Het Londen van Maurice Wijnen

Theatermaker Maurice Wijnen (42) gaat voor Joop van den Ende's Stage Entertainment vaak naar Londen om musicalproducties te bekijken. Hij was jurylid bij Popstars.

ERIC VAN DEN BERG

Waar zit u het liefst in Londen?

West End, de uitgaanswijk van de stad. Ik kom er al zo lang. Het is als hobby begonnen. De eerste keer was in 1994, in de tijd dat ik nog achter de volgspot zat bij The Phantom of the Opera en mijn geld opzij zette voor een reisje naar Londen. Dan vloog ik erheen, stond ik 's morgens om 9 uur in de rij voor de half price ticket booth op Leicester Square. Mijn eerste musical was Crazy for You, met muziek van Gershwin. Ik had het er voor over, ook al had ik drie maanden daarna niets meer te eten.

Wat is die magie toch van West End? Heel anders dan Broadway?

Londen is eleganter. In New York komt het voor dat mensen letterlijk met de boodschappentas op schoot in het theater zitten. Daar zien ze het niet als een avondje uit. In Londen wel. Daar is de sfeer ook veel theatraler, met die rijk gedecoreerde theaters, van die bonbonnières.

De ambiance bepaalt ook de kwaliteit.

Ik kom echt uit de Joop van den Ende-school. Die zegt ook altijd: een mooi theater voegt echt iets toe aan de ervaring. Je hebt het Palace Theater, zo'n klassiek rond theater waar nu Singin' in the Rain staat, of het Prince Edward Theatre, met al die art deco. Probleem is dat de grote populaire producties daar heel lang staan. Jersey Boys draait nu al jaren in het Prince Edward, en daarvoor was het Mamma Mia!, die nu alweer een hele tijd in het Prince of Wales staat. Ik kom in die hele mooie theaters dus niet zo vaak, want die producties heb ik al genoeg gezien.

En het publiek?

Het is heerlijk om in de pauze naar buiten te gaan. In Londen raak je snel aan de praat met andere toeschouwers. Het is echt ongelooflijk: hier zeggen mensen wel eens dat ik een wandelende musicalencyclopedie ben, maar negen van de tien toeschouwers in Londen weten net zo veel van theater. Ze kunnen voor de vuist weg een mening geven met een enorme dramaturgische onderbouwing. Ik wil altijd graag weten hoe anderen een voorstelling beleven. In de pauze van Billy Elliot, echt mijn allerfavorietste productie, heb ik nooit zoveel mannen met tranen gezien.

Na de show een leuke bar in om het allemaal te verwerken?

Ik ga tegenwoordig niet veel meer uit. Ik zie een paar musicals, en daarna heb ik het wel gehad, dan ga ik naar mijn hotel, liefst het Radisson Blu Edwardian in Mercer Street. Ik hou van de sfeer van Covent Garden: je zit midden in een metropool en toch voelt het daar een beetje dorps, met leuke boetiekjes en restaurantjes. Het heeft bijna iets mediterraans.

U heeft ongetwijfeld uw vaste adresjes.

Als ik snel even iets goeds wil: Jamie's Italian, in St. Martins Lane. Van Jamie Oliver. Leuk, nieuw, fris. Voor iets luxers en traditionelers Engels: Wolseley. Echt zo'n grand café-restaurant.

Komt u West End nog wel uit?

Billy Elliot staat niet in West End, maar in het Victoria Palace Theatre bij Victoria Station. Je zou ook eens kunnen kijken in de Menier Chocolate Factory, aan de andere kant van de Theems. Dat is een heel klein theater, met kleinschalige producties. Het gebeurt regelmatig dat producties hier klein beginnen maar dan later verhuizen naar een groter theater in West End. La Cage aux Folles, Little Night Music. Aspects of Love, de musical van Andrew Lloyd Webber die wij in het najaar gaan doen, heeft hier ook een tijdje als chamber musical gestaan. Je kunt daar soms echt nog wel mooie dingen ontdekken.

undefined

Meer over