ReportageHet Mauritshuis

Het Mauritshuis in Den Haag laat een vollediger beeld van Johan Maurits zien

Een bijkomend voordeel van deze themapresentatie is dat werken die voorheen een onopgemerkt bestaan leden, nu de volle aandacht krijgen.

Het Mauritshuis in Den Haag.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De graaf is verplaatst. Wie in het Mauritshuis op zoek gaat naar het aardewerken beeldje van Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), vindt het niet langer in het kleine kabinet op de bovenste etage, maar een verdieping lager, in de zuid-oostelijke hoek, in de prominentere zaal 8. De verhuizing maakt deel uit van een nieuwe, aan Johan Maurits’ persoon en leven gewijde presentatie: elf eerder door het gebouw verspreide werken plus nieuwe tekstbordjes en een bijdrage op de audiotour. Men wil ons een andere, vollediger Johan geven: Johan Maurits de verlichte bestuurder is hier tegelijk Johan Maurits de gehaaide slavendrijver. Het zaaltje dient ter introductie, zodat bezoekers direct weten aan wat voor persoon het gebouw zijn naam dankt.

Om die naamgever was de afgelopen jaren nogal wat te doen. Of eigenlijk was het vooral zijn kunststof borstbeeld dat de tongen losmaakte. In september 2017 was die buste door het museum geruisloos verwijderd uit de foyer, wat in rechtse en rechts-populistische kringen werd getypeerd als ‘beeldenstorm’. Echter, de verwijdering bleek deel uit te maken van een intern debat over de naamgever van het museum, uitmondend in de tentoonstelling Bewogen beeld (voorjaar 2019). Daarvoor werd een diverse groep gastsprekers (antropologen, opiniemakers et cetera) aangemoedigd om vanuit de eigen expertise hun kijk te geven op het koloniale verleden van het Mauritshuis. Een van de vruchten van dat project was een kritischere blik op de naamgever en zijn bezigheden.

Zo’n kritische blik was welkom: tot voor kort werd er over Johan Maurits namelijk vooral gesproken in hagiografische termen. Dat hij zo’n kundig legeraanvoerder was, kon je dan lezen; dat hij als gouverneur in Brazilië (1636-44) zo lekker uit de verf was gekomen; dat hij zo tolerant was naar joden en katholieken, en zo ruimhartig in het begunstigen van kunstenaars en wetenschappers; dat het, kortom, gewoon een fijne vent was, die Johan Maurits, en wie dan nog steeds twijfelde moest het maar aan de Brazilianen vragen, want die waren gek op Mauricio, ze hadden zelfs een bronzen borstbeeld ter ere van hem geplaatst in de haven van Recife, dus wat nou?

Dat was niet per se allemaal onwaar, maar wel onvolledig.

Door een 21ste-eeuwse bril gezien had Johan Maurits wel degelijk vuile handen. Op zijn instigatie werden het eiland São Tome en de kust van Angola veroverd op de Portugezen opdat de toevoer van slaven naar de kolonie kon worden gegarandeerd. Onder zijn bewind werden duizenden mensen tegen hun wil overzees gevoerd.

Jan Mijtens, ‘Portret van Maria van Oranje, met Hendrik van Nassau-Zuylestein (overleden in 1673) en een bediende’, circa 1665.Beeld Jan Mijtens / Mauritshuis

Johan Maurits’ aandeel in de slavenhandel, onthulden Erik Odegard, historicus aan de Universiteit Leiden en Carolina Monteiro, promovendus aan diezelfde universiteit, recentelijk in het vakblad Early American History, was bepalender dan tot op heden werd aangenomen. Johan Maurits schroefde de toevoer van slaven niet alleen op: hij verrijkte zichzelf er ook mee. De handel in slaven bekostigde zijn dure levensstijl. Het bronnenmateriaal liegt er niet om: bij een slavenlevering vanuit Luanda kocht hij 60 slaven met het oog op doorverkoop.

Op een ander moment liet hij 55 slaven, buiten de boeken meegenomen door het schip Princesse, afleveren op zijn stadspaleis Vrijburg in Recife. Op weer een ander moment verkocht Johan Maurits voor eigen rekening de slaven die hij als diplomatieke ‘gift’ had gekregen van de koning van Congo. Hij verdiende daarmee een bedrag van 70 duizend gulden, driemaal zijn jaarsalaris bij de WIC.

In de kunst in zaal 8 van het Mauritshuis zoekt men tevergeefs naar deze kant van Johan Maurits. Een staatsieportret van de 65-jarige stadhouder, poserend voor zijn Kleefse landgoed; een portret van de Britse Maria Stuart, gekleed in een verenmantel al dan niet door Johan Maurits voor haar meegenomen uit Brazilië en een dubbelportret van Constantijn Huygens en Suzanna van Baerle, Johan Maurits’ buren aan het Plein in Den Haag. Hier zien we de graaf en zijn kringen toch weer op hun voornaamst.

Het is onvermijdelijk. Objecten die die andere Johan Maurits tonen zijn schaars, en de werken die er zijn, zoals de tekening van Zacharias Wagener (naar Eckhout) van een gebrandmerkte vrouw uit het Kupferstich-Kabinett in Dresden, zijn niet in het bezit van het museum. Hier wreekt het zich dat de fraaiste kunstobjecten doorgaans werden gemaakt voor en door de heersende klasse: men kan geen schilderijen tonen van het leed waarop Johan Maurits zijn imperium bouwde, omdat ze er simpelweg amper zijn.

Het Mauritshuis probeert dit te ondervangen met aanvullende informatie. Bij een landschap van Frans Post lezen we dat het hier gaat om een ‘rooskleurig’ beeld, dat ‘geen recht doet aan de harde realiteit in het wingewest’, en bij een kinderportret van Govert Flinck wijst men op het kleine stukje suiker op de kinderstoel: dat zou het in voorspoed opgroeiende kind verbinden met de ‘harde werkelijkheid van de suikerrietplantages’. Het voelt soms een beetje off topic, maar met een goede reden: welbeschouwd is dit de enige manier om dat andere verhaal te vertellen. Het zit ook niets in de weg. En het is sowieso beter dan van die educatieve iPads tussen de schilderijen.

Bijkomend voordeel van deze themapresentatie is dat werken die voorheen een onopgemerkt bestaan leden, nu de volle aandacht krijgen. Het schilderij van Jan Mijtens bijvoorbeeld, een fraai geschilderd portret van een Oranje prinses, geflankeerd door haar neefje, Hendrik van Nassau-Zuylestein, een paard en een zwarte bediende, duidelijk naar het leven geschilderd, maar zonder naam of biografie. Een van de ambities van het onderzoeksproject (zie informatiekader) is om de verhalen van zwarte mensen in de Republiek in kaart te brengen. Benieuwd of men de naam van deze jongen boven water krijgt.

Onderzoeksproject
Vorig jaar begon het Mauritshuis Revisiting Dutch Brazil and Johan Maurits, een ‘innovatief historisch (archief)onderzoek’ naar de bestuursperiode van Johan Maurits als gouverneur in Brazilië, onder leiding van Erik Odegard en Carolina Monteiro. Tegelijk met de opening van de nieuwe Johan Maurits-presentatie werden de vier nieuwe fellows van dat project gepresenteerd, te weten: Mark Ponte, Irene Maria Vicente Martín, André Luís Ferreira en Miguel Geraldes Rodrigues.                  

Meer over