'Het leven verzadigt, net als goed eten'

Oud-psychiater Frank van Ree (75) werkte veertig jaar als psycho therapeut en was directeur van een psychiatrische inrichting. De oude dag heeft hem rust gebracht, ook wat de seks betreft....

'Ik ben opgegroeid in een mannencultuur van toffe jongens onder mekaar, waar in met weinig respect over vrouwen werd gesproken. Wie het hoogst tegen de schutting kon plassen, was de held. Mijn vader was het prototype van een machoman, hij zou nooit een vinger uitsteken in de huishouding, en mijn moeder was een zorgzame, slovende vrouw. Die twee hadden moord en doodslag met elkaar. Ik was altijd een moederskindje, maar als enige zoon zou ik mijn vader, die chirurg was, moeten opvolgen in de geneeskunde. Ik was zijn kroonprins. Dat betekende op zeker moment dat ik voor mijn gevoel op hem moest gaan lijken; terwijl ik zag hoe mijn moeder eronder leed dat mijn vader denigrerend over haar sprak, moest ik de stoere jongen gaan uithangen.

Toen ik naar de universiteit ging in 1946 heerste er een ruige, losgeslagen sfeer in de Amsterdamse studentenwereld. Zelf voelde ik me ook verward. Door de oorlog, die begonnen was op mijn 14de, had ik nauwelijks contact gehad met leeftijdgenoten in een fase waarin je normaal je eerste verkenningen op liefdesgebied meemaakt. Ik had behoefte aan seks, maar geen ervaring, en zo moet het voor heel veel jonge mannen in die tijd zijn geweest. Maar toen ik bij het studentencorps een keer vertelde dat ik naar de hoeren was geweest, reageerden een paar ouderejaars zeer misprijzend. Wat moest ik met die rothoeren? Kon ik soms geen gewoon meisje krijgen? Ik vond het erg hypocriet: om erbij te horen moest je schuine moppen tappen, maar tegelijk moest je je stand van "nette jongen" ophouden.

Het heeft me jaren gekost om afstand te kunnen nemen van het ouderwetse denkmodel van de vrouw als louter lustobject, ls dat al gelukt is, want ik vertrouw mezelf niet eens helemaal wat dat betreft. Tegenwoordig is er op televisie veel seks te zien, pornografische films waarin vrouwen zich behoorlijk provocatief gedragen. Toen dat begon, vroeg ik me af: waar blijven de feministen, nu er meisjes zo te koop lopen?, maar vrouwen zeiden tegen mij: "Dat zie jij verkeerd. Het is geen slaafs, prostitutie-achtig gedrag van die vrouwen, ze tonen juist hun seksuele power." Aan die mogelijkheid had ik totaal niet gedacht.

Ik heb intens genoten van de provotijd, ik vond het fantastisch allemaal, de feministische beweging, het Witte Wijvenplan, maar en daar zit de venijnigheid het verstandelijk inzicht dat het anders zou moeten zijn, betekent niet dat je het ook zo voelt. In het algemeen gesproken was de seksuele revolutie vooral iets ideologisch, in de praktijk veranderde er weinig. Dat heb ik later in de psychiatrie gezien, bij de patiënten zaten al die oude patronen er nog, zoals ik zelf net zo goed bleef vastzitten aan die vroegere cultuur, ook in de uitoefening van mijn vak.

Toen ik begon als psychotherapeut kreeg ik veel vrouwen met huwelijksproblemen. Hun mannen probeerden hen te dwingen tot bepaalde seksuele handelingen, of ze moesten allerlei lingerie kopen. Ik begreep, ook met het voorbeeld van mijn vader en moeder voor ogen, dat die vrouwen in de knel zaten. Maar mijn idee was dat die vrouwen als zwak ste partij het toch niet zouden kunnen winnen, en daarom adviseerde ik hun meestal om hun man maar gewoon zijn zin te geven. Zelf had ik het idee dat ik partij koos voor die vrouw door te zeggen: "Ach kan jou het schelen, koop toch gewoon zo'n zwart kanten behaatje."

De laatste twintig jaar ben ik geen macho meer, dat durf ik wel te zeggen. Het was een geleidelijk veranderingsproces, maar er zijn twee markeringspunten aan te wijzen, het één geestelijk en het ander fysiek. Door de omstandigheden in mijn jeugd oorlog thuis en oorlog buiten en het verlangen net zo stoer en flink te zijn als mijn vader, had ik een ziekelijke neiging tot fabuleren ontwikkeld. Niemand behalve mijn vrouw wist dat de verhalen die ik altijd vertelde over mijn prestaties als bergbeklimmer en lid van het verzet, verzonnen waren. Het schuldgevoel en de hekel aan mezelf werden steeds groter, en op een avond in 1982 heb ik vrienden en familie opgebiecht dat ik helemaal geen held was. Na deze biecht werd ik bijna acuut veel rustiger. Op mijn 55ste voelde ik me opeens geestelijk volwassen.

Het fysieke omslagpunt kwam in 2000, toen ik een hartinfarct kreeg. Tot dat moment deed ik aan lange-afstandswandelen 200 kilometer non-stop lopen in veertig uur nu maak ik twee keer per dag een ommetje. Ik werkte zeventig tot tachtig uur in de week, nu hoogstens dertig. Maar de grote winst van de ouderdom is dat er een soort rust over je komt.

Ik zie het ook bij de mensen in deze serviceflat: hoewel er regelmatig bewoners sterven, zijn de meesten heel kalm onder hun eigen kwalen. Oude mensen zijn bijna nooit doodsangstig. Het leven verzadigt, net als goed eten. Er is dus duidelijk een compensatie voor het verlies aan lichaams kracht. Dat ik veel meer tijd heb om boeken te schrijven over mijn ervaringen in de psychiatrie, en voor het eerst in staat ben om op een bijna contemplatieve manier naar het vak te kijken, hoort daar ook bij.

Ook op seksueel gebied neemt de vitaliteit af. Dat wil niet zeggen dat de seks helemaal verdwijnt en dat je daar geen interesse meer in hebt, zeker niet, maar je potentie wordt minder en je hebt ook veel minder behoefte aan orgastisch samenzijn. Dat gaat geleidelijk, maar op een gegeven moment besef je dat je hele seksuele gedrag rustiger is geworden. Ik heb tijden gehad dat ik bij het zien van een mooi meisje een droge keel kreeg en haast niet meer kon slikken, dat komt niet meer voor.

Er tegenover staat dat je, en dan heb ik het speciaal over het huwelijksleven, een toename ervaart van tederheid. Je geniet veel meer van het feit dat je gewoon bij elkaar bent. Mijn vrouw en ik zijn veel gelukkiger dan we ooit geweest zijn en ik ben de laatste jaren erg verliefd op haar. Het is dus niet zo dat het leven saai wordt na je 60ste, 70ste, alleen leef je niet meer in primaire kleuren, zoals wanneer je jong bent. Je leeft in violet en purper, maar dat zijn verdomd mooie tinten.

Een aantal mannen in mijn kennissenkring is hardnekkig bezig met viagra en andere middelen om de erectie op te voeren. Daar begrijp ik niets van. Ik denk dat zij zich op een verschrikkelijke manier vergissen en gewoon de rust niet kunnen vinden om te zien wat ze wel hebben, wat er voor het verlies dat de ouderdom met zich meebrengt, in de plaats komt.

Als je dan je machogedrag voor een groot deel kwijt denkt te zijn en op een veel prettiger manier met je vrouw en met vrouwen in het algemeen omgaat, heb je de neiging, zeker als psychiater, om jezelf op de borst te kloppen en te denken: goed hoor, dat ik dat allemaal geleerd heb en dat ik zo wijs geworden ben. Maar het kan natuurlijk zijn dat het komt omdat de hormonen op een wat lager pitje branden, dat ik dus gewoon een oude sufferd geworden ben. Ik hou het er maar op dat het een combinatie van die twee dingen is.'

Meer over