Reportage

Het nieuwe snottebellenbeleid zorgt voor een kaalslag op de gemengde Gelderlandschool

Anderhalve week nadat acht klassen van de Gelderlandschool in Den Haag in quarantaine moesten, zitten wederom veel leerlingen thuis. Ditmaal vanwege het aangescherpte snottebellenbeleid, dat tot veel discussies leidt. ‘Ouders zeggen: mijn kind is helemaal niet verkouden.’

Irene de Zwaan
De lerares van groep 3 van de Gelderlandschool in Den Haag vraagt een leerling of ze is getest omdat ze wat snottert. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
De lerares van groep 3 van de Gelderlandschool in Den Haag vraagt een leerling of ze is getest omdat ze wat snottert.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Voor de zoveelste keer die ochtend gaat in de lerarenkamer van de Haagse Gelderlandschool een telefoon af. Het is een ouderwets zwart model, dat tussen een schaal fruit en een bak snoepgoed op tafel ligt: de vaste lijn.

Directeur Miranda van de Kolk, met de jas nog aan en een mondkapje bungelend aan een oor, neemt op. ‘Goedemorgen’, klinkt het. En dan na een stilte: ‘Ik snap heel goed dat u gefrustreerd bent, maar ik heb de regels niet gemaakt. Dat is de taak van de overheid.’

Ze hangt op, vermoeide blik in haar ogen. Het was een boze ouder met een verkouden kind thuis. Vanwege de overbelasting bij de GGD lukt het hem niet een testafspraak te maken. Sinds de invoering van het nieuwe snottebellenbeleid maandag betekent dit simpelweg: geen toegang tot school.

En dus steekt Van de Kolk telkens hetzelfde riedeltje af. ‘Hij mag pas weer komen als hij een negatieve uitslag heeft of 24 uur klachtenvrij is. Helaas kan ik u hiermee niet verder helpen.’

Quarantaine

Anderhalve week geleden liep de Volkskrant ook al een dag mee op de Gelderlandschool, een school met een gemengde populatie in een achterstandsbuurt met een lage vaccinatiegraad (rond de 35 procent). Toen zaten er, na vaststelling van een aantal coronabesmettingen onder leerkrachten, acht klassen in quarantaine.

Het aangescherpte beleid moet dit voorkomen. Door kinderen met een snotneus verplicht thuis te houden, zo is de gedachte, zal het virus onder deze groep minder om zich heen grijpen. Op die manier kunnen zoveel mogelijk scholen openblijven.

Werkt het zo? Nee, blijkt tijdens een tweede bezoek aan de school. Hoewel er deze week ‘slechts’ twee klassen thuiszitten, blijkt het snottebellenbeleid voor een ware kaalslag te hebben gezorgd.

‘Van de 22 kinderen in m’n klas zit de helft thuis’, zegt kleuterjuf Crina Hemsbergen, ‘dat betekent dat elf kinderen helemaal geen onderwijs hebben.’ Het nieuwe beleid, bedoeld om de leerachterstanden beperkt te houden, mist hiermee zijn uitwerking. ‘Als we gesloten waren geweest – wat ik heel naar had gevonden, laat dat duidelijk zijn – dan hadden 22 kinderen tenminste online onderwijs gekregen.’

‘Niet zo’n issue’

Mogelijk heeft de Gelderlandschool ook een beetje pech. Tijdens een rondgang langs tien scholen met een uiteenlopende leerlingenpopulatie, verkondigen de meeste schooldirecteuren dat het nieuwe snottebellenprotocol ‘niet zo’n issue is’. Het aandeel verkouden kinderen is vooralsnog beperkt en ouders nemen hun verantwoordelijkheid, ondanks de logistieke operatie die dit vaak vergt. Bij twijfel wordt een kind thuis gehouden en getest.

Als er al stampij wordt gemaakt, dan gaat dit over het mondkapjesbeleid voor leerlingen vanaf groep 6: die worden geadviseerd (en dus niet verplicht) een mondkapje te dragen als ze zich door de school verplaatsen.

Sommige directeuren laten weten dat ze hierover boze mails hebben ontvangen, opvallend genoeg vaak precies dezelfde. Op internet circuleert een voorbeeldbrief, bevestigt Claudia Verhoeven van de PO-Raad, die de belangen in het basisonderwijs behartigt. ‘Daarin worden schoolleiders persoonlijk aangesproken. Zo van: jij hebt deze maatregel bedacht, terwijl het uiteindelijk natuurlijk gewoon een maatregel van het ministerie is.’

Taalbarrière

Op de Gelderlandschool gaat de onrust verder dan een paar ouders die zich beklagen over mondkapjes. Het grootste probleem waar directeur Van de Kolk tegenaan loopt, is dat ouders door de taalbarrière niet op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen. Het nieuwe snottebellenbeleid, bijvoorbeeld, is aan de meesten voorbijgegaan.

‘Dus dan moeten we ouders met een tolk gaan bellen om uit te leggen dat ze hun verkouden kind moeten ophalen. Dat leidt tot discussies. Ouders zeggen: mijn kind is helemaal niet verkouden. Of ze halen hun kind op en staan na een uur weer op de stoep: er is niets aan de hand hoor.’

Ook de oproep om kinderen bij verkoudheidsklachten te laten testen, valt niet altijd in goede aarde. ‘Ze zijn het niet eens met dit beleid’, aldus Van de Kolk. ‘En tot mijn verbazing hebben sommige ouders nog nooit van de GGD gehoord.’

Omdat veel ouders hun kinderen met verkoudheidsklachten gewoon naar school sturen, heeft Van de Kolk er sinds maandag een nieuwe taak bijgekregen: het beoordelen van snotneuzen. Want de vraag of er sprake is van een serieuze pegel of een doodgewone ‘buitenspeelloopneus’, zorgt voor vertwijfeling onder leerkrachten. ‘Ik word er dan als niet-expert vaak bijgehaald om even te kijken.’

Huilen

In groep 5 was er afgelopen maandag geen discussie over mogelijk: daar zat bijna de hele klas te sniffen. ‘Ze hadden elkaar enorm aangestoken’, zegt leerkracht Laura van Looijengoed via een videoverbinding.

Er zat niets anders op: de hele klas moest dinsdag thuisblijven. ‘Toen ik dat aan m’n leerlingen vertelde, begonnen twee jongens te huilen. Ze zeiden: juf, ik wil niet thuiswerken, ik wil in de klas blijven, want daar is het zo fijn.’

Dat knaagt, beaamt Van Looijengoed. Net als iedere andere leerkracht op school weet ze dat veel leerlingen het thuis niet makkelijk hebben. ‘Veel kinderen zullen vandaag alleen thuiszitten, zonder laptop of telefoon. Ik kreeg net nog een berichtje van een Poolse moeder: ik moet straks werken, dus mijn zoon kan niet bij de Zoom-bijeenkomst zijn.’

Leerling aan de lijn

Ook groep 7 zit deze dinsdag noodgedwongen thuis, vanwege een zieke leerkracht. Vervanging viel door het lerarentekort niet te regelen, dus heeft directeur Van de Kolk zelf maar uitlegfilmpjes gemaakt.

De volgende die de vaste lijn belt, blijkt een leerling te zijn met een vraag over het huiswerk. ‘Het is bij een opdracht belangrijk dat je eerst de tekst leest en dan de vragen gaat maken’, legt Van de Kolk geduldig uit. Daarna, met betekenisvolle frons: ‘En zo ben je de hele ochtend met coronagerelateerde dingen bezig, het gewone werk blijft liggen.’

Toch wil ze nog één ding kwijt: ‘Ik vind mijn werk nog steeds heel leuk. Als je ziet hoe blij de kinderen zijn als ze wél naar school kunnen, dan weet je dat je echt van betekenis bent.’

Meer over