'Het noorden en zuiden worden onvermijdelijk één'; 'N-Ierland zou alle parades moeten afschaffen'

Dominee Ian Paisley werpt het vredesakkoord ver van zich, zei hij zondag in 'zijn' kerk in Belfast. Aan de andere kant van de grens, in de Ierse republiek, vindt men het akkoord vooral zaak voor de Noord-Ieren....

NANDA TROOST

Van onze verslaggeefster

Nanda Troost

BELFAST/BUNCRANA

De Martyrs Memorial Free Presbytarian Church aan Ravenhill Road in Oost-Belfast trekt elke zondag wel een paar toeristen. Ze komen, zoals een gelovige uit Ierland, af op de 'eerlijke woorden van een goed christen'. Hoe omstreden dominee Ian R.K. Paisley ook mag zijn, hij is in elk geval gedreven. Zijn stem klinkt ver boven het gezang van de gemeente uit en bij 'Up from the grave He arose' zwaait hij met armen en bovenlijf naar de organist, want het mag wel met iets meer tempo.

Paisley, in zijn gepantserde auto tot op een meter van de kerkdeur gereden en bewaakt door twee lijfwachten, is bijna wekelijks present in 'zijn' kerk. En dus ook in het paasweekeinde. 'No Surrender'. Paisley zwijgt over het vredesakkoord dat voor de meeste aanwezigen een 'sell out' is. Hij vraagt alleen 'te bidden voor de velen die tegen ons zijn'. Niet dat hem dat eigenlijk iets uitmaakt. 'Onze vijanden zijn zoveel armer en zwakker dan wij.' De paar honderd toehoorders, mannen in stemmig zwart, vrouwen met rokken tot op de kuiten en hoeden, mompelen instemmend.

Ver van Belfast, in de Ierse republiek, ligt Bridge End. In dit gehucht markeert niet meer dan geel-groene verf op telefoonpalen langs de weg de plaats waar ooit zoiets bestond als de douane. Bridge End moet een plaats zijn waarvan Paisley en zijn Democratische Unionistische Partij gruwen, een plaats waar de grens tussen Noord-Ierland en Ierland niet lijkt te bestaan.

Van de onvermijdelijke militaire controlepost resten in Bridge End muurtjes in verval. Er staat een gedenksteen, ter nagedachtenis aan acht Britse soldaten die er de dood vonden bij een van die aanslagen die voor de IRA zo kenmerkend waren. Er werd een bom tot ontploffing gebracht in een auto met daarin nog de vastgebonden chauffeur.

Maar verder kan Bridge End doorgaan voor een doorsnee gehucht in een doorsnee grensgebied. Door het sterke pond bevinden de Noord-Ieren zich hier aan de gunstige kant van de grens. En dus staan ze tijdens het paasweekeinde met z'n tientallen in de file voor de Texaco-pomp en wordt betaald met het Britse pond sterling in plaats van de Ierse punt.

Even verderop ligt Buncrana, of zoals de Ieren zeggen Bun Cranncha. Hier heeft nog amper iemand zijn gedachten laten gaan over het bereikte vredesakkoord. Hoewel Ieren en Noord-Ieren zich op 22 mei in een referendum moeten uitspreken, wordt de kwestie vooral als een Noord-Ierse aangelegenheid beschouwd.

'Hoe lang zal het nog duren tot de unionisten in de meerderheid zijn? Het aantal protestanten ligt iets boven de 50 procent. Nog even en de katholieken vormen de grootste groep. Het kan lang of kort duren, maar het noorden en het zuiden worden één.'

In een kroeg in de hoofdstraat zit een Noord-Ier die al jaren in het zuiden woont en in het noorden werkt. Hij wil zijn naam niet noemen, evenmin als de kroegbaas. Want al is dit Ierland, in 1971 schoten Noord-Ierse loyalisten twee katholieke inwoners van Bun Cranncha dood. En nog maar vijf jaar geleden werd een Sinn Fein-gemeenteraadslid vermoord.

Maar de stamgasten geven toe dat dit niets is vergeleken bij het geweld dat het nabijgelegen Noord-Ierse Derry teisterde. Londonderry is synoniem voor Bloody Sunday, 30 januari 1972, toen het Britse leger veertien demonstrerende katholieken doodschoot. Vier maanden geleden braken er nog ernstige rellen uit, omdat de protestantse Apprentice Boys toestemming hadden gekregen voor een parade door het stadscentrum; over de oude stadsmuren, The Walls die langs het katholieke Bogside voeren.

'Het afschaffen van al die parades, dat zou pas een stap richting vrede zijn', zegt Barry Quinn, een nationalist uit Kilrea die de Pasen doorbrengt in Derry. 'Dan komen er geen grote groepen loyalisten en nationalisten meer tegenover elkaar te staan en wordt er veel rotzooi voorkomen. Misschien zouden wij, nationalisten, die opgeprikte loyalisten met Engelse bolhoeden op moeten negeren, het is hun geschiedenis, maar ze proberen het door onze strot te duwen. En daarbij sta je niet vriendelijk toe te kijken.'

In Belfast hebben de Apprentice Boys geen toestemming gekregen om op Paasmaandag te paraderen over het lower Ormeau Road in het zuiden van de stad. Ze mogen niet verder dan tot de brug over de rivier Lagan, waar katholiek gebied begint. Het gaat niet van harte, en voor de brug blijven ze even provocerend tegenover de politie staan, maar dan buigen ze af naar de bus die hen naar het centrum brengt voor een grotere loyalistische parade.

Op Paaszondag konden Sinn Fein en anderen in de eigen katholieke wijken zonder restricties maar wel met een enorme politiemacht op de been de paasopstand van 1916 herdenken toen Ierse nationalisten in opstand kwamen tegen de Britten. Hun protest resulteerde in 1922 in een vrij Ierland in het zuiden.

Voorafgaand aan zo'n herdenkingsoptocht in Londonderry roept Sinn Fein-onderhandelaar Martin McGuinness iedereen op eerst het vredesakkoord te lezen en daarna pas een mening te vormen. Daarmee sluit Sinn Fein zich aan bij een oproep die de presbyteriaanse kerk al deed nog voordat het akkoord was bereikt. Lees, denk, weeg af en beslis pas dan, was en is de boodschap.

In de Holy Cross Catholic Retreat aan Crumlin Road in noord-Belfast wijdt voorganger Myles Kavanagh de Eucharistieviering aan hét grote thema van Pasen: vergeving. Voor een wijk getekend door pijn, lijden en verlies is dat een moeilijk onderwerp. Ardoyne is een verarmde katholieke enclave, ingeklemd tussen Shankill en Oldpark waar protestanten wonen. De burgeroorlog heeft er de afgelopen dertig jaar aan honderd katholieken het leven gekost.

Al heeft hij het akkoord nog niet gelezen, het ligt wat de priester betreft duidelijk. 'Het is alleen al verbazingwekkend dat het er is. Dat al die mensen met elkaar in een kamer zijn gebleven en met elkaar tot overeenstemming zijn gekomen. En dat over maar liefst 69 pagina's. We hebben het al eens eerder gezien. Het is ons wel eens eerder verteld. En ik kan niet voor jullie harten spreken. Maar in het mijne kan ik vergeving vinden. Er is ruimte in mijn hart voor anderen die anders zijn. Jullie kennen ze misschien ook. Buren, familieleden en misschien zelfs wel de hele unionistische traditie. En het mooiste van vergeving is dat degene die vergeeft en degene die vergiffenis krijgt, verrijkt.'

'Ik wens u nog een vrolijk Pasen', geeft Kavanagh zijn parochianen mee. 'Nou? Kom op! Zeg het maar! Vro-lijk Pa-sen.' Zijn parochie mompelt hem na. Kavanagh: 'En ga in vrede.'

Meer over