Het motorjacht

Caspar Janssen stapt op een ‘drijvende caravan’.

Door Caspar Janssen

‘Ik zat te denken’, zegt Han van der Linden (54), ‘bij varen komen allerlei vloeistoffen kijken: motorvloeistof, koelvloeistof, brandstof, schroevenvet... En sociale vloeistof natuurlijk. Proost.’

Van der Linden woont in de zomer, zegt hij altijd, aan de Lingeboulevard 8 in Arkel. De boulevard is dan het grasveldje tussen het lieflijke riviertje de Linge en de vaste ligplaats van zijn boot Patchanka in het knusse jachthaventje De Gors in Arkel. Op dat grasveldje (tafeltje en stoeltjes erbij en klaar) drinkt hij nu een biertje met de buren van ‘Lingeboulevard 8’, Gert (58) en Corrie (56) van Drenth. Van der Linden: ‘Mensen vragen weleens: Lingeboulevard 8? Ik kan dat adres niet vinden op internet, haha.’

Patchanka, de naam van zijn ‘drijvende caravan’, komt van de Spaans-Franse band Mano Negra, die hun muziek – een mix van muziekstromingen – patchanka noemde. Geheel in de geest van die stroming houdt Van der Linden van zowat alle soorten ‘georganiseerd lawaai’. Als hij met zijn boot vaart, schalt er de ene keer punkmuziek uit de luidsprekers, een andere keer ‘Indonesische reggae’, jazz of Captain Beefheart. Bach kan ook, ‘maar dat komt moeilijk boven het geluid van de motor uit’.

Meestal brengt Van der Linden (‘ik ben kenniscoördinator, cursusboer, maar dat is nu niet belangrijk’) de zomer door met zijn vrouw, maar zij is nu thuis, een paar kilometer verderop, in Vuren. ‘Ze houdt niet van zoveel regen’, verklaart hij, doelend op het voorspelde, maar uitgebleven noodweer in Arkel. Gert (metselaar van beroep) en Corrie van Drenth (kassière) wonen ook vlakbij, in Gorinchem. Ze zijn twee weken naar Katwijk geweest met de boot, hun laatst vakantieweek brengen ze door in Arkel, net als buurman Van der Linden. Ze hebben hun motorjacht nu acht jaar, voor die tijd woonden ze op een woonark. ‘Dat was altijd onze droom’, zegt zij, ‘maar na zeven jaar zijn we toch naar een flatje verhuisd. Het was ons te veel onderhoud. We hadden nooit tijd om op vakantie te gaan.’

Han van der Linden: ‘Koop een boot en je werkt je dood.’

Nu pakken Gert en Corry van Drenth af en toe de boot voor een dagje Leerdam. ‘Even winkelen, iets eten en drinken en dan overnachten op de boot.’

Van slecht weer hebben ze deze vakantie weinig last gehad. ‘Kijk maar eens hoe bruin we zijn. Dat is het mooie van het leven op de boot: als het ook maar even zonnig is, ga je naar buiten. Dat doe je thuis nooit.’

Han van der Linden. ‘En als het regent, lees ik een goed boek. Herman Pleij, op dit moment, en ook Levi Weemoedt ben ik opnieuw aan het lezen. Als je er oog voor hebt, zie je dat veel Nederlandse literatuur over water gaat. Dat is niet voor niets: zoals de eskimo’s wel 150 woorden voor sneeuw hebben, hebben wij wel 150 woorden voor de overgang van land naar water: broeken, kelders, schorren, grienden, gorzen, slikken, uiterwaarden... ’

Van der Lindens vader ‘zat al op de rijnvaart’, zelf ontdekte hij het varen opnieuw. ‘Wij zijn een wetland, onze unieke natuur vind je aan het water. Vanaf het water kun je in Nederland het beste van natuur genieten. Bovendien: vanaf het water kan ik soms foto’s nemen waarop helemaal niemand te zien is. Dan lijkt er opeens zo ontzettend veel ruimte.’

De Van der Lindens en de Drenths hebben elkaar leren kennen aan de Lingeboulevard. Ze behoren tot de driehonderd leden van de watersportvereniging De Gors. Gert van Drenth: ‘We doen hier heel veel samen.’

Van der Linden: ‘Gert is metselaar, ik kan internetsites maken. Zo doet iedereen wat.’

Corrie Drenth: ‘We maken het samen gezellig. Gisteravond hebben we tot laat buiten gezeten. Heerlijk. Jammer dat het volgende week alweer voorbij is.’

Van der Linden: ‘Laten we er dan snel nog maar een drinken.’

Recreanten en hun bootje in het haventje van Arkel. (Jean-Pierre Jans/Volkskrant) Beeld
Recreanten en hun bootje in het haventje van Arkel. (Jean-Pierre Jans/Volkskrant)
Meer over