'Het mooiste is dat je niets meer móet'

De jaren gaan tellen. Vut of pensionering ligt in het verschiet. De een staat te popelen, de ander helemaal niet....

IN DE TIJD dat hij nog geen 'je' en 'jij' mocht zeggen tegen zijn chef, en de computer nog te groot was voor zijn huiskamer, waren er twee soorten mensen bij DSM: de arbeiders en de beambten - 'naar Duits voorbeeld'.

Arbeider was hij, beambte wilde hij worden. Het verschil tussen 41 hectoliter kolen van slechte kwaliteit mee naar huis, en 65 hectoliter van goede kwaliteit.

De meeste jongens gingen na de mulo 'ondergronds', kozen op hun dertiende voor de Ondergrondse Vakschool, maar de vader van Ruud Klooster had gewaarschuwd: 'Ga niet ondergronds! Dat is niks.' Ruud wilde bij 'de grote werkgever' werken, dat wel, want 'vast werk, hoog loon' was een ieders motto. Na een open sollicitatie - enkele jaren later, in 1958 - kon hij beginnen als opérateur ('op z'n Frans, hè?') op de 'mechanische administratie', de voorloper van het computercentrum in Heerlen.

Het centrum, twee jaar geleden bij een afslankingsoperatie overgenomen door de PTT, heeft Klooster al gehuldigd. Met koffie en gebak, en een draadloze koptelefoon. De Brunssumer is de laatste DSM'er die - verplicht - op zijn 58ste de vut in gaat; vervroegd uittreden is vanaf deze maand pas bij zestig jaar mogelijk. Het afscheid, na 37 jaar DSM, zou eigenlijk begin juli zijn, maar het werd eerder.

'Ik zit nu pas in de vut, maar ik ben in november al gestopt met werken. Mijn chef vroeg me of ik het niet erg vond om eerder naar huis te gaan. Nee, natuurlijk vond ik dat niet erg. Ik had zelf al het gevoel: wat doe ik hier eigenlijk nog?'

Klooster deed al tijden zijn oorspronkelijke werk niet meer. Waar hij vroeger aan de hand van ponskaarten berekende hoeveel geheugenruimte een klant had gebruikt, haalt nu een robot als een jukebox cassettes uit de computer. 'Ik weet niet of mijn functie nog bestaat. Ik denk van wel, maar alles is veranderd.

'DSM had me al een kassiersfunctie aangeboden. Het werk als groepsleider werd me te zwaar. Ik werd ouder. De mensen kwamen bij mij met hun declaraties. Ook voor het aanvragen van een cursus konden ze bij mij komen, of voor de seizoenkaarten van Fortuna en Roda, en de kaarten voor het Wereldmuziekconcours in Kerkrade. DSM gaf korting op dat soort dingen. Later, bij de PTT, bestond het echte kassierswerk eigenlijk al niet meer. De declaraties gingen daar per giro.'

Tot de laatste dag bleef DSM formeel zijn werkgever, al was het officiële afscheid bij de PTT en bleef de bijdrage van het chemieconcern beperkt tot een klok en een extra maandsalaris ('ook leuk'). Net als zijn vader voelde Klooster zich een echte DSM'er, maar of dat zal blijven, weet hij niet.

DSM zat in zijn poriën - je kon het zo gek niet bedenken of DSM had er iets mee te maken: schoenen, huizen, ondergoed. Nu kent hij er bijna niemand. En penningmeester van de personeelsvereniging is hij niet meer.

ODS, Ontspanning Door Sport, dàt blijft. Ook gesubsidieerd door DSM. Iedere dinsdagochtend zwemmen, met zijn vrouw Hanny, en hij komt er altijd wel wat DSM'ers tegen. 'Ik hoop tot mijn tachtigste mobiel te zijn', zegt Klooster. 'Ik wil fit blijven. Boven heb ik een hobbykamer, daar staat een halterbank en een hometrainer.' Het is hem op de pre-pensioneringscursus van DSM nog zó gezegd: 'Ik ga de derde levensfase in, niet de laatste. Ik voel me niet oud. We zien ouderen als mensen met stokken, bijna dood, maar dat is niet zo. Het zijn mensen met geld, die vroeg met pensioen gaan.'

Bij zijn vader lag dat anders. Hij was een 'oermens', met 41 jaar 'ondergrond' in de armen en benen, maar had na zijn pensioen echt rust nodig. Zoon Ruud, beambte, wil bezig blijven, heeft nu meer tijd voor populair-wetenschappelijke boeken, en voor fietsen en wandelen. Veel met Hanny, maar niet alles, zo heeft de cursusleider hem op het hart gedrukt. 'Als mijn vrouw elke dinsdag een vrouwenclubje zou hebben, moet ik daar niet bij gaan zitten. Niet alles samen doen, daar wordt voor gewaarschuwd.'

Hoewel alles geld kost, vooral de reis naar Australië in september en ook de dagjes winkelen in Gent of Aken, voorziet Klooster geen financiële problemen. 'Voorlopig hou ik netto 93 procent van mijn laatste loon, de hypotheek loopt op z'n eind, en de kinderen zijn het huis uit.' Het liefst koopt hij een motor, 'maar dat ziet Hanny niet zo zitten'.

Klooster 'gaat zich niet zitten voorbereiden op het bejaardentehuis'. Tijd tekort, dat is meer het probleem, benadrukt hij. 'Het mooiste is dat je niets meer móet. Om half acht op hoeft niet meer. Het is een heel lange vakantie. Misschien moet ik het nog beseffen, maar nu heb ik het druk. Ik zit nu in de klusjesfase. Vorige week heb ik het dak gedaan, ik moet de zolder nog opruimen, en de oprit ligt scheef. Ik denk dat ik daar nog wel een half jaar mee bezig ben.'

Eric van den Berg

Dit is de eerste aflevering van een serie.

Meer over