Het meest waardevolle 'product' van de universiteit laat zich niet meten

Radicale denker David Graeber (l) Beeld Thomas Altfather Good
Radicale denker David Graeber (l)Beeld Thomas Altfather Good

 

Docenten, onderzoekers, de minister, het college van bestuur, ze zijn het eigenlijk allemaal eens met de Maagdenhuisbezetters. Emile Roemer en Bram van Ojik kwamen langs en zaterdag vereerde zelfs David Graeber, volgens de Groene Amsterdammer de 'belangrijkste radicale denker van dit moment' en initiatiefnemer van de wereldwijde 'Occupy'-beweging, hen met een bezoek. Niet voor de eerste keer vindt de maatschappelijke onderstroom zijn weg naar boven via het Amsterdamse Spui.

Zoals het een goede onderstroom betaamt, laat ook deze zich niet eenvoudig in woorden vatten. Het meest gebezigde woord, 'rendementsdenken', heeft nog geen plek in de Dikke van Dale. 'Rendement' heeft dat wel, dat staat voor 'opbrengst of winst' en 'nuttig effect van iets'. Denken aan nuttige dingen, daar valt wat voor te zeggen. Zeker bij het besturen van grote publieke instellingen. Niemand is immers voor het verspillen van belastinggeld. Rendements-denken helpt schaarse euro's hun meest passende bestemming te vinden.

De moeilijkheid is dat 'de opbrengst' of 'het nut' zich niet altijd eenvoudig laat definiëren, laat staan meten. Een nuance waaraan het nieuwe denken over de ordening van publieke sectoren vanaf de jaren tachtig, het op het bedrijfsleven geïnspireerde New Public Management, in al zijn daadkracht voorbijging.

Kritiek op dit bedrijfsmatig denken in de publieke sector is niet nieuw. Sommige linkse partijen zijn deze ook gedurende de paarse hoogtijdagen trouw blijven bezigen. Zijn verzet tegen de managerskaste was een belangrijke pijler onder de populariteit van Pim Fortuyn. Een kaste die veel tijd en geld kost. Tijd en geld die de zorgverlener, politieman of docent vervolgens niet kan besteden aan de patiënt, boef of student.

Maar het rendementsdenken slaat diepere wonden. Publieke functies zijn vaak een roeping, getuige de lage salarissen waarmee genoegen wordt genomen. Met wantrouwen bejegend worden door minder deskundige maar beter betaalde managers vreet dan aan de motivatie.

In deze krant stonden treffende voorbeelden uit de zorg. Huisartsen die het land ontvluchten, psychiaters die alleen nog buiten de verzekering om betaald willen worden. De thuiszorgmedewerker, veelal een van de belangrijkste sociale contacten van een oudere, gereduceerd tot een optelsom van minuten toilet schrobben, steunkousen aantrekken en gordijnen opentrekken.

Ook het meest waardevolle 'product' van de universiteit laat zich niet meten. Onderzoek moet juist dat opleveren wat nog niemand kent. Het hoger onderwijs studenten die de vernieuwing van de samenleving vorm kunnen geven. Naast toetsbare kennis van het bestaande vereist dat bij studenten vooral een nieuwsgierige en gedreven houding. Of dat vuur is ontstoken, zal pas jaren later blijken.

Ga je dan toch op het rendement sturen, dan gaat het geld niet naar het vernieuwendste onderzoek of de inspirerendste docenten, maar naar diegenen die precies leveren wat je meet. Maar ook niet meer dan dat, en dus niet waar het eigenlijk om gaat. Je krijgt onderzoek waarvan van tevoren bekend is dat er net genoeg uit zal komen voor een publicatie, studenten die keurig rijtjes weten op te dreunen.

Daarmee neemt de opbrengst, het nut, ja, het rendement van onderwijs en onderzoek juist af. Dat is de rendementsparadox in veel publieke sectoren: hoe meer je ermee bezig bent, hoe verder het uit het zicht raakt.

Wat dan wel? Benut de motivatie en kennis van de mensen die gekozen hebben voor een publieke taak. Maak bij universiteiten de vakgroep belangrijker. Geef ze de tijd om met elkaar in gesprek te gaan over de kwaliteit van onderwijs en onderzoek, meer zeggenschap over de middelen.

Verdeel desnoods minder middelen in een landelijke concurrentie, maar bij voorkeur: zorg voor meer middelen. Want hoe hard iedereen ook roept dat Nederland een innovatief kennisland moet worden, de Nederlandse onderwijs- en onderzoeksuitgaven blijven al jaren achter bij die van de echte toplanden. Ook D66 zal moeten kiezen: onderwijspartij zijn of bezuinigen.

En zo komt de ware schuldige van het rendementsdenken in het vizier. Want hoewel het UvA-college een dankbaar mikpunt vormt, heeft het uiteindelijk ook maar te dansen op de muziek van de Haagse bekostigingssystematiek. Pas als Den Haag inziet dat het huidige stelsel van gestold wantrouwen het rendement juist verlaagt, kunnen we ontdekken dat het geven van vertrouwen aan professionals op dit moment de best renderende investering is.

Meer over