Het lelijke jonge eendje

Een roman voor volwassenen, vol Russische mijmerkracht, ombouwen tot een voorstelling voor kinderen; dat is een gewaagde zet. Het Filiaal vertrekt vanuit Gontsjarovs Oblomov en belandt in het fenomeen `tijd`....

Met de voorstelling reist een bed mee, dat in foyers wordtneergezet en waar kinderen even op kunnen liggen. Er klinkengeluidjes in en er is van alles aan te ontdekken. Dat bedverbeeldt op een aardige manier de grondgedachte van devoorstelling: als je ligt, kijk je anders tegen het leven aan.Dan duiken andere inzichten en beelden op.

Het Filiaal brengt in een versie van schrijver BennyLindenlauf Oblomov als een solo van Gábor Tarján, bijgestaandoor de technicus op toneel die zo af en toe ook als de befaamdeknecht Zachar door de kamer sloft.

Oblomov ligt op een sofa op een houten vloertje in het middenvan het beeld met daar omheen een grote hoeveelheid curiosa. Oplinks een merkwaardig apparaat van waaruit steeds een nieuwelading post de kamer in vliegt. Die poststroom verbeeldt devoortjagende buitenwereld en bezorgt regelmatig reclame vooronwaarschijnlijke aanbiedingen en kansspelen. Ook roept detechnicus op onverwachte momenten een variatienummer af en danspoedt de acteur zich naar rechts opzij om daar achter op eendrumstel te spelen in gejaagde jazzy muziekfragmenten.

De voorstelling is alles behalve makkelijke kost. Acteur enkijker moeten veel schakelen tussen onverwachte wendingen,muziekfragmenten, vertragingen en beelden die op poëtische wijzede stemmingen van Oblomov schragen. De milde humor, in dezeeerste voorstelling nog niet helemaal goed afgesteld, brengtalles samen. Die maakt dat je compassie krijgt voor deze man dievolslagen hulpeloos zijn leven aanschouwt maar tegelijk daarmeenogal wat zegt over de waanzin van wat wij voor een geordend engeolied bestaan houden.

In het tweehonderdste geboortejaar van Hans ChristiaanAndersen brengt Virga Lipman een bewerking van zijn befaamdesprookje Het lelijke jonge eendje. Binnen- en buitenkant vanschoonheid blijft een tijdloos onderwerp.

Schoonheid vraagt om een ijkpunt, iets om mee te vergelijken.Tegelijk is het een hoogst persoonlijke keuze. Dat dilemma krijgthet `eendje` voor zijn kiezen. Vanaf het breken van zijneierschaal blijkt het pijnlijke gebrek aan overeenkomst met denestgenoten. Die wrijven dat nog eens flink in tijdens alleoefeningen in kroost happen, zwemmen en kwaken.

Vier pittige dames, Merel van Gaalen, Marcelle van der Velden,Meike van den Akker en Marlyn Coetsier, spelen de gehelebeestenbende waartussen het eendje op zoek gaat naar zijn wareaard. Ze maken van de competitief ingestelde eendenkinderen eenbij de hand stelletje, zetten met behulp van zoveel mogelijkrubberlaarzen aan handen en voeten een komische `ganzenmars` neeren maken een koddig feest van een troepje kalkoenen dat eenschoonheidswedstrijd houdt.

Die lichte toets vormt het noodzakelijke contrast van denoeste zoektocht van de hoofdfiguur. Het eendje twijfelt steedsdieper aan het bestaan van soortgenoten waar hij welkom zal zijn.Het is mooi om te zien dat de andere diersoorten volkomenargeloos hun eigen norm zien als de vanzelfsprekende enige echte.

De ooievaar, gespeeld met een fraaie pop waarvan het hoofdstatig voor de speler uit gedragen wordt, is de enige die heteendje soms troost en van wijze raad voorziet. Die houvast, envooral ook het moedig doorstaan van veel leed en afwijzing,voeren het eendje naar zijn glorieuze einde. De spiegel van eengladde ijsvloer laat hem voor het eerst naar zichzelf kijken. Ditzwaneninzicht wordt kracht bijgezet door een sierlijkeschaatspartij.

Door de rollen voortdurend te wisselen, en ook dankzij deatmosfeer die Joost Belinfante met zijn composities muzikaaltoevoegt, is Het lelijke jonge eendje een gedreven ensemblestukgeworden, met een fraaie mix van leed en humor.

Meer over