Het leven onder ogen zien

De Alfa en Omega van de Groningse geest, betrapt op een foto van grootvader en kleinzoon. Het jongetje is NANNE TEPPER, nu uitgegroeid tot schrijver van onder meer de roman 'De eeuwige jachtvelden'....

ACH, had ik maar een onbetrouwbaar geheugen. Dan had ik onder deze foto bijvoorbeeld kunnen schrijven: 'Op weg naar de troon.' Als oudste kleinkind aan de hand van mijn grootvader op weg naar de zetel die de familie voor mij in gedachten had. Maar eerlijk is eerlijk: de foto spreekt boekdelen die overeenkomen met mijn herinneringen. De mengeling van argwaan, walging en arrogantie die ik als dreumes al op mijn gelaat droeg weerspiegelt mijn gemoed, een gemoed dat ik in de wieg gewaarwerd en stante pede als ideale metgezel verwelkomde.

Mijn grootvader, liefhebber van het leven, ondanks alle gruwelen die hem door de Voorzienigheid werden gepresenteerd, gaf me de vrijheid om zo onbehouwen te kijken tijdens een wandeling als deze: aan zijn hand viel niets te vrezen. Zelfs God - die ik kende van de zondagsschool, waar ik wel eens kwam omdat mijn ouders, ondanks hun agnostische inborst, mij geen enkel perspectief wilden onthouden - zou immers een straatje omlopen als mijn grootvader in aantocht was, al was het maar om tijdens de onontkoombare maar luchtige discussie niet van Zijn geloof te vallen.

Deze foto presenteert de twee uitersten van de familiehouding zoals ik die ken: de lach die minzaam zegt 'Kom maar op' en de verstoorde blik die zegt 'Sodemieter op'. Universele gelaatsuitdrukkingen, natuurlijk, maar onder Groningers de Alfa en Omega van de geest. Mijn grootvader leeft nog en ziet het bestaan, ondanks nieuwe gruwelen, nog altijd opgeruimd onder ogen: 'Het is niet anders.' En ik kijk nog altijd om mij heen met die mengeling van argwaan, walging en arrogantie. Al heb ik er wel een trekje bij: een minzame grijns.

Opvoeding wil wel helpen, wou ik maar zeggen. Wie lang genoeg in de verkwikkende schaduw leeft van een man die grijnzen kan, leert uiteindelijk zelf te grijnzen, al is het dan om andere redenen en details. Als wij tijdens de thee (waar we beiden niet van houden) getweeën het fenomeen 'het leven' bespreken, zijn we het altijd over één ding eens: 'Er is veel leed.' Maar hoe hierover te klagen is een andere kwestie. Daarover valt te discussiëren tot de dood erop volgt. Hoe wij dat doen verzwijg ik hier. Familiegeheimen zijn mij heilig.

Deze foto is voor mij het bewijs dat de macht van de genen, waarover zoveel te doen is, verwaarloosbaar is vergeleken bij de macht van de opvoeding. Een houding kan men niet erven van zijn voorvaderen, maar als de één opvoeden wil, en de ander opgevoed wil worden, zorgt wilskracht voor het uitwisselen van perspectieven en het verrijken van de geest. Ongetwijfeld heb ik mijn geheugen aan de genen van mijn grootvader te danken. Maar wat is het geheugen meer dan een hersenspier? Die grijns die ik mij eigen maakte in de loop van mijn leven heb ik te danken aan een dialoog tussen de twee grootste praatjesmakers van de familie, hier op deze foto al verenigd in de enige strijd die de mens waardig voeren kan: 'Het leven onder ogen zien.'

Deze foto verdient dan ook het onderschrift: 'Op weg naar de grijns.'

Meer over