Het nationaal museum historisch

Waar begon het ook al weer met ons grootste kunst- en historisch instituut en hoe ging het verder? 218 jaar Rijks in 7 episoden.

DOOR STEFAN KUIPER

1795-1870 Van huis ten Bosch

In den beginne was er ambitie en die was nationalistisch van aard. Het was 1795, Nederland was een Franse satellietstaat geworden en met een museum wilden de patriotten de vaderlandsliefde aanwakkeren. De Nationale Kunstgalerij, zoals het museum toen heette, had iets van een Dickens-kindje: verweesd, altijd onderweg en overgeleverd aan de grillen van excentrieke vaderfiguren. Zoals minister Isaac Gogel, die het onderbracht in Huis ten Bosch in Den Haag; aan koning Lodewijk Napoleon, die het verhuisde naar het Paleis op de Dam in Amsterdam (zie tekening); aan koning Willem I, die het onderbracht in het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal. Daar bleef het museum 70 jaar, onder slechte condities: het dak lekte, in de zalen werd vergaderd, de suppoost was doof en later dement. Verbouwen, zeiden prominenten als Alberdingk Thijm en Thorbecke, was zinloos. Er moest een nieuw gebouw komen...

1885 ...naar nieuwbouw

...en dat nieuwe museum werd geopend in 1885. Het lag met de kop aan de Stadhouderskade en de kont aan het Museumplein. Kosten 2,8 miljoen gulden. Instigator was Victor de Stuers (links op de foto), advocaat, ambtenaar, politicus; de architect Pierre Cuypers (rechts). Het gebouw was controversieel. Liberalen vonden het neogotische ontwerp met torens, pinakels en tegeltableaus anachronistisch. Koning Willem III zag Eberson, zijn hofarchitect, gepasseerd en zei nooit een voet in die 'boterhal' te zullen zetten (en hield zich daaraan). Na negen jaar - een jaar minder dan de recente verbouwing - was het museum af. De opstelling was historiserend, vol, druk, een rommeltje eigenlijk. De Stuers verbeeldde de vaderlandse geschiedenis met kanonnen, grafmonumenten, afgietsels en vazen. Zijn ideale bezoeker zocht niet enkel 'bevrediging van de nieuwsgierigheid, maar [was] ook bereid iets te leren'.

1925 the white CUBE

Waren Cuypers en De Stuers de verpersoonlijking van het museum van de 19de eeuw, hun belangrijkste opvolger, Frederik Schmidt Degener (1881-1941), belichaamde de 20ste. Hij was een estheet in de meest dogmatische, haast dictatoriale zin van het woord. Vergeet het verhaal, de geschiedenis, de kunst als opvoedkundige les of katalysator van historische ervaringen - voor Schmidt Degener telde slechts het kijkgenot. En dus onderging het Rijksmuseum in de jaren twintig een ingrijpende metamorfose. De zalen werden leger, historische objecten werden verbannen naar het depot, de decoraties die Cuypers en De Stuers met zo veel moeite hadden laten aanbrengen, werden weer weggewerkt. De katholieke kunstkathedraal veranderde in een sobere kerk van Pieter Saenredam. Intussen werd die opstelling door buitenlandse musea bewonderd en gretig gekopieerd.

1940-1945 Barnsteen

Op één punt was het Rijksmuseum zoals alle andere internationale musea: aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog evacueerde het zijn collectie. Dit gebeurde in augustus 1939 en directeur van dienst was nog altijd Schmidt Degener. De schilderijen werden uit hun lijsten gehaald en verplaatst naar gymnastieklokalen in Barsingerhorn, Lutjewinkel, Wieringerwerf en andere plaatsjes op het Noord-Hollandse platteland. De Nachtwacht verhuisde eerst naar een schuilkelder in de buurt van Heemskerk en in 1942 naar de mergelgrotten in Zuid-Limburg. Al snel na de capitulatie in mei 1940 kwam het museum onder gezag van de bezetters te staan. Zij gebruikten het gebouw voornamelijk voor propagandistische doeleinden. De bezoekers, voornamelijk Duitse soldaten, zagen geen Rembrandt, Vermeer, Steen en De Hooch. In plaats daarvan keek men naar een tentoonstelling over barnsteen.

1805-2013 Fietstunnelgate

Quizvraag: wat is het mediageniekste deel van het Rijksmuseum? De Nachtwacht? Fout. Het Melkmeisje? Ook niet. De kuif van Wim Pijbes? Eh, nee. Een hint: één woord, vier lettergrepen. Oplossing: fietstunnelgate. De onderdoorgang is berucht. Zij is al tijden een kiezel in de schoen van directeuren van het Rijksmuseum; van Schmidt Degener, die haar wist vrij te maken van autoverkeer; van Van Schendel, die in de ruimte graag een restaurant had; van Wim Pijbes. Punt van de directeuren: de tunnel is onpraktisch, gevaarlijk, lelijk, Rijksmuseum-onwaardig. Punt van de gemeente: onder een museum doorfietsen is handig en leuk. Dat laatste woog tot nu toe altijd het zwaarst, maar ooit zal er vast een directeur zijn die triomfeert. De fietstunnel zal verdwijnen van de krantenpagina's en journalisten zullen een ander onderwerp oppakken om hun kolommen mee te vullen. Rembrandts Nachtwacht. Vermeers Melkmeisje. Of Wim Pijbes' kuif.

1969 bezetting

Vraag een boze student naar de beste plek om te demonstreren en het antwoord komt snel: het Maagdenhuis. Stel een boze kunstenaar dezelfde vraag en het antwoord komt zo mogelijk nog sneller: het Rijksmuseum. Preciezer: De Nachtwachtzaal daar. Wie zijn ongenoegen over het kunstbeleid wil uiten, doet dat in het hart van de gevestigde kunstorde. En gevestigder dan de huiskamer van Rembrandts meesterwerk kan een orde niet zijn. In 1969 was het raak. Toen bezetten 170 kunstenaars de ruimte als protest tegen de zittende regering, nauwkeuriger: tegen KVP-minister Marga Klompé. Drie maanden later herhaalde de actie zich en kwam het zelfs tot gevechten met de portiers. Onlangs werd de Philipsvleugel opnieuw bezet door kunstenaars; nu uit protest tegen de kunstbezuinigingen van VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra. Deze keer zonder schermutselingen met de portiers.

1995 de audiotour

Vaak wordt gesuggereerd dat het Rijksmuseum onder directeur Wim Pijbes een populairdere/populistischere (doorhalen naargelang uw sympathie) koers is ingeslagen. Dat is waar en toch ook weer niet. De basis van een publieksgerichter beleid (de schedel met diamanten van Damien Hirst!) werd al ingezet door zijn voorgangers Simon Levie, Ronald de Leeuw en Henk van Os. Die laatste was belangrijk. Hooggeleerde Groninger. Ontwapenende man met groot retorisch talent (en een kunstprogramma op tv). Van Os muntte de term 'Nationale Schatkamer' en voegde de daad bij het woord door de verschillende afdelingen van het museum beter op elkaar af te stemmen. Hij zorgde voor betere routeplanners, betere tekstbordjes bij de werken en voor computers waarop je in de collectie kon rondsurfen. En de audiotour - die is ook bij hem begonnen.

Met dank aan Gijs van der Ham, senior-conservator geschiedenis van het Rijksmuseum. Op 8 april verschijnt zijn boek De geschiedenis van Nederland in 100 voorwerpen.

undefined

Meer over