’Het NDT is niet van deze planeet’

Het Nederlands Dans Theater behoort na vijftig jaar nog altijd tot de internationale top. Toch is er ook kritiek op het gezelschap....

Door Mirjam van der Linden

De tegenstelling kan nauwelijks groter. Toen dansers van het Nederlands Ballet van Sonia Gaskell in 1959 in een daad van rebellie het Nederlands Dans Theater oprichtten, hadden ze rooie cent noch artistiek plan. Vijftig jaar later is het NDT het visitekaartje van de Nederlands dans, een soort staatsgezelschap met permanente subsidie dat regelmatig met de koningin op reis mag. De ‘rebelse familie’ van toen, met dansers die ook choreografeerden, kostuums verstelden en decors maakten, is een instituut van wereldfaam geworden.

Dat feestje moet gevierd, in het Holland Dance Festival. De huischoreografen van het NDT, Lightfoot León en Johan Inger, treden aan. Er wordt werk gedanst van gerenommeerde oud-collega’s. En ook de twee beroemdste choreografen van Nederland die het NDT heeft voortgebracht, Jirí Kylián en Hans van Manen, ontbreken niet. Beiden waren artistiek leider van het gezelschap: Van Manen samen met anderen van 1961 tot 1971 en Kylián alleen van 1978 tot 1999.

Maar niet iedereen is positief over het jubilerende NDT. Hoe terecht is het nog dat het gezelschap zichzelf ‘uitdagend’ noemt? Die vraag speelt op nu Kylián met het feestprogramma ook als huischoreograaf afscheid neemt en het gezelschap opnieuw zijn koers zal moeten bepalen.

Het clubje balletdansers dat in 1959 voor zichzelf begon, was het autoritaire leiderschap van ‘mevrouw’ Gaskell ontvlucht. Voormalig rebel, choreograaf Rudi van Dantzig: ‘Gaskell weigerde repetitieroosters te maken. Iedereen moest altijd aanwezig zijn en opspringen als zij iets riep. Als danser kon je geen eigen leven hebben.’

Omdat het jonge gezelschap vooral bezig was het hoofd boven water te houden – al in het eerste seizoen werden er 157 voorstellingen gedanst van Oostende via Lutjebroek naar Haifa – ontstond een artistieke visie eigenlijk pas in en door de praktijk. Zo was het ensemble te klein voor de grote balletklassiekers en kon het zich een vernieuwer van het klassieke ballet als George Balanchine simpelweg niet veroorloven. Met balletten van groepsleden en de jonge choreograaf Hans van Manen werd nieuw werk van Nederlandse makelij als vanzelf een leidraad.

Wel werd meteen gesteld, dat niet perfectie het belangrijkste was, maar emotie. In het eerste boekje over de NDT-ers schreef Bibeb: ‘De dans is voor hen pas dans als daarmee een menselijke bewogenheid tot uitdrukking wordt gebracht.’ In plaats van ‘een geperfectioneerde buitenkant’ kwamen ‘sporen van het innerlijk die onmooi kunnen zijn maar nooit glad.’

Die menselijkheid zit diep in de genen van het NDT. Ze ontstond bij Van Manen, die al choreografeerde voor het openingsprogramma en van 1988 tot 2003 huischoreograaf was. Zijn dansers waren mensen van vlees en bloed, die je ook in musicals of dancings zou kunnen aantreffen. Martinette Janmaat, danseres van het eerste uur: ‘Hij bracht ons balletdansers een jazzy swing.’

Een andere belangrijke invloed kwam van de Amerikaanse moderne danspionier Martha Graham. Haar navolgelingen Anna Sokolow en Glen Tetley waren door de eerste artistiek leider van het NDT, Benjamin Harkarvy, naar Den Haag gehaald. Jaap Flier, een van de oprichters: ‘Emoties zaten in de beweging verklonken. De beweging vertelde het hele verhaal. Dat was indertijd echt vernieuwend.’ De combinatie van het ‘lichte’ van klassiek ballet en het ‘zware’ van Graham, waarbij bewegingen veelal naar de grond gericht waren en vanuit een innerlijke impuls moesten ontstaan, werd typerend voor het NDT.

De man die deze synthese tot grote bloei bracht en het gezicht van het NDT zou worden, is Jirí Kylián. Tegenover Van Manens humane soberheid zette hij een verfijnde, aanvankelijk bijna romantische, gevoelsexpressie. Denk je bij Van Manen vooral aan krachtige lijnen, bij Kylián vloeit en zwiert het. Onder hem werd het NDT een internationaal toonaangevend gezelschap, met tournees, prijzen en een enthousiast publiek.

Toch zijn er ook barsten in het glazuur. De laatste jaren wordt er gemopperd. Vooral in de wandelgangen, want het is op de een of andere manier not done geworden om kritiek op het NDT te hebben. Dat de dansers technisch subliem zijn, daarover is vriend en vijand het eens. Maar het repertoire zou te weinig risicovol zijn, te veel van hetzelfde. De geslotenheid van de groep zou hiervan de oorzaak zijn. Yteke Waterbolk, oud-danseres en vroeger lid van de Raad voor Cultuur: ‘Om het NDT is museumglas gezet. Alles wat daarachter gebeurt, is dus kostbaar en goed. Het NDT is een self-fulfilling prophecy geworden, een succesvolle machine die zich hors concours heeft geplaatst, zeker nu het vaste subsidie heeft gekregen.’

Kylián wordt voor deze geslotenheid in grote mate verantwoordelijk gehouden. Als choreograaf heeft hij hoge kwaliteit geleverd, vindt men, maar als artistiek leider heeft hij het NDT artistiek geïsoleerd door vooral zijn eigen werk en stijl te koesteren. Voormalig NDT-danseres Käthy Gosschalk: ‘De huischoreografen die uit de eigen geledingen voortkomen, zoals Nacho Duato, Johan Inger en Lightfoot León, hebben allemaal een Kylián-stempel. Met gastchoreografen van buiten, die echt een andere inbreng kunnen hebben, wordt vaak geen serieuze relatie aangegaan.’

Na de grote veranderaars van de vorige eeuw (Balanchine, Cunningham, Forsythe, Bausch) speelt het gebrek aan markante choreografische vernieuwers alle grote internationale gezelschappen parten. Vernieuwing is bovendien een begrip dat in perspectief moet worden geplaatst. Samuel Wuersten, directeur van het Holland Dance Festival: ‘Het NDT is nog steeds een Triple-A-merk, maar staat niet meer op eenzame hoogte. Er zijn meer topgezelschappen en de choreografen van het NDT worden elders gedanst. Je zou hieruit kunnen afleiden dat het NDT niet meer uniek is. Maar het zegt eigenlijk meer over de rijkdom van de dans: de top is gewoon diverser geworden.’

Gabriel Smeets, artistiek leider van de experimentele School voor Nieuwe Dans Ontwikkeling, vindt dat je van het NDT geen extremen kunt verwachten. ‘De groep heeft gekozen voor academische trainingsmethodes en grote-zaalproducties. Dit sluit een bepaald type werk gewoonweg uit. Ik zie NDT-dansers nog niet dagen filosoferen als onderdeel van het maakproces, zoals wij doen. En laten we wel wezen: de bijna onverzekerbaar dure benen van NDT-ers laat je toch ook niet over tafels rollen?’

Het nemen van risico’s is geen eenvoudige taak voor een groep die zijn status en publiek wil behouden, maar niet onmogelijk. Wuersten: ‘Misschien heb je er de president van de VS voor nodig in plaats van de groothertog van Luxemburg, maar de uitdaging is juist het ontwikkelen van een visie op die tegenstrijdigheid.’ Volgens hem moet het NDT toch proberen te doorbreken wat iedereen van ze gewend is en meer open staan. ‘Het heeft veel met communicatie te maken. De voorstellingen leken de afgelopen jaren soms wel besloten bijeenkomsten.’

Het gevoel van die geslotenheid lijkt zich opvallend genoeg door te trekken naar de manier van dansen. Het persoonlijke dat bij de start van NDT expliciet werd nagestreefd, wordt anno 2009 gemist. Waterbolk: ‘Jirí heeft de dans in Nederland absoluut gelift, maar inmiddels is het NDT op een andere planeet beland. De mensen zijn er perfect, maar ook onmenselijk. Ze horen niet bij de maatschappij, niet bij de rest van de dans.’ Volgens Wim Broeckx, directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, heeft het te maken met een verandering die Kyliáns werk de laatste jaren heeft ondergaan. ‘Vroeger stond de persoonlijkheid van de dansers centraal. Nu zijn het meer poppetjes dan individuen. De esthetiek van de sculpturale bewegingsvormen is belangrijker, evenals de choreografie, het plaatje, als geheel.’

Choreograaf Dylan Newcomb vond het NDT als danser ‘mateloos mooi en inspirerend’ tot hij zich richting maatschappij en politiek begaf en buiten de ‘dance-bubble’ belandde. ‘Sindsdien boeit de NDT-dans mij steeds minder. De esthetiek is te perfect, te glad geworden. Er worden universele thema’s aangesneden, maar op een manier die maatschappelijk steeds minder relevant is. Kunst kan balanceren tussen tijdloosheid of relevantie. Deze tijd heeft choreografen nodig van wie je weet waarom zie iets doen. Het NDT is zo ‘goed’ geworden dat het geen stelling meer hoeft te nemen. Dat is passieve arrogantie.’

Meer over