Het meisje dat geen opleiding nodig had

Hazar is een jonge Marokkaanse vrouw van achtendertig jaar...

Meer dan twintig jaar geleden kwam Hazar de man van haar leven tegen. Ze ontmoette hem in een café in Casablanca waar ze met een vriendin zat. Hazar voelde zich niet op haar gemak. Ze had het gevoel dat iemand haar aankeek.

Langzaam draaide ze zich om en zag twee tafeltjes verder een man in een lichtblauw maatpak. Nonchalant hield hij een sigaar tussen zijn vingers terwijl zijn donkere ogen Hazar bekeken. Snel draaide ze zich om. Ze voelde zich rood worden. De man dronk zijn kopje leeg en stond op. Zelfverzekerd liep hij naar haar tafeltje. Hij gaf haar zijn kaartje en liep zonder iets te zeggen weg. Hazar keek naar het kaartje. Hij heette Hamid en werkte als advocaat voor een bekend advocatenkantoor in Casablanca.

Toen Hazar haar zenuwen wat meer onder controle had, belde ze hem meteen de volgende dag op.

'Laten we wat gaan drinken', stelde hij voor.

Hazar genoot van zijn aanwezigheid. Hij was leuk, welbespraakt en erudiet. Ze vond zichzelf dom. Ze kende geen leuke anekdotes, wist niks af van politiek. Zelfs een hele zin kon ze niet zonder haperen uitspreken als hij haar aankeek. Hij vroeg haar op welk lycée ze zat. Even was ze stil.

'Ik zit niet op school.'

De man knikte en stak een sigaar op.

'Alleen mijn oudste broer studeert. Hij wordt ingenieur.'

'Ach, zo erg is het niet', zei hij en haalde zijn schouders op. 'Studie is niet weggelegd voor vrouwen. Laat dat maar over aan de mannen. Het huishouden is zwaar genoeg.'

Hazar keek hem verbolgen aan. Ze wilde wat zeggen, maar was bang dat hij boos zou worden en dat ze hem nooit meer zou zien.

Ze zagen elkaar vaker. Hij kocht jurken voor haar, nam haar mee uit eten, en als ze alleen waren, kuste hij haar. Op een dag gingen ze uit rijden in zijn Renault 12. Een luxe slee in haar ogen. Even buiten de stad stopte hij de wagen, nam haar in zijn armen en kuste haar. Hij duwde haar achterover en schoof zijn vingers in haar slipje. Ze stribbelde tegen.

'Als je me niet mijn zin geeft, ga ik weg en zie je me nooit meer terug', dreigde hij.

Hazar liet hem begaan. Het deed pijn toen hij bij haar binnen drong. Ze gilde. Hij legde zijn hand op haar mond en ging steeds sneller op en neer. Het leek een eeuwigheid te duren. Hazar huilde. Maar daar lette hij niet op.

Hij zette haar in de buurt van haar ouderlijk huis af en reed zonder verder een woord te zeggen weg. Dat zou de laatste keer zijn dat Hazar hem zag. Ze was ontmaagd. Een schande, maar de grootste schande kwam toen bleek dat ze zwanger was. Helemaal in paniek liep ze van huis weg. Ze was er zeker van dat haar vader haar zou vermoorden als hij erachter kwam. Een zoektocht werd op touw gezet. Het was haar vader die haar vond. Ze lag meer dood dan levend in een hutje in een drassig moerasgebied. Ze had een paar keer geprobeerd zelfmoord te plegen. De dood was beter dan de schande. Hazar had koorts en rilde.

Toen ze weer op krachten kwam, vertelde ze haar ouders over Hamid en over haar zwangerschap. Ze verwachtte een woede-uitbarsting. Ze verwachtte dat haar vader haar zou slaan. Maar het onverwachte gebeurde. Haar vader zat op de sofa en keek haar stil aan. Hij verborg zijn gezicht in zijn handen en begon te huilen. Hazar moest in huis blijven. Geen voet mocht ze buiten de deur zetten. Als iemand het te weten zou komen dan zou haar vader niet meer verder willen leven van schaamte. Het kind kwam. Een meisje, dat ze Kaotar noemde. Een maand later verliet Hazar het ouderlijk huis. Het was laat in de nacht. Het kind liet ze bij haar ouders achter.

Ze kwam terecht in Agadir waar ze als serveerster in een hotel ging werken. Ze hoopte een man te leren kennen. Geen Marokkaan, maar iemand die in Europa woonde. Ze vond hem. Hij was een weduwnaar van 65. Hij viel als een blok voor haar. Ze trouwden en hij nam haar mee naar Nederland. Daar zorgde hij ervoor dat ze Nederlandse les kreeg.

Hazar was achttien. Na een jaar hard werken en een succesvol afgelegde test begon ze met de havo. Woede dreef haar. Machteloze woede. Ze slaagde met zeer goede cijfers en deed daarna vwo. Haar man werd ziek. De dokter constateerde leukemie. Ze verzorgde hem zo goed ze kon. Toen ze met hem trouwde was ze niet verliefd geweest, maar nu hield ze van hem. Hij was er niet bij toen ze haar diploma kreeg. Twee dagen daarna stierf hij. Hazar was gebroken.

Ze bouwde een ondoordringbare muur om zich heen. In Nederland had ze niemand. In Marokko was haar dochtertje waar ze elke minuut van de dag aan dacht. Voor haar moest ze vechten. Hazar meldde zich aan bij de rechtenfaculteit van de universiteit in de stad waar ze woonde. Vierentwintig uur van de dag wijdde ze aan haar studie. Elke keer als ze niet meer kon, dacht ze aan Hamids woorden: 'Studie is niet weggelegd voor vrouwen. Het huishouden is zwaar genoeg.'

Vijf jaar later had ze haar bul en liep ze stage bij een gerenommeerd advocatenkantoor. In die tijd haalde ze haar dochter naar Nederland.

Hazar is nu een jonge Marokkaanse vrouw van achtendertig jaar.

Ze werkt als advocate bij het kantoor waar ze vroeger stage liep en woont, samen met Kaotar, in een luxe penthouse in het centrum van Amsterdam. Voor haar ouders heeft ze een mooi huis gekocht in een van de buitenwijken van Casablanca. Elke maand stuurt ze hen wat geld toe.

Tijdens een van haar vakanties in Marokko kwam ze Hamid tegen. Ze zag hem in hetzelfde café waar ze hem meer dan twintig jaar geleden voor het eerst ontmoette. Hij zat aan hetzelfde tafeltje, rookte eenzelfde sigaar, dronk zijn koffie en keek glazig voor zich uit. Met opgeheven hoofd liep ze naar hem toe. Hamid keek op.

Lang en indringend bekeek ze hem. 'Herken je me niet, Hamid?'

Onverschillig haalde hij zijn schouders op.

'Ik ben Hazar, weet je nog. Het meisje dat geen opleiding nodig had. Eigenlijk ben ik je zeer dankbaar voor wat je toen zei. Dankzij jouw opmerking gaat het me beter dan ik ooit had kunnen dromen.'

Ze draaide zich om en liep het café uit. Hamid zag haar in een Mercedes stappen en wegrijden.

Naima El Bezaz (1974) won de Jenny Smelik IBBY prijs met haar debuut De weg naar het noorden (Contact, 1996). Zij werkt aan haar tweede roman.

Meer over