Het moet nu gaan over natuurschrijver Koos van Zomeren

Aflevering 92: er is geen ontkomen meer aan, het moet nu gaan over Koos van Zomeren.

null Beeld Foto Studio V, met dank aan Reisboekhandel Pied à Terre, Amsterdam
Beeld Foto Studio V, met dank aan Reisboekhandel Pied à Terre, Amsterdam

Ik had Koos van Zomeren pas voor later bedacht. Zijn laatste boek, Alle vogels, verplaatst zich al maanden als een zwaar, nog ongelezen verwijt door mijn huis, van stapel naar stapel, van kastje naar schouw naar tafeltje. Het kwam uit in mei, net toen ik aan mijn tocht begon. Ik kon Koos er even niet bij hebben. Niet omdat Koos lastig is, of saai, integendeel juist. Ik was bang dat de moed me in de schoenen zou zinken, dat ik verlamd zou raken, of anders wel te veel beïnvloed.

Van Zomeren verdiende een speciale behandeling, op een gepast moment. In de buurt van Arnhem bijvoorbeeld, waar hij woont, maar toevallig ook in Groningen, waar ik me hardop wilde gaan afvragen hoe Van Zomeren eigenlijk over kerkuilen en velduilen had geschreven.

Caspar loopt

Caspar Janssen loopt een jaar lang door Nederland en brengt al doende het landschap in kaart, en daarmee de planten, dieren, mensen en kwesties van het Nederlandse land.

Maar dit weekend veranderde Koos zelf de zaak. Hij krijgt de allereerste Jan Wolkers Oeuvreprijs omdat hij, aldus de jury, 'in zijn eentje het Nederlandse natuurschrijven naar een nieuwe dimensie heeft getild'. Dat is zo terecht dat het bijna goedkoop is om op te schrijven. Van Zomeren verdient wat mij betreft ook de P.C. Hooft-prijs, want hij is meer dan natuurschrijver alleen.

In een vraaggesprek met Bart Jungmann in de Volkskrant bevestigt Van Zomeren, ondanks de erkenning, met verve zijn status als buitenbeentje in de literatuur. Verongelijktheid is een rode draad in zijn werk. Hij speelt met het thema, maar het is de vraag of de verongelijktheid zelf gespeeld is. Ik sla Een jaar in scherven erop na, in 1988 mijn kennismaking met de taal van Van Zomeren. Al op pagina vier van het dagboek tekent hij op dat het hem steekt 'dat mijn werk wordt genegeerd' in een polemiek over de behandeling van plant en dier in de literatuur. Een pagina verder heeft hij al 'wraakfantasieën'. En zo gaat het door. Schaamteloos eerlijk over miskenning en daardoor ook vermakelijk. Nu, dertig jaar later en net gelauwerd, vraagt Van Zomeren zich af of mensen als ik zich wel realiseren dat het pad voor een dagelijkse natuurcolumn door hem is geëffend.

Zeker Koos. Ik had het alleen graag zelf nog eens opgeschreven.

Koos van Zomeren. Beeld Lona Aalders
Koos van Zomeren.Beeld Lona Aalders
Meer over