Analyse

Het mirakel van de zachte campagne: komt het door het virus of door de vrouwen?

Lijsttrekkers Lilianne Ploumen (PvdA) en Sigrid Kaag (D66) met elkaar in debat tijdens de eerste uitzending van Pauws verkiezingsdebatten.  Beeld ANP
Lijsttrekkers Lilianne Ploumen (PvdA) en Sigrid Kaag (D66) met elkaar in debat tijdens de eerste uitzending van Pauws verkiezingsdebatten.Beeld ANP

Het gebruikelijke hanengevecht tussen Mark Rutte en Geert Wilders viel donderdag opeens op, juist omdat de toon in de campagne tot nu toe zoveel rustiger was. Wat is er in onze politici geslopen?

Er ligt een zekere zachtheid over deze campagne. Een zekere hoffelijkheid ook. Alsof het afgesproken is dit keer niet onder de gordel te stoten en de man/vrouw zelf te attaqueren, maar juist dicht bij de inhoud te blijven.

Het sterkst zag je dat in het tv-debat tussen Sigrid Kaag (D66) en Lilianne Ploumen (PvdA), dat van een wederzijdse beleefdheid was die zelden wordt vertoond. Er werd gelachen, complimenten gingen over en weer, men liet elkaar uitspreken. Alsof er zomaar ineens iets van nieuwe politiek was ontstaan. Snibbig waren de lijsttrekkers alleen tegen gespreksleider Jeroen Pauw, die vroeg of het toeval was dat hier twee vrouwen stonden. ‘Interessant dat je denkt dat het toeval zou zijn’, kaatste Kaag terug.

Het Pauw-debat van Lilian Marijnissen (SP) met Gert-Jan Segers (CU) had een vergelijkbare opgewekte en constructieve toon. Ook hier gaven de lijsttrekkers elkaar de ruimte de verschillen zichtbaar te maken. Voor het debat tussen Jesse Klaver (GroenLinks) en Wopke Hoekstra (CDA) gold dat in mindere mate. Geert Wilders (PVV) – Mark Rutte (VVD) was donderdagavond dan weer een reis terug in de tijd, naar toen het nog normaal was elkaar grijnzend over de rand te duwen. Rutte liet zien hoe dat werkt door Dion Graus als minister van deïslamisering te opperen.

In het gesprek dat Kaag en Rutte met elkaar hadden bij Jinek zat die omzichtigheid juist weer wel. Rutte leek een zekere schroom te hebben zijn opponent hard aan te pakken. Toen Kaag de leiderschapsvraag stelde, sloeg hij niet terug, maar begon zich omstandig te verdedigen met zijn optreden in Europa. Het was vermoedelijk voor het eerst dat hij meemaakte dat zijn kwaliteiten als leider in twijfel werden getrokken door een vrouw die van zichzelf vond dat ze het beter zou kunnen.

Nuffig

Kaag had minder schroom en trok ook hier de ‘vrouwenkaart’, zoals dat deze campagne is gaan heten. Toen Rutte zei dat je als politicus ‘niet een beetje nuffig uit de hoogte je gelijk moest halen’, viel ze over dat woord nuffig. Dat wordt doorgaans voor vrouwen gereserveerd, zei ze. Hier was ze te lichtgeraakt; nuffig is zo’n typisch Rutte-woordje, dat hij eerder gebruikte om het volgens hem niet coöperatieve gedrag van Wilders (2012) en Buma (2015) te typeren.

Van de partijen die nu al in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, hebben er vijf een vrouwelijke lijsttrekker. Wellicht heeft de toon van het debat daar iets mee te maken, is de verleidelijke gedachte. Met name Kaag en Ploumen staan scherp afgesteld op hun vrouw-zijn. Vandaar die interventies over ‘toeval’ en ‘nuffig’. Voor Esther Ouwehand (PvdD), Lilian Marijnissen en Liliane den Haan (50Plus) lijkt dat minder te spelen. De Partij voor de Dieren kent uitsluitend vrouwelijke lijsttrekkers, Marijnissen vertelde – onder verwijzing naar Agnes Kant – dat het bij de SP vanzelf spreekt dat een vrouw fractieleider kan zijn. Op Radio 1 zei ze donderdag dat ze klaar is met die nadruk op het geslacht van de aanvoerders: ‘Het is een ideeënstrijd, geen strijd tussen de seksen.’

Andere factoren kunnen bijdragen aan de tot dusver milde toon. Om te beginnen doen een paar erkende scherpslijpers niet mee. Sybrand Buma (CDA), Alexander Pechtold (D66) en Lodewijk Asscher (PvdA) waren liefhebbers van een stevige woordenstrijd, met desnoods steken onder water. Dat ze er niet bij zijn, zal invloed hebben op de toonhoogte.

Pandemie

Dan is er het coronavirus, dat als gemeenschappelijke vijand het afgelopen jaar de politieke tegenstellingen verkleinde en een zekere eensgezindheid creëerde. De corona-aanpak wordt bovendien al tweewekelijks in Kamerdebatten behandeld. Omdat de pandemie ook goeddeels de campagne beheerst, sijpelt iets van die saamhorigheid daarin door.

Wat ook meespeelt, is dat meer partijen dan ooit serieus werk maken van hun ambitie te willen regeren. Bij het klassieke vijftal – VVD, CDA, PvdA, D66 en CU – voegen zich GroenLinks en de SP. Zelfs de Partij voor de Dieren heeft haar categorische oppositierol laten varen. Wie wil aanschuiven bij de formatie heeft er weinig baat bij op voorhand de gemoederen al te zeer te verhitten. Al zullen PVV en FvD daar anders over denken.

Drie van de lijsttrekkers – Kaag, Hoekstra, Ploumen – zijn als respectievelijk diplomaat, consultant en partijvoorzitter geschoold in het overbruggen van tegenstellingen. Een vierde – Klaver – belijdt al anderhalf jaar een afkeer van scorebordpolitiek. Niet toevallig dat het meest klassieke debat tot dusver dat tussen de zelfverklaarde politieke dieren Wilders en Rutte was.

Intussen loont het de moeite aandachtig naar Rutte te blijven luisteren. Zo had Defensieminister Ank Bijleveld geklaagd dat vrouwen door Rutte eerder worden onderbroken in de ministerraad. Rutte had zich die klacht aangetrokken, vertelde hij bij Jinek: hij laat sindsdien vrouwen vaker en langer aan het woord. Met als gevolg – hij zei het met een grijns – dat de ministerraden nu wel langer duurden. Leek het toch weer even alsof hij vond dat vrouwen te lang van stof zijn.

Alles over de verkiezingen

Op 17 maart kiezen we een nieuwe Tweede Kamer. Op deze pagina leest u onze lijsttrekkersinterviews, vindt u onze analyses van de partijprogramma’s en kunt u onze stemwijzer doen.

En in de politieke podcast Koorts word je in aanloop naar de verkiezingen iedere week bijgepraat door Sheila Sitalsing, Pieter Klok en Gijs Groenteman en de Haagse redactie van de Volkskrant.

Meer over