkeley en San Francisco vaart. Hoog boven de baai zweeft de Bay-bridge, die tijdens de laatste grote aardbeving nog is ingestort. Speelgoedautootjes glijden geluidloos over het wegdek. De zon gaat onder in roze en babyblauw. Terwijl Berkeley verdwijnt in de zeemist, doemt San Francisco op. 'De weersvoorspelling voor morgen: mistflarden in de ochtend, zonnige perioden in de middag', zucht de weervrouw.

Meer over